U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Transport > Calls >

H2020 - Demonstration of the most promising advanced biofuel pathways (LCE-19-2016-2017)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

It is essential to diversify the technology portfolio and feedstock basis to allow competitive production of advanced biofuels for use in transport.

The following sub-challenges should be addressed:

  • improving the technical and economic feasibility of the production of new and advanced liquid biofuels;
  • demonstrating the feasibility of using feedstock particularly suitable for transport energy purposes.

Scope:

Proposals shall aim at moving technologies that reached already TRL 5-6 to TRL 6-7 (please see part G of the General Annexes) through industrial demonstration projects in line with the Implementation Plan of the EIBI[[http://setis.ec.europa.eu/set-plan-implementation/european-industrial-initiatives-eiis/eii-implementation-plans.]]. Projects should target the most promising advanced liquid biofuel production pathways incorporating new or improved biochemical/thermochemical/chemical conversion together with upgrading technologies and valorisation of co-products that improve the economic viability of the fuel production.

Environment, economic and social issues[[For example, will this solution bring positive changes to our lives and society? Will it support socially inclusive growth? What are the positive and negative externalities? Will it boost the creation of jobs and economic opportunities; revitalise the economy?]] including health and safety should be considered in the whole life cycle and appropriately addressed. A methodology that permits robust and reliable assessment of the environmental (notably in terms of GHG performance), economic and social benefits with respect to current technologies should be included.

The proposals should respect the principle of the minimum bioenergy content laid out in the EIBI Implementation Plan: 'At least 70% of the bioproducts produced by the plant shall be bioenergy (biofuels, heat, power) , calculated on energy basis.

Biofuels produced from starch, sugar and oil fractions of food/feed crops are excluded.

Proposals should address both sub-challenges described above, while the main effort in 2016 shall be in addressing sub-challenge a) and in 2017 sub-challenge b). Where synthesis gas or intermediate energy carriers are produced, their final use for production of advanced biofuels for transport must be demonstrated.

In particular, proposals shall address one of the following:

In 2016:

  • Biomass gasification to synthesis gas;
  • Biomass pyrolysis and torrefaction to intermediate bioenergy carriers (pyrolysis oils and torrefied biomass);
  • Biochemical conversion of lignocellulosic biomass sugars to hydrocarbons for diesel and jet engines;

In 2017:

  • Biofuels from the carbon content in flue gases of industrial wastes through biochemical and/or biological conversion;
  • Biofuels from aquatic biomass;
  • Liquid biofuels from wastes and residues (forest, agricultural, the organic fraction of municipal and industrial wastes).

Proposals shall explicitly address performance and cost targets together with relevant key performance indicators and the expected impacts. Industrial involvement in the consortium and explicit exploitation plans are a prerequisite.

Proposals shall include a work package on the business case of the technology solution and which identifies potential issues of public acceptance, market and regulatory barriers, including standardisation needs. It should also address, where appropriate, synergies between new and existing technologies and other socio-economic and environmental aspects from a life-cycle perspective. Furthermore, they shall address the risks (technological, business, process) and their possible mitigation.

Opening the project's test sites, pilot and demonstration facilities, or research infrastructures for practice oriented education, training or knowledge exchange is encouraged.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of between EUR 10 to 15 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

Demonstrating advanced biofuel technologies at large industrial scale reduces the technological risks and paves the way for subsequent first-of-a-kind industrial projects. For this purpose, the scale of the proposals should permit obtaining the data and experience required so that up-scaling to a first-of-a-kind, industrial project can be envisaged as a next step. Favourable energy and GHG balances are expected. The demonstrated industrial concepts should ensure the techno-economic feasibility of the entire value chain and have the potential for a significant social and economic impact, notably in terms of job creation, economic growth and safe and affordable energy supply.

Budget

2016: 15 miljoen euro

Begunstigden

Innovation actions (IA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Meer info: zie de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Info & contact

Jozef Ghijselen

Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie

02 432 43 40

jg@iwt.be

*****

Link naar het H2020 participant portal 

Link naar het H2020 werkprogramma 2016-2017 'Secure, clean and efficient energy'

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons