U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Strengthening the European agro-ecological research and innovation ecosystem

Deadline

Inleiding

Om te voldoen aan de toenemende maatschappelijke eisen en uitdagingen op het gebied van voedselonzekerheid, moet de landbouw de milieu- en klimaatveranderingskwesties in verband met primaire productie aanpakken. Door gebruik te maken van ecosysteemdiensten kan agro-ecologie - gedefinieerd als de studie van ecologische processen die worden toegepast op landbouwproductiesystemen - de duurzaamheid en veerkracht van landbouw- en landgebruiksystemen versterken, onder meer door landbouwmethoden die bijdragen aan de beperking van de klimaatverandering. Agro-ecologische productiepraktijken zijn locatiespecifiek, complex en lang op te zetten. Ze moeten op een aanzienlijk deel van de bedrijven worden geïmplementeerd om tastbare gevolgen voor het milieu te hebben. Naast de ruimtelijke en temporele schalen moeten ook de menselijke en sociale factoren in aanmerking worden genomen om een ​​coherente en geïntegreerde aanpak te ontwikkelen. Het versnellen van de agro-ecologische transitie vereist een versterking van onderzoeksinfrastructuren en open innovatie-initiatieven, zoals living labs, met het potentieel om grootschalige verandering teweeg te brengen. Er is behoefte aan mechanismen die kunnen helpen bij het ondersteunen van onderzoeksinfrastructuren en -benaderingen die locatiespecifieke kennis en oplossingen op de lange termijn en op het relevante landschapsniveau leveren. Individuele Europese onderzoeksprojecten kunnen bijdragen aan de lancering van faciliteiten of netwerken, maar kunnen deze noch op de lange termijn ondersteunen, noch integreren in bottom-up grassroots-initiatieven in specifieke gebieden. Een succesvolle overgang naar agro-ecologie, als een klimaatvriendelijk productiesysteem, vereist de ontwikkeling van een ambitieuze en op langere termijn gezamenlijke actie op Europees niveau waarbij Europese, nationale en regionale financiers zijn betrokken.

Doelstellingen

Voorstellen ontwikkelen het kader voor een Europees netwerk van agro-ecologische living labs (LL) en onderzoeksinfrastructuren (RI). Een dergelijk kader zou het mogelijk moeten maken om op lange termijn agro-ecologische processen op landschapsniveau te begrijpen en zou de overgang naar duurzame landbouwmethoden versnellen door plaatsgebonden innovatie in een co-creatieve omgeving te bevorderen. Voorstellen brengen bestaande Europese RI, LL en soortgelijke onderzoeks- of open innovatie-activiteiten in kaart die bijdragen aan kenniscreatie en verdere implementatie in de praktijk van agro-ecologische productieprocessen. Ze moeten voortbouwen op het werk van eerdere en lopende RI- en LL-initiatieven, binnen en buiten het agrarische domein, en analyseren hoe relevante benaderingen voor agro-ecologische productiesystemen kunnen worden ontwikkeld. Voorstellen moeten rekening houden met de resultaten van nationale en regionale projecten, netwerken of LL die zijn gelanceerd in het kader van Horizon 2020 en eerdere Europese kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie en RI met betrekking tot agro-ecosystemen. Ze moeten de werking van deze initiatieven en hun bestaande capaciteiten in detail beschrijven. Ze moeten het potentieel analyseren om nieuwe initiatieven te creëren, evenals de verschillende methoden en benaderingen die worden gevolgd, en mogelijke synergieën en afwegingen tussen RI en LL identificeren om een ​​gemeenschappelijke reeks activiteiten voor te stellen om ze te verbinden. Voorstellen moeten ook analyseren hoe verschillende belanghebbenden (zoals boeren, up- en downstream-bedrijven, consumenten en burgers) betrokken zijn bij deze initiatieven en aanbevelingen doen met betrekking tot hun betrokkenheid bij toekomstige initiatieven. Kennis en kennisbeheer zullen in aanmerking worden genomen, met name om vergelijking en uitwisselingen op Europees niveau mogelijk te maken.

Budget

2 000 000

Begunstigden

Meer informatie over de begunstigden vind je hier

Info & contact

Voor meer informatie over contacteer patrick.demolder@vlaio.be.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons