Home > Werk en sociale zaken > Eu nieuws >

Beweging in dossier transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

07 januari 2019 - door Hanne De Roo

Het Europees Parlement en de Raad hebben vooruitgang geboekt inzake de richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, inclusief de informatie die de werkgever in de toekomst aan zijn werknemer moet verstrekken.

Beweging in dossier transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

De medewetgevers kwamen overeen om de maximale proeftijd vast te stellen op 6 maanden voor een arbeidscontract van onbepaalde duur. (met enkele uitzonderingen). In het geval van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn ze overeengekomen dat de proeftijd evenredig zou zijn aan de duur van het contract. Met andere woorden, een persoon die werkt voor een periode van 12 maanden zal niet worden onderworpen aan een proeftijd van 11 maanden. Bovendien waren de medewetgevers het erover eens dat de lidstaten soortgelijke formulieren moesten creëren om deze informatie te verstrekken.

Bovendien moeten de lidstaten ervoor zorgen dat werknemers parallelle werkzaamheden kunnen verrichten, zolang het geen handelsgeheimen schaadt en geen belangenconflicten oplevert. Informatie over werktijden moet worden afgestemd op Richtlijn 2003/88/EG betreffende de arbeidstijd en moet verlof omvatten.

De volgende trialoog op politiek niveau zal plaatsvinden op 10 januari 2019. De standpunten tussen het Europees Parlement en de Raad liggen nog steeds ver uit elkaar, met name wat betreft

  • de werkingssfeer van de richtlijn,
  • de definitie van het begrip "werknemer" of
  • de deadlines voor het verstrekken van essentiële en secundaire informatie.

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons