U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 - Novel secondary bio-based chemicals without significant fossil-based counterparts but with high application potential (BBI.2017.R7)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Products derived from petrochemical feedstock have extensive downstream production routes, developed markets and an efficient infrastructure. Therefore, making the ‘same’ chemicals from biomass and ‘blending’ them into these existing value chains (known as ‘drop-in’ chemicals) is the quickest and most cost-effective way to implement bio-based value chains in the short term. However, there are some bio-based molecules without a ‘significant’ fossil counterpart1 that industry and researchers regard as promising in the medium to long term, due to their special functional properties or possible derivatives.

While the production processes for bio-based chemicals with no significant fossil-based counterpart could be made more economical and sustainable, there is as yet no infrastructure for their further use, making them less attractive for now.

Like petrochemical building blocks such as benzene and p-xylene, these bio-based building blocks (for example levulinic acid, muconic acid and hydroxy­methyl­furfuraldehyde) do not have direct applications, but are the basis for a wealth of other chemicals that can bring renewability and sustainability in many markets.

Technically, the production of those ‘primary’ bio-based building blocks is in many cases already at TRL 4-5 (see topic BBI 2017.D3). However, their conversion into ‘secondary’ products is often still at TRL 2-3, as there is a low level of insight into their applicability in existing fossil-based value chains. Aside from providing the proof of principle of the new functionality and performance of new secondary bio-based products, industry also needs to develop and validate sustainable production routes.

The specific challenge is to validate at lab or pilot level the production routes from primary bio-based building blocks to breakthrough bio-based chemicals with no significant fossil counterpart, and to show a proof of principle for the added value they bring to the market.

Scope:

Validate (either at lab scale, or at pilot scale in an industrially relevant environment) a production process for bio-based chemicals with no significant fossil-based counterpart, resulting from primary bio-based building blocks. The primary building blocks must be obtained from sustainably sourced biomass of European origin.

Proposals should aim to validate a production route for at least one ‘secondary’ bio-based chemical building block that does not have a ‘significant’ fossil-based counterpart. The targeted building block should have the potential to drive the subsequent production of high added-value products in specific market sectors. In addition, proof of principle has to be shown for at least one application.

The new performance can be as a secondary building block for a variety of applications ranging from polymers and plasticisers to other intermediate building blocks. However, it can also have direct applications as lubricants, hydraulic fluids, solvents, pharmaceuticals and cosmetics.

Biotechnological processes could be effective for this purpose as microbial enzymes are highly selective and work in relatively mild conditions. This makes it possible to produce complex structures, while preserving existing functionalities. However, thermo- and chemo-catalytic processes also fall within the scope of this topic. They should ensure high reaction yields, high selectivity for the target product and high productivity levels. In this way, they will efficiently pave the way to a further scale-up of the developed process(es) to enable an expanding market entrance for products based on the chemical.

Proposals should justify the selection of the targeted molecules in terms of their intended application, with supporting economic quantification of the targeted markets. Proposals should also show the feasible, sustainable and economic supply of European biomass for these applications via the primary building block.

The industry should actively participate to prove the potential for integrating the developed concepts into current industrial landscapes or existing plants so that deployment of the concepts can be accelerated and scaled up to an industrial level.

Proposals should specifically demonstrate the benefits versus the state-of-the-art and existing technologies. This could be done by providing evidence of new processing solutions and new products obtained. Proposals should also deliver a preliminary economic feasibility study, providing the basis for upscaling the technology to an industrial level.

The Technology Readiness Level (TRL) at the end of the project should be 4-5. Proposals should clearly state the starting and target TRLs. The proposed work should enable the technology to achieve the target TRL within the timeframe of the project.

The compliance of the target molecules with all standards and regulations (including the REACH regulation) should be assessed, taking also into account their potential final applications.

Proposals should include an environmental assessment using Life Cycle Assessment (LCA) methodologies, and a cost analysis. Proposals should also include a viability performance check of the developed process(es) based on available standards, certification, accepted and validated approaches.

Expected Impact:

  • contribute to KPI 1: create at least 1 new cross-sector interconnection in bio-based economy clusters;
  • contribute to KPI 2: establish at least 1 new bio-based value chain;
  • contribute to KPI 4: create at least 1 new building block with no significant fossil-based counterpart;
  • contribute to KPI 5: set the basis for at least 1 new bio-based material with high potential for upscaling to flagship level;
  • contribute to KPI 6: create at least 2 new demonstrated consumer products based on bio-based chemicals and materials that meet market requirements;
  • develop processes and technologies that are more efficient (for example in terms of process yields and purity of the target products) and sustainable (for example lower energy requirements, milder operating conditions) than the state-of-the-art process to obtain the same target molecules.

Cross-cutting Priorities:

Cross-cutting Key-Enabling Technologies (KETs)

Budget

Indicative funding: It is considered that proposals requesting a contribution of EUR 2 million to maximally EUR 5 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude the submission and selection of proposals requesting other amounts.

 

Begunstigden

De begunstigden vindt u in de Bijlage A van het werkprogramma.

Info & contact

Meer informatie vindt u op het participant portal of in het BBI JU Work Plan.

Met vragen kunt u terecht bij NCP Patrick De Molder via: patrick.demolder@vlaio.be of  050 32 50 25.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons