Home > Transport > Eu nieuws >

Lichte vooruitgang, maar geen akkoord over sociale aspecten mobiliteitspakket

20 november 2018 - door Simon De Wachter

Zowel in de Raad als in het Europees Parlement is er geen akkoord bereikt over de sociale en marktaspecten van het eerste mobiliteitspakket, meer bepaald de herziening van richtlijnen rond detachering van chauffeurs, cabotage, rij- en rusttijden en tachografen. Toch hebben beide instellingen hun ambitie uitgedrukt om zo snel mogelijk tot een overeenkomst te komen

Lichte vooruitgang, maar geen akkoord over sociale aspecten mobiliteitspakket

Raad wil akkoord voor 3 december

De vergadering van de ambassadeurs van de lidstaten (Coreper) van 14 november verliep naar verluidt in een gemoedelijk sfeer. Hoewel de lidstaten hun traditionele eisen en uiteenlopende standpunten uitten, is de meerderheid nog steeds vastberaden om tot een politiek akkoord te komen tegen de Transportraad van 3 december.

Verschillende Oost-Europese delegaties waren nog steeds gekant tegen de Oostenrijkse benadering van de detachering van chauffeurs. Meeste perifere en Centraal-Europese lidstaten herhaalden daarentegen hun tevredenheid over het voorstel, maar legden wel de nadruk op een bredere uitzondering voor gedeeltelijke en extra ontladingen die kunnen gemaakt worden in andere lidstaten die op de weg liggen tussen bilaterale operaties.

Wat betreft de verplichte installatie van tweede generatie slimme tachografen, lijkt 2024 de datum te worden waarop de maatregel zal ingaan ondanks de tegenstand van sommige Centraal- en Oost-Europese landen. Deze lidstaten zijn ook niet te vinden voor het Franse voorstel om de datum van de inwerkingtreding van de detacheringsregels hiermee te synchroniseren.

Over de wekelijkse rij- en rusttijden (45 uur of meer) blijven grote onenigheden bestaan tussen de Centraal-, Oost- en perifere Europese lidstaten en de Road Alliance (Oostenrijk, België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg en Zweden). Op eenzelfde manier zijn deze landen verdeeld over cabotage, meer bepaald over de kwestie of een vrachtwagen mag terugkeren naar het land waarin zijn bedrijf is gevestigd na een bepaalde periode en de duur van de “cooling-off” periode vooraleer een nieuwe cabotage operatie mag opgestart worden.

Ook het dossier van gecombineerd vervoer kwam aan bod, met een focus op de vraag voor de uitzondering van de cabotageregels binnen deze richtlijn.

Verhitte debatten in het Parlement

In het Europees Parlement kwamen de rapporteurs en schaduwrapporteurs van de TRAN en EMPL commissies samen om over deze dossiers te onderhandelen. 

De debatten gingen er blijkbaar intens aan toe. De belangrijkste discussiepunten waren grotendeels dezelfde als in de Raad, zoals de uitzondering van bepaalde grensoverschrijdende acties voor de detacheringsregels.

Bij afwezigheid van een compromistekst van rapporteur Ismaël Ertug over cabotage, werd er hierop niet verder ingegaan. Wim Van de Camp, rapporteur voor rij- en rusttijden en tachografen, uitte zijn ontevredenheid hierover. Hij gaf aan niet meer te willen werken volgens deze aanpak.

Wat nu?

Binnen de Raad zullen er nieuwe teksten voorbereid worden voor de volgende Coreper vergadering. Hoewel alle lidstaten de intentie hebben om tot algemene oriëntatie te komen tegen de Transportraad van 3 december, lijkt dit geen gemakkelijke onderneming te worden gezien de aanzienlijke punten van onenigheid.

Daarnaast is het mogelijk dat er een debat en stemming zal plaatsvinden in de TRAN commissie van het Europees Parlement in begin december. Een stemming in de plenaire vergadering zou enkele dagen later kunnen volgen. Nieuwe teksten rond deze dossiers zullen waarschijnlijk binnenkort verschijnen. 
 

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons