U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Regionaal beleid > Calls >

H2020 – Support to JPI Urban Europe (WIDESPREAD-02-2016)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

The importance of urban areas in contributing to economic growth and innovation as well as in tackling social and environmental challenges is recognised by European policy agendas and beyond. Strong evidence exists that the largest urban areas are developing into 'global cities as knowledge hubs' that function in the worldwide networks of economic activities and innovation, communication as well as mobility and attract human capital. However, city regions in the Widening countries are facing specific challenges. For instance, the processes of severe regional polarisation and population shrinkage are hindering the development of many city regions into knowledge hubs in these countries. At the same time, there are huge possibilities of improvement for the Widening countries based on active collaboration with innovative urban regions of higher performing countries. Also other global megatrends such as demographic and climate change will have more severe negative impacts on urban regions in the Widening countries, especially in Eastern Europe, whereas city regions in Western and Northern parts of the Union will be less affected. In order to respond to these challenges, actors from the Widening countries should be actively involved in relevant R&I networks and activities having a strong policy-informing ambition.

Following the implementation of the actions foreseen by the Commission’s Communication on Joint Programming to tackle Europe’s major societal challenges of 2008, the Competitiveness Council has launched altogether ten Joint Programming Initiatives so far, among which is the Joint Programming Initiative ‘Urban Europe Global Urban Challenges, Joint European Solutions’ (JPI Urban Europe)[[Council Conclusions of 8 December 2011]].

This initiative enhances the knowledge and capacities in order to support urban transition towards sustainability in Europe and beyond. In doing so, it develops innovative solutions and reduces the fragmentation of urban-related research and innovation funding as well as builds critical mass and visibility. Several Council Conclusions on Joint Programming[[Council Conclusions of 12 October 2010, of 26 November 2010 and of 8 December 2011]] invite the Commission to support JPIs via Coordination and Support Actions.

Scope:

Proposals should contribute to achieving an increased participation of countries and actors from the Widening countries in the JPI Urban Europe[[http://jpi-urbaneurope.eu/]]. The proposals should also build on the coordination action ‘BOOST – Cooperation in Urban Science, Technology and Policy’ in support to the JPI Urban Europe that is expected to result in a Strategic Research and Innovation Agenda (SRIA) and in a related Implementation Plan[[The Implementation Plan is expected to apply effective and efficient methods of collaboration such as those proposed by the 'Voluntary guidelines on Framework Conditions', adopted by the High Level Group on Joint Programming (GPC).]]. Proposals should focus on actions enabling the JPI members to carry out activities foreseen in the Implementation Plan, for instance, by favouring the alignment of these activities to the SRIA. Moreover, proposals should support alignment of national research as well as enable evidence-based policy-making and effective cross-policy actions, and investigate novel forms of the SRIA implementation such as collaborations with other JPIs or research infrastructures, development of funding synergies with the European Structural and Investment Funds and so on. Finally, proposals should further strengthen the positioning of the JPI Urban Europe in the context of existing national and European activities by ensuring coherence with other relevant initiatives. Proposals should also enhance the international dimension of the JPI.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU in the range of EUR 1.25 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

  • Increased country participation of the JPI Urban Europe from the Widening countries by relationship building with actors, and by ensuring that the SRIA properly addresses the specific priorities and needs of these countries.
  • Improved overall uptake of the SRIA in national programmes and activities through alignment.
  • Contribution to the development of specific instruments for the SRIA implementation such as urban observatories or data warehouses, and involving actors from the Widening countries in these developments.
  • Improved professionalization of the programme management including knowledge exchange, capitalization of generated knowledge as well as implementation of new innovative solutions and concepts.
  • Enhanced positioning of the JPI Urban Europe in terms of research approach, research areas and instruments in the context of existing national and European activities and beyond including the outreach to cities, city networks and other urban actors.
  • Increased evidence-base for policy-making aimed at key EU priorities.

Delegation Exception Footnote:

This activity directly aimed at supporting public-public partnerships with Member States and associated countries, is excluded from the delegation to REA and will be implemented by the Commission services.

Budget

1,25 miljoen euro (indicatief)

Begunstigden

Coordination & support action (CSA): At least one legal entity established in an EU Member State or Horizon 2020 associated country.

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Info & contact

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons