U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Transport > Calls >

H2020 – Potential of the Physical Internet (MG-5.4-2017)

Deadline

Inleiding

Please note that from January 2017 Switzerland is associated to the whole Horizon 2020 programme instead of the previous partial association. This applies to all the grant agreements signed on 1 January 2017 and afterwards. For more information see the relevant Note on the Participant Portal.

Doelstellingen

Specific Challenge:

Ongoing research efforts show that the translation of the working principles of the Digital Internet to the routing of freight, thus creating the Physical Internet (PI), has the potential to be a real game-changer. In the PI world freight travels from hub to hub in an open network rather than from origin to destination directly. Each parcel is routed automatically and at each section it is bundled for efficiency. In the PI network of networks many (if not all) transport and logistics services would be accessible on demand to all users.

This will however require the successful integration of many innovative concepts and non-the-least the mental-shift to adopt a very different governance structure. The Internet of Things for example, which could link every future container, load unit or parcel to the internet, can be considered a pre-requisite for the Physical Internet to work as there will be an increased need to track all goods in a freight environment lacking a fixed and known transport route. The main challenge is to model a future Physical Internet network topology and assess the benefits it could generate in terms of carbon footprint, throughput times and cost reductions. Additionally the concept of the Physical Internet, already identified by ALICE[1], needs to be detailed into a strategic and operational vision which has the capability to get industry-wide endorsement of all stakeholders.

Scope:

This topic will be implemented through two types of actions:

1) Research and Innovation Actions. Proposals should cover all the following issues:

―Set up a case study, based on real situation, to identify the position, size and number of hubs needed for efficiently linking the long distance network and providing sufficient access points to urban areas.

―Map the influence sphere of each node and its benefits across borders to fuel future shared investments.

―Develop simulation and modelling tools to assess the possible impact of the PI, including the socio-economic aspects.

―Identify criteria for potential pilot implementations of physical internet concepts.

―Define possible business models to support the development of the PI concept.

2) Coordination and Support Actions. Proposals should cover all the following issues:

―Develop a roadmap towards the Physical Internet (milestones, first implementation opportunities, etc.) defining which changes are required for migrating to a PI and how these could take place (e.g. current vs future logistic practices, IT applications and enabling technologies, business models, mental shift, integration of SMEs, customer behaviour, etc.).

―Monitor logistics and freight transport initiatives and research projects from relevant European programmes (H2020, TEN-T, etc.), and their impacts and contributions to Physical Internet. Fostering the links between ALICE and other transport and manufacturing focused ETPs with the aim to identify barriers and opportunities for the deployment of research results and improvement of framework conditions.

―Create support and consensus between public bodies, research and industry stakeholders on opportunities, barriers and next steps towards a PI. Organise workshops to present and discuss results, trends, exchange experience and foster innovation aspects

―Explore the need for legislative initiatives by authorities, including a legal contractual framework for participants to the Physical Internet.

In line with the Union's strategy for international cooperation in research and innovation[2], international cooperation, in particular with US, Canada and Hong Kong, is encouraged.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of between EUR 2 to 3 million each for Research and Innovation Actions, and between EUR 0.5 to 1 million for Coordination and Support Actions would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

To achieve the benefits resulting from the paradigm change proposed by the Physical Internet, actions are expected to demonstrate how the following aspects can be achieved:

―Kick-Start the development of the Physical Internet through building industry-wide support.

―Improved asset utilisation.

―30% reduction in terms of congestion, emissions and energy consumption.

Delegation Exception Footnote:

The Coordination and Support Actions of this activity, directly aimed at supporting the development and implementation of evidence base for R&I policies and supporting various groups of stakeholders, are excluded from the delegation to the Innovation and Networks Executive Agency (INEA) and will be implemented by the Commission services.

Cross-cutting Priorities:

International cooperationSocio-economic science and humanities

Budget

Research & Innovation action (RIA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Opgelet: two-stage indieningsprocedure 

Eerste deadline: 26 januari 2017

Coordination & support action (CSA): At least one legal entity established in an EU Member State or Horizon 2020 associated country.

Deadline: 1 februari 2017

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Begunstigden

Contact in Vlaanderen

Nico Deblauwe

Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie

02 432 43 00

nico.deblauwe@vlaio.be

 

 

Meer informatie

Link naar het H2020 participant portal.

Link naar het Smart, green and integrated transport werkprogramma 2016-2017.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons