U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Erasmus+ onderwijs: KA2 Strategische Partnerschappen

Deadline

Doelstellingen

Strategische partnerschappen zijn internationale samenwerkingsprojecten die bijdragen tot innovatie en verbetering van opleiding en onderwijs. Daarbij worden positieve en langdurige effecten nagestreefd op de deelnemende organisaties, de sector en het beleid, maar ook op de personen die direct of indirect betrokken zijn. Het kunnen eenvoudige kleine samenwerkingsverbanden zijn maar ook grootschalige projecten om innovatieve middelen te verspreiden.

Horizontale prioriteiten

  • Het verwerven van relevante en hoogwaardige vaardigheden en competenties: personen ondersteunen om basisvaardigheden en kerncompetenties te verwerven en te ontwikkelen met het oog op het bevorderen van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, de sociaalpedagogische en persoonlijke ontwikkeling te bevorderen, alsmede deelname aan het maatschappelijke en sociale leven. Deze prioriteit omvat onder meer acties om partnerschappen tussen leerinstellingen, ondernemingen en bemiddelende instanties te ontwikkelen met het oog op de bevordering van levenslang leren en de verbetering van de kwaliteit en doeltreffendheid van leermobiliteitservaringen. In het programma zullen ook acties worden ondersteund waarin beoordelingsinstrumenten voor dergelijke competenties worden ontwikkeld of verspreid, alsmede acties waarin een op leerresultaten gebaseerde aanpak wordt toegepast om onderwijs-, opleidings- en jeugdactiviteiten uit te voeren of de kwaliteit en relevantie daarvan te beoordelen.
  • Sociale integratie: voorrang zal worden gegeven aan acties waarin aandacht wordt besteed aan diversiteit en waarin - met name door een innovatieve geïntegreerde aanpak - het eigenaarschap van gedeelde waarden, gelijkwaardigheid, met inbegrip van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, en non-discriminatie en sociale integratie via onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportactiviteiten worden gestimuleerd. In het programma zullen projecten worden ondersteund die erop gericht zijn: a) de ontwikkeling van burgerschapscompetentie, sociale en interculturele competenties, mediageletterdheid en kritisch denken te bevorderen en discriminatie, segregatie, racisme, pesten en geweld te bestrijden; b) de toegang tot, deelname aan en leerprestaties van kansarme lerenden te verbeteren en ongelijkheden inzake leerresultaten te verminderen; en c) nieuwe benaderingen te ondersteunen en te evalueren om de verschillen in toegang tot en betrokkenheid bij digitale technologieën in het formele en niet-formele onderwijs te verkleinen. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de aanpak van sekseverschillen in verband met ICT.
  • Open onderwijs en innovatieve praktijken in een digitaal tijdperk: voorrang zal worden gegeven aan acties waarin innovatieve methoden en in voorkomend geval participatief beheer worden bevorderd. Een andere prioriteit is het actualiseren en ontwikkelen van digitale leermiddelen en -instrumenten, met name open leermiddelen, open leerboeken, en gratis "open source"-software voor onderwijsdoeleinden, alsmede het ondersteunen van het effectieve gebruik van digitale technologieën en open pedagogische methoden op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport. Dit omvat de ondersteuning van synergie met activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie en de promotie van nieuwe technologieën als drijvende krachten achter verbeteringen in het onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportbeleid. Het programma zal ook nieuwe onderwijsmethoden en -instrumenten ondersteunen.
  • Lesgevers: voorrang zal worden gegeven aan acties die de selectie, werving en introductie van de beste en meest geschikte kandidaten voor het beroep van leraar versterken, alsook aan acties ter bevordering van hoogwaardig en innovatief onderwijs in alle onderwijssectoren, opleidingen en jeugdwerk. Het programma zal de beroepsontwikkeling van lesgevers (bijvoorbeeld leerkrachten, professoren, begeleiders, mentoren enzovoort) en jeugdwerkers ondersteunen, in het bijzonder om te kunnen inspelen op voortijdig schoolverlaten, lerenden uit kansarme milieus, diversiteit in de klas, gebruik van nieuwe lesmethoden en tools, en leren in andere contexten, alsmede werkplekleren en informeel leren.
  • Transparantie en erkenning van vaardigheden en kwalificaties: voorrang zal worden gegeven aan acties ter bevordering van inzetbaarheid, leer- en arbeidsmobiliteit en ter vergemakkelijking van de overgang tussen verschillende niveaus en soorten onderwijs en opleiding, tussen onderwijs/opleiding en het beroepsleven, en tussen verschillende banen. Voorrang zal worden gegeven aan acties ter bevordering de van erkenning, transparantie en vergelijkbaarheid van kwalificaties en leerresultaten, onder meer door de verlening van betere diensten en informatie/begeleiding inzake vaardigheden en kwalificaties. Dit omvat de promotie van innovatieve oplossingen voor de erkenning en ondersteuning van de validering - op lokaal, regionaal, nationaal of Europees/internationaal niveau - van competenties die door informeel en niet-formeel leren zijn verworven.
  • Duurzame investeringen, prestaties en efficiëntie: voorrang zal worden gegeven aan acties ter ondersteuning van de effectieve uitvoering van het investeringsplan voor Europa, onder meer door financieringsmodellen te stimuleren waarbij particuliere actoren en particulier kapitaal worden aangetrokken (met inbegrip van kapitaal in het kader van de Erasmus+-garantiefaciliteit voor studentenleningen), alsook aan acties ter ondersteuning van de opzet van wetenschappelijk onderbouwde hervormingen die zorgen voor kwaliteit, innovatie en relevantie in onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportstelsels en -beleid. Voorrang zal ook worden gegeven aan acties waarin de ontwikkeling wordt gestimuleerd van innovatieve manieren om duurzame investeringen in alle leervormen, zowel formeel als niet-formeel leren, te waarborgen, waaronder prestatiegebonden financiering en kostendeling.
  • De sociale en educatieve waarde van het Europees cultureel erfgoed, de bijdrage ervan aan het scheppen van werkgelegenheid, economische groei en sociale samenhang. In het kader van het Europees jaar van het cultureel erfgoed 2018 zal voorrang worden gegeven aan acties die bijdragen aan de bewustwording van het belang van het Europese culturele erfgoed door middel van onderwijs, levenslang leren, informeel en niet-formeel leren, jeugdzaken en sport, met inbegrip van acties ter ondersteuning van de ontwikkeling van vaardigheden, sociale integratie, kritisch denken en betrokkenheid van jongeren. Nieuwe participatieve en interculturele benaderingen van het erfgoed, alsmede educatieve initiatieven ter bevordering van de interculturele dialoog tussen leerkrachten en leerlingen vanaf jonge leeftijd zullen worden bevorderd.

Vakinhoudelijke prioriteiten

Op het gebied van hoger onderwijs zal voorrang worden gegeven aan de volgende acties, in overeenstemming met de uitdagingen die zijn vastgesteld in de vernieuwde EU-agenda voor de modernisering van het hoger onderwijs:

  • het aanpakken van lacunes in vaardigheden en mismatches door: a) activiteiten om de acceptatie van vakken waar tekorten aan vaardigheden bestaan te vergroten en beroepskeuzevoorlichting te verbeteren, en b), het ontwerpen en ontwikkelen van leerplannen die voldoen aan de leerbehoeften van studenten die relevant zijn voor de arbeidsmarkt en maatschappelijke behoeften, onder meer door een beter gebruik van open en online, gemengd, op de arbeidsmarkt gericht, multidisciplinair leren en nieuwe beoordelingsmodellen. versterking van de samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs, organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en werkgevers of sociale ondernemingen met betrekking tot reële problemen, bijvoorbeeld door het bevorderen van samenwerking tussen studenten, leerlingen en ondernemingen bij ondernemings- en transdisciplinaire projecten en door het vergemakkelijken van zakenreizen;
  • met het oog op de bovengenoemde prioriteit, steun voor de verdere ontwikkeling van volgsystemen van afgestudeerden in programmalanden en onderzoek naar mogelijkheden om de beschikbaarheid van vergelijkbare gegevens over de resultaten van afgestudeerden binnen Europa te verbeteren;
  • het bevorderen van opleidingen en uitwisselingen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, met name door het gebruik van digitale technologieën en online onderwijs te ondersteunen om de pedagogische methoden en beoordelingsmethoden te verbeteren; opzetten van transnationale lerarenopleidingen en het versterken van de samenwerking tussen opleidingscentra voor leraren;
  • het bevorderen en belonen van excellentie in onderwijs en ontwikkeling van vaardigheden, onder meer door het ontwikkelen van effectieve stimulerende structuren en personeelsbeleid op nationaal en institutioneel niveau, het opleiden van academici in nieuwe en innovatieve pedagogische methoden, het ontwikkelen van nieuwe leerplannen en het uitwisselen van goede praktijken via samenwerkingsplatforms;
  • het opbouwen van inclusieve hogeronderwijsstelsels, die verbonden zijn met de omliggende gemeenschappen, door: a) het ontwikkelen en uitvoeren van holistische institutionele strategieën voor inclusie en studiesucces, waardoor eerlijke toegang voor en het percentage deelnemers en afgestudeerden uit ondervertegenwoordigde en kansarme groepen toeneemt, onder meer door relevante ondersteuning, begeleiding en mentoring van studenten na toetreding; b) het verbeteren van trajecten tussen scholen, beroepsonderwijs en -opleiding en hoger onderwijs door middel van multisectorale internationale onderwijspartnerschappen; c) het ontwikkelen, testen en uitvoeren van flexibele en modulaire cursussen (parttime, online of gemengd), met name om beter in te spelen op de behoeften van volwassen studenten en beginnende onderzoekers; d) het bevorderen van de maatschappelijke en sociale verantwoordelijkheid van studenten, onderzoekers en universiteiten en erkenning van vrijwilligers- en gemeenschapswerk in academische resultaten (bijvoorbeeld via ECTS-punten).
  • Het verzekeren dat instellingen voor hoger onderwijs en onderzoeksinstellingen bijdragen tot innovatie door: a) het ontwikkelen, uitvoeren en testen van de doeltreffendheid van benaderingen ter bevordering van creativiteit, ondernemerschapsdenken en vaardigheden om innovatieve ideeën in de praktijk toe te passen; b), ervoor zorgen dat onderwijs en onderzoek elkaar wederzijds versterken, onder meer door partnerschappen en inter- en transdisciplinaire benaderingen, en door het versterken van de rol van instellingen voor hoger onderwijs en onderzoeksinstellingen in hun lokale en regionale omgeving; c), het ondersteunen van de overdracht van de nieuwste onderzoeksresultaten naar onderwijs als input voor onderwijs en het aanmoedigen van studenten en masterstudenten om betrokken te raken in mogelijkheden om hedendaagse onderzoeksproblemen te verkennen en hen te helpen onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen om onderzoeker te worden.
  • het bevorderen van effectieve en efficiënte financierings- en bestuursmodellen op systeemniveau, belonen van goed onderwijs, innovatie en gemeenschapsbelang;
  • het stimuleren van internationalisering, erkenning en mobiliteit, het ondersteunen van veranderingen in overeenstemming met de beginselen en instrumenten van het Bolognaproces. Er kunnen samenwerkingsprojecten van universiteiten, onderzoeksinstellingen, universitaire netwerken en eventueel particuliere of non-profitactoren worden overwogen om in het kader van de Erasmus+-garantiefaciliteit voor studentenleningen mobiliteitsactiviteiten uit te voeren.

Op het gebied van schoolonderwijs zal voorrang worden gegeven aan:

  • het versterken van het profiel van onderwijspersoneel, waaronder leerkrachten, schoolleiders en opleiders van leerkrachten, door middel van acties met de volgende doelstellingen: de loopbaan aantrekkelijker maken;  leerkrachten beter selecteren en werven; de beroepsontwikkeling van leerkrachten verbeteren en de banden tussen de verschillende fasen daarvan versterken in een continuüm vanaf de initiële lerarenopleiding en introductie tot en met de permanente nascholing; leerkrachten ondersteunen om met diversiteit in de klas (onder meer leerlingen met een migrantenachtergrond) om te gaan; leerkrachten ondersteunen om op samenwerking en innovatie gebaseerde praktijken toe te passen, in de vorm van zowel digitale als niet-digitale methoden alsmede nieuwe beoordelingsmethoden; leiderschap in het onderwijs versterken, met betrekking tot onder meer de rol en het profiel van schoolleiders, de verdeling van leidinggevende taken op school en leraren met een leiderschapspositie ("teacher leaderschip").
  • het bevorderen van de verwerving van vaardigheden en kerncompetenties, onder meer door: het aanpakken van slechte prestaties voor wiskunde, wetenschappen en lees-/schrijfvaardigheid door doeltreffend en innovatief te onderwijzen en te evalueren; mainstreaming van de digitale competentievoorziening in de leerplannen, toegesneden op specifieke leeftijdsgroepen; het stimuleren van kritisch denken, in het bijzonder door wetenschapsonderwijs met aandacht voor de ecologische en/of culturele context; het onderwijzen en leren van talen vanuit een holistische benadering, waarbij wordt voortgebouwd op de diversiteit die te vinden is in de huidige klassen waar steeds meer verschillende talen worden gesproken.
  • het ondersteunen van scholen om vroegtijdig schoolverlaten en achterstand aan te pakken en kwaliteitsonderwijs aan te bieden voor elk vakgebied, waarin alle leerlingen succes kunnen ervaren, ook kinderen met een migrantenachtergrond die voor specifieke (bijvoorbeeld taalkundige) uitdagingen staan; het versterken van de samenwerking tussen alle actoren op scholen en met families en andere externe belanghebbenden; het vlotter maken van de overgang tussen de verschillende onderwijsfasen; het ondersteunen van de vorming van netwerken door scholen die samenwerkingsgerichte en holistische onderwijs- en leerbenaderingen bevorderen; het verbeteren van de evaluatie en kwaliteitsborging.
  • het ondersteunen van inspanningen om de toegang te verbeteren tot betaalbare en kwalitatief hoogwaardige opvang- en onderwijsmogelijkheden voor jonge kinderen. het verhogen van de kwaliteit van de systemen en voorzieningen voor opvang en onderwijs voor jonge kinderen, teneinde de op hun leeftijd afgestemde ontwikkeling van kinderen te stimuleren, met het oog op betere leerresultaten en een goede start in het onderwijs voor iedereen - met name door het EU-kwaliteitskader voor opvang en onderwijs voor jonge kinderen verder te ontwikkelen, door de voordelen van onderwijs voor jonge kinderen te bestendigen in de andere niveaus van schoolonderwijs, en door projecten die nieuwe modellen ontwikkelen inzake uitvoering, beheer en financiering voor opvang en onderwijs voor jonge kinderen.

Op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding zal voorrang worden gegeven aan:

  • het ontwikkelen van institutionele partnerschappen ter ondersteuning van het opzetten en uitvoeren van een internationaliseringsstrategie voor lerenden en leerlingen in beroepsonderwijs en -opleiding, gericht op het opzetten van de nodige infrastructuur en de relevante institutionele en/of contractuele kaders ter bevordering van stages in beroepsonderwijs en -opleiding in een ander land. De specifieke regels en informatie met betrekking tot de mobiliteitsactiviteiten van leerlingen in beroepsonderwijs en -opleiding, zoals beschreven in bijlage I van de programmagids, moeten worden toegepast;
  • het ontwikkelen van partnerschappen ter bevordering van werkplekleren in al zijn vormen, bijvoorbeeld de ontwikkeling van nieuwe opleidingsinhoud (met inbegrip van gezamenlijke beroepsopleidingskwalificaties), waarin perioden van werkplekleren worden opgenomen, waaronder mogelijkheden om kennis toe te passen in praktische projecten of "reële" werkpleksituaties, en waarin zo mogelijk de mogelijkheid wordt geboden om internationale ervaring (mobiliteit) op te doen;
  • met het oog op het verhogen van de kwaliteit van het aanbod van beroepsonderwijs en -opleiding, het opzetten van cyclische feedbackprocessen om het aanbod van beroepsonderwijs en -opleiding aan te passen op basis van de resultaten, met inbegrip van systemen om afgestudeerden op te volgen, in het kader van kwaliteitsborgingssystemen overeenkomstig de EQAVET-aanbeveling;
  • het verder versterken van de kerncompetenties in initieel en voortgezet beroepsonderwijs (met name lees- en schrijfvaardigheid, rekenen en digitaal), onder meer door gemeenschappelijke methoden voor de opneming van deze competenties in de onderwijsprogramma's en voor de verwerving, beschikbaarstelling en beoordeling van de leerresultaten van die onderwijsprogramma's; het verbeteren van de toegang tot opleiding en kwalificaties voor iedereen, met bijzondere aandacht voor laagopgeleiden, door voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, met name door verbetering van de kwaliteit, het aanbod en de toegankelijkheid daarvan, de validering van niet-formeel en informeel leren, de bevordering van werkplekleren en door te zorgen voor efficiënte en geïntegreerde begeleiding en voor flexibele leertrajecten waarbinnen gemakkelijk kan worden overgestapt;
  • het invoeren van een systematische aanpak van en kansen voor initiële en permanente bij- en nascholing van leerkrachten, opleiders en mentoren in beroepsonderwijs en -opleiding zowel in de schoolomgeving als op de werkplek, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van doeltreffend open en innovatief onderwijs door middel van ICT-gebruik.

Op het gebied van volwassenenonderwijs zal voorrang worden gegeven aan:Op het gebied van volwassenenonderwijs, in overeenstemming met de prioriteiten van de ET2020/Europese agenda voor volwasseneneducatie en de aanbeveling van de Raad betreffende bijscholingstrajecten: Nieuwe mogelijkheden voor volwassenen, voorrang zal worden gegeven aan:

  • het verbeteren en uitbreiden van het aanbod van hoogwaardige leermogelijkheden die zijn toegesneden op de behoeften van individuele laagopgeleide of laaggekwalificeerde volwassenen, zodat zij hun schrijf-, lees- en rekenvaardigheid of digitale vaardigheden, kerncompetenties en/of voortgang naar hogere kwalificaties kunnen verbeteren, onder meer door de validatie van vaardigheden die zij door informeel en niet-formeel leren hebben verworven, of hogere kwalificaties kunnen bereiken;
  • de toegang tot bijscholingstrajecten vergemakkelijken door het in kaart brengen en toetsen van vaardigheden, het leeraanbod aan te passen aan individuele leerbehoeften en door vaardigheden die via informeel en niet-informeel leren zijn verworven, te valideren;
  • het vergroten van de vraag en het gebruik door middel van doeltreffende strategieën voor voorlichting, begeleiding en motivatie die laagopgeleide of laaggekwalificeerde volwassenen aanmoedigen hun schrijf-, lees- en rekenvaardigheid en digitale competenties en vaardigheden te ontwikkelen en te verbeteren en/of hogere kwalificaties te bereiken;
  • het uitbreiden en ontwikkelen van de competenties van lesgevers, met name inzake doeltreffend onderwijs in lezen, schrijven, rekenvaardigheid en digitale vaardigheden aan laagopgeleide of laaggekwalificeerde volwassenen, onder meer door doeltreffend gebruik van ICT;
  • het ontwikkelen van mechanismen om de doeltreffendheid van het beleid inzake volwassenenonderwijs te monitoren of om de vooruitgang van volwassen lerenden te volgen en te monitoren. 

Budget

Maximale subsidie: een variabel bedrag, dat wordt vastgesteld door 12 500 EUR te vermenigvuldigen met de looptijd van het project (in maanden) met een maximum van 450 000 EUR voor projecten met een looptijd van 36 maanden (Uitzondering: voor partnerschappen voor schooluitwisseling: maximaal 16 500 EUR per jaar en per deelnemende school, met uitzondering van steun voor specifieke behoeften en buitengewone hoge reiskosten)

Begunstigden

Een deelnemende organisatie kan elke publieke of particuliere organisatie zijn die gevestigd is in een programmaland of in een willekeurig partnerland over de hele wereld (zie deel A van deze gids onder "begunstigde landen").

Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn:

  • instellingen voor hoger onderwijs (IHO's);
  • scholen/instituten/onderwijscentra (op elk niveau, van peuter- en kleuteronderwijs tot hoger secundair onderwijs, met inbegrip van beroepsonderwijs en volwassenenonderwijs);
  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo's);
  • kleine, middelgrote of grote ondernemingen uit de publieke of particuliere sector (met inbegrip van sociale ondernemingen);
  • lokale, regionale of nationale publieke organen;
  • sociale partners of andere vertegenwoordigers uit het beroepsleven, met inbegrip van kamers van koophandel en industrie, ambachtelijke/beroepsverenigingen en vakbonden;
  • onderzoeksinstellingen;
  • stichtingen;
  • centra voor interbedrijfsopleiding;
  • ondernemingen die gedeelde opleidingen aanbieden (op samenwerking gebaseerde opleiding);
  • culturele organisaties, bibliotheken, musea;
  • verstrekkers van diensten inzake studie- en beroepskeuzevoorlichting;

In een programmaland gevestigde IHO's moeten in het bezit zijn van een geldig Erasmus-handvest voor hoger onderwijs (ECHE). Deelnemende IHO's uit partnerlanden hoeven niet in het bezit te zijn van een ECHE, maar moeten zich wel aansluiten bij de daarin vervatte beginselen.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Erasmus+ Onderwijs en Opleiding

Wat wil het Erasmus+ programma bereiken?

  • Erasmus+ is het Europese subsidieprogramma voor onderwijs en opleiding, jeugd en sport.

Het Onderwijs- en Opleidingsluik van Erasmus+ zet in op:

  • Leermobiliteit en samenwerking voor betere kerncompetenties en vaardigheden, meer actief burgerschap en betere participatie aan de arbeidsmarkt;
  • Transnationale samenwerking tussen onderwijsinstellingen en andere stakeholders voor kwaliteitsverbetering, excellentie in innovatie en internationalisering;
  • De ontwikkeling van een Europese Ruimte voor een Leven Lang Leren;
  • Grotere internationale dimensie van onderwijs en opleiding via samenwerking met partnerlanden;
  • Beter talenonderwijs en promotie van taalverscheidenheid en intercultureel bewustzijn in de EU en
  • Excellent onderwijs en onderzoek over de Europese integratie.

Deze acties komen in aanmerking voor subsidies uit het Erasmus+ programma:

Kernactie 1: Individuele leermobiliteit

Dit is een gedecentraliseerde actie aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen.

Leerlingen en studenten:

  • Erasmus-uitwisselingen: studie of stage in het hoger onderwijs en
  • Leonardo da Vinci-stages in initieel beroepsonderwijs: tso, bso, dbso, leertijd, kso en buso;
  • Personeel in alle onderwijs- en opleidingsvelden: lesopdrachten, cursussen, stages, deelname aan professionele bijscholingsactiviteiten en
  • Garantiefaciliteit voor masterstudenten: gedeeltelijke garantie via een intermediaire bank voor een gunstige lening voor studenten die een tweedecyclusgraad (master) in het buitenland willen volgen.

Kernactie 2: Samenwerking voor innovatie en uitwisseling van goede praktijken

  • Strategische partnerschappen: gedecentraliseerde acties aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen, voor eenvoudige tot grootschalige projecten om innovatieve middelen te verspreiden, gezamenlijke initiatieven op te zetten, kennis te delen of peer learning tussen onderwijs en andere sectoren op te zetten;
  • Partnerschappen tussen onderwijs en beroepswereld: gecentraliseerde acties aan te vragen bij de Europese Commissie (EACEA): kennisallianties voor nieuwe lesprogramma’s, pedagogische benaderingen en leermogelijkheden voor creativiteit, innovatie, werkplekleren en ondernemerschap en allianties van bedrijfstakspecifieke vaardigheden (sector skills alliances): inzetbaarheid arbeidsmarkt, nieuwe sectorspecifieke of sectoroverstijgende lesprogramma’s, innovatieve methoden, instrumenten voor transparantie en erkenning.
  • Ondersteunende ICT-platforms voor virtuele mobiliteit voor alle onderwijs- en opleidingsvormen en capaciteitsopbouw via regionale en internationale samenwerking: e-Twinning voor schoolonderwijs en het Elektronisch Platform voor volwassenenonderwijs in Europa voor volwasseneneducatie.

Kernactie 3: Ondersteuning voor beleidshervormingen gecoördineerd op Europees niveau

  • Hervormingen ter uitvoering van de Europese beleidsagenda: Bolognaproces, Kopenhagenproces, open coördinatiemethode;
  • Toepassing van instrumenten voor erkenning en transparantie, zoals Europass, het Europees Kwalificatieraamwerk, het Europees systeem voor de overdracht en de accumulatie van studiepunten, het Europees Credit-systeem voor beroepsopleidingen, het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijsen en
  • Beleidsdialoog met Europese stakeholders, partnerlanden en internationale organisaties.
  • Jean Monnet-activiteiten voor onderwijs en onderzoek over Europese integratie: activiteiten rond Europese-integratiestudies, beleidsdebatten en uitwisselingen tussen academici en beleidsmakers.

Wie komt in aanmerking voor subsidies uit het Eramus+ programma?

  • Elke publieke of private organisatie die werkzaam is op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en breedtesport

Welke landen kunnen deelnemen aan het Erasmus+ programma?

  • EU-lidstaten
  • Europese Economische Ruimte
  • Kandidaat-lidstaten
  • Zwitserland
  • landen buiten de EU

Thema’s

  • Buitenlandse acties
  • Onderwijs
  • Onderzoek en innovatie
  • Werkgelegenheid

Budget

Het Erasmus+ programma is een belangrijk en groot programma van de Europese Unie. Het luik onderwijs en opleiding bedraagt 11,5 miljard euro (77,5 procent van het totale programmabudget van 14,77 miljard euro van Erasmus+).

Info en contact

Gedecentraliseerde acties:

Gecentraliseerde acties:

Meer lezen:

ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/index_en.htm

Lees meer
Volg ons