U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 - Innovative technologies for the pre-treatment and separation of lignocellulosic feedstock and complex composition streams into valuable fractions while maintaining key characteristics (BBI.2017.R2)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Pre-treatment of biomass is a key step in implementing an economically viable biorefinery. The conventional methods of biomass pre-treatment mainly apply harsh conditions, consume much energy, require significant capital investments and generate inhibitors to the downstream biological processes. These methods can also harm many characteristics of naturally occurring polymers, often hindering their use for a large variety of applications. The ideal pre-treatment should lead to a higher ‘usability’ of the various biopolymers in the biomass feedstock (like cellulose and hemicellulose fractions in a lignocellulosic feedstock) in the subsequent steps, generate low amounts of inhibitory compounds, and limit biomass losses. This pre-treatment technology should also have a high efficiency when applied to different biomasses, require less energy and resources, have a low environmental impact and be economically viable.

The specific challenge is to develop pre-treatment technologies to separate and extract naturally occurring polymers and other useful fractions (for example extractives) of lignocellulosic and mixed biomass streams with complex composition, while keeping their structure essentially intact.

Scope:

Validate pre-treatment technologies at pilot scale in an industrially relevant environment to allow for the separation of natural bio-based polymers while keeping their main characteristics intact. The types of feedstock included in the scope are lignocellulosic biomass and mixed streams with a complex composition. Proposals should aim to develop technologies that:

  • increase the ‘usability’ of the holocellulose and/or other useful biopolymer fractions in the biomass feedstock by recovering at least 80 % of each for direct valorisation in specific applications and/or in the subsequent step of enzymatic hydrolysis, with a low generation of inhibitory compounds;
  • deliver ‘naturally occurring polymers’ with sufficient purity and quality for efficient processing in the following steps;
  • require less energy and resources and have a lower environmental impact than benchmark technologies currently applied to the same type of feedstock.

Proposals could consider chemical, physical or biotechnological solutions or feasible and sustainable combinations thereof. The developed processing routes should ensure reduction of biomass losses and efficient separation and recovery of other fractions of the treated biomass. Applying the cascading operational concept, these fractions can then also be further exploited.

The industry should actively participate to prove the potential for integrating the developed concepts into current industrial landscapes or existing plants so that deployment of the concepts can be accelerated and scaled up to an industrial level.

Proposals should specifically demonstrate the benefits versus the state-of-the-art and existing technologies. This could be done by providing evidence of new processing solutions and new products obtained.

The Technology Readiness Level (TRL)1 at the end of the project should be 52. Proposals should clearly state the starting TRL. The proposed work should enable the technology to achieve TRL 5 within the timeframe of the project.

Proposals should include an environmental assessment using Life Cycle Assessment (LCA) methodologies, and a cost analysis. Proposals should also include a viability performance check of the developed process(es) based on available standards, certification, accepted and validated approaches.

Expected Impact:

  • contribute to KPI 1: create at least 1 new cross-sector interconnections in bio-based economy clusters;
  • contribute to KPI 2: set the basis for at least 1 new bio-based value chain;
  • reduce operational costs by at least 30 % through lower overall energy consumption and cost as compared with benchmark pre-treatment processes in use for the same type of feedstock;
  • overall reduction of at least 15 % in the carbon footprint of the considered bio-based operation as compared with the state-of-the-art (shown by an LCA taken up in one of the work packages).

Cross-cutting Priorities:

Cross-cutting Key-Enabling Technologies (KETs)

Budget

Indicative funding: It is considered that proposals requesting a contribution of EUR 2 million to maximally EUR 5 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude the submission and selection of proposals requesting other amounts.

Begunstigden

De begunstigden vindt u in de Bijlage A van het werkprogramma.

Info & contact

Meer informatie vindt u op het participant portal of in het BBI JU Work Plan.

Met vragen kunt u terecht bij NCP Patrick De Molder via: patrick.demolder@vlaio.be of  050 32 50 25.

   

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons