U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Erasmus+ 2018: Jean Monnet leerstoelen, modules, expertisecentra, steun aan instellingen en verenigingen, netwerken, projecten

Deadline

Doelstellingen

Jean Monnet-acties zijn erop gericht excellentie in onderwijs en onderzoek te bevorderen op het gebied van EU-studies over de hele wereld. Met deze acties wordt ook beoogd de dialoog tussen de academische wereld en beleidsmakers te stimuleren, meer in het bijzonder om het bestuur op EU- en mondiaal niveau te verbeteren.

In het kader van EU-studies wordt geheel Europa bestudeerd met bijzondere aandacht voor de interne en externe aspecten van het Europese-integratieproces. Ze bevorderen actief Europees burgerschap en hebben betrekking op de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld, brengen de betekenis van de Unie onder de aandacht en vergemakkelijken toekomstige betrokkenheid en dialoog tussen mensen wereldwijd.

Jean Monnet-modules

Jean Monnet-modules zijn korte onderwijsprogramma's (of cursussen) op het gebied van EU-studies aan instellingen voor hoger onderwijs. Iedere module duurt minstens 40 lesuren per academiejaar. De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs. Modules kunnen zich richten op één specifieke discipline van Europese studies of kunnen multidisciplinair van aard zijn en bijgevolg een beroep doen op de academische inbreng van verschillende professoren en deskundigen.

Jean Monnet-leerstoelen

Een Jean Monnet-leerstoel is een leeropdracht met een specialisatie in EU-studies voor universiteitsprofessoren, met een looptijd van drie jaar. Een Jean Monnet-leerstoel kan slechts door één professor worden bekleed, die per academiejaar minstens 90 lesuren moet doceren. De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs en/of toezicht.

Jean Monnet-expertisecentra

Een Jean Monnet-expertisecentrum is een competentie- en kenniscentrum met betrekking tot EU-onderwerpen.

Een Jean Monnet-expertisecentrum bundelt de deskundigheid en competenties van deskundigen op hoog niveau en beoogt synergieën tot stand te brengen tussen de diverse disciplines en hulpbronnen die bestaan voor Europese studies. Verder ontplooit dit centrum gezamenlijke transnationale activiteiten en brengt het structurele banden tot stand met academische instellingen in andere landen. Het maakt ook laagdrempelige toegang mogelijk voor het maatschappelijk middenveld.

Voor Jean Monnet-expertisecentra is een sleutelrol weggelegd bij het bereiken van studenten uit faculteiten die zich doorgaans niet bezighouden met EU-kwesties; ze smeden ook nauwere banden met beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke organisaties en met het brede publiek.

Jean Monnet-steun aan verenigingen

Deze Jean Monnet-actie ondersteunt verenigingen die specifiek tot doel hebben een bijdrage te leveren aan het bestuderen van het Europese-integratieproces. Dergelijke verenigingen moeten interdisciplinair zijn en openstaan voor alle belangstellende professoren, docenten en onderzoekers die zich specialiseren in EU-kwesties in de betrokken landen of regio's.

Ze moeten representatief zijn voor de academische gemeenschap op het gebied van EU-studies op regionaal, nationaal of supranationaal niveau. Er wordt alleen steun verleend aan officieel geregistreerde verenigingen met een onafhankelijke rechtsstatus.

Jean Monnet-netwerken (beleidsdebatten met de academische wereld)

Jean Monnet-netwerken bevorderen de oprichting en ontwikkeling van consortia bestaande uit internationale spelers (IHO's, expertisecentra, departementen, teams, individuele deskundigen enzovoort) op het gebied van EU-studies.

Zij dragen bij aan het verzamelen van informatie, uitwisselen van praktijken, opbouwen van kennis en bevorderen van het Europese-integratieproces wereldwijd. Deze actie verleent ook steun aan de verbetering van bestaande netwerken die specifieke activiteiten ondersteunen en die met name jongere onderzoekers aanmoedigen zich te verdiepen in thema's die verband houden met de EU.

Deze projecten berusten op unilaterale voorstellen met de nadruk op activiteiten die niet op nationaal niveau met succes te verwezenlijken zijn. Bij deze projecten moeten minstens drie partnerinstellingen (de aanvragende instelling meegerekend) uit drie verschillende landen betrokken zijn. Het doel is projecten op te zetten die niet zozeer een nationale als wel een multinationale dimensie hebben.

Jean Monnet-projecten (beleidsdebatten met de academische wereld)

Jean Monnet-projecten ondersteunen innovatie, kruisbestuiving en verspreiding van informatie over de EU. Deze projecten berusten op unilaterale voorstellen - zelfs wanneer andere partners aan de voorgestelde activiteiten deelnemen - en kunnen 12 tot 24 maanden duren.

  • Projecten met het oog op innovatie verkennen nieuwe invalshoeken en andere methoden met het doel EU-onderwerpen aantrekkelijker te maken en beter af te stemmen op de verschillende soorten doelgroepen (bijvoorbeeld projecten voor "Leren over de EU op school").
  • Projecten met het oog op kruisbestuiving bevorderen discussie en denkprocessen over EU-kwesties en verbeteren de kennis over de EU en haar werkwijzen. Deze projecten zijn erop gericht het kennisniveau met betrekking tot de EU in specifieke contexten te verhogen.
  • Projecten met het oog op de verspreiding van informatie hebben voornamelijk betrekking op info- en verspreidingsactiviteiten.

Budget

Jean Monnet-modules

De maximale subsidie bedraagt 30 000 EUR en kan ten hoogste 75 % uitmaken van de totale kosten van de Jean Monnet-module.

Jean Monnet-leerstoelen

De maximale subsidie bedraagt 50 000 EUR en kan ten hoogste 75 % uitmaken van de totale kosten van de Jean Monnet-leerstoel.

Jean Monnet-expertisecentra

  • Subsidiabele directe kosten: maximaal 100 000 EUR en ten hoogste 80% van de totale subsidiabele kosten
  • Subsidiabele indirecte kosten: Een vast bedrag van ten hoogste 7 % van de subsidiabele directe projectkosten is subsidiabel als indirecte kosten, zijnde de door de begunstigde gemaakte algemene administratiekosten die aan het project kunnen worden toegerekend (bijvoorbeeld elektriciteits- of internetkosten, kosten voor lokalen, kosten voor vaste medewerkers enzovoort)

Jean Monnet-steun aan verenigingen

  • Subsidiabele directe kosten: maximaal 50 000 EUR en ten hoogste 80% van de totale subsidiabele kosten
  • Subsidiabele indirecte kosten: Een vast bedrag van ten hoogste 7 % van de subsidiabele directe projectkosten is subsidiabel als indirecte kosten, zijnde de door de begunstigde gemaakte algemene administratiekosten die aan het project kunnen worden toegerekend (bijvoorbeeld elektriciteits- of internetkosten, kosten voor lokalen, kosten voor vaste medewerkers enzovoort)

Jean Monnet-netwerken (beleidsdebatten met de academische wereld)

  • Subsidiabele directe kosten: maximaal 300 000 EUR en ten hoogste 80% van de totale subsidiabele kosten
  • Subsidiabele indirecte kosten: Een vast bedrag van ten hoogste 7 % van de subsidiabele directe projectkosten is subsidiabel als indirecte kosten, zijnde de door de begunstigde gemaakte algemene administratiekosten die aan het project kunnen worden toegerekend (bijvoorbeeld elektriciteits- of internetkosten, kosten voor lokalen, kosten voor vaste medewerkers enzovoort)

Jean Monnet-projecten (beleidsdebatten met de academische wereld)

Maximumsubsidie voor een Jean Monnet-project:  60 000 EUR (zijnde maximaal 75 % van de totale kosten)

 

Begunstigden

Instellingen voor hoger onderwijs (IHO's) die gevestigd zijn in een willekeurig land over de hele wereld. In programmalanden gevestigde IHO's moeten in het bezit zijn van een geldig Erasmus-handvest voor hoger onderwijs (ECHE). Deelnemende IHO's uit partnerlanden dienen niet in het bezit te zijn van een ECHE.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Info & contact

Meer informatie vindt u op de website van EACEA

Erasmus+ programmagids 2018: via PDF, p. 196 e.v. of via de online-versie.

Contact

Jos Verheyden, Epos vzw (jos.verheyden@epos-vlaanderen.be, 02/553 99 23)

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Erasmus+ Onderwijs en Opleiding

Wat wil het Erasmus+ programma bereiken?

  • Erasmus+ is het Europese subsidieprogramma voor onderwijs en opleiding, jeugd en sport.

Het Onderwijs- en Opleidingsluik van Erasmus+ zet in op:

  • Leermobiliteit en samenwerking voor betere kerncompetenties en vaardigheden, meer actief burgerschap en betere participatie aan de arbeidsmarkt;
  • Transnationale samenwerking tussen onderwijsinstellingen en andere stakeholders voor kwaliteitsverbetering, excellentie in innovatie en internationalisering;
  • De ontwikkeling van een Europese Ruimte voor een Leven Lang Leren;
  • Grotere internationale dimensie van onderwijs en opleiding via samenwerking met partnerlanden;
  • Beter talenonderwijs en promotie van taalverscheidenheid en intercultureel bewustzijn in de EU en
  • Excellent onderwijs en onderzoek over de Europese integratie.

Deze acties komen in aanmerking voor subsidies uit het Erasmus+ programma:

Kernactie 1: Individuele leermobiliteit

Dit is een gedecentraliseerde actie aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen.

Leerlingen en studenten:

  • Erasmus-uitwisselingen: studie of stage in het hoger onderwijs en
  • Leonardo da Vinci-stages in initieel beroepsonderwijs: tso, bso, dbso, leertijd, kso en buso;
  • Personeel in alle onderwijs- en opleidingsvelden: lesopdrachten, cursussen, stages, deelname aan professionele bijscholingsactiviteiten en
  • Garantiefaciliteit voor masterstudenten: gedeeltelijke garantie via een intermediaire bank voor een gunstige lening voor studenten die een tweedecyclusgraad (master) in het buitenland willen volgen.

Kernactie 2: Samenwerking voor innovatie en uitwisseling van goede praktijken

  • Strategische partnerschappen: gedecentraliseerde acties aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen, voor eenvoudige tot grootschalige projecten om innovatieve middelen te verspreiden, gezamenlijke initiatieven op te zetten, kennis te delen of peer learning tussen onderwijs en andere sectoren op te zetten;
  • Partnerschappen tussen onderwijs en beroepswereld: gecentraliseerde acties aan te vragen bij de Europese Commissie (EACEA): kennisallianties voor nieuwe lesprogramma’s, pedagogische benaderingen en leermogelijkheden voor creativiteit, innovatie, werkplekleren en ondernemerschap en allianties van bedrijfstakspecifieke vaardigheden (sector skills alliances): inzetbaarheid arbeidsmarkt, nieuwe sectorspecifieke of sectoroverstijgende lesprogramma’s, innovatieve methoden, instrumenten voor transparantie en erkenning.
  • Ondersteunende ICT-platforms voor virtuele mobiliteit voor alle onderwijs- en opleidingsvormen en capaciteitsopbouw via regionale en internationale samenwerking: e-Twinning voor schoolonderwijs en het Elektronisch Platform voor volwassenenonderwijs in Europa voor volwasseneneducatie.

Kernactie 3: Ondersteuning voor beleidshervormingen gecoördineerd op Europees niveau

  • Hervormingen ter uitvoering van de Europese beleidsagenda: Bolognaproces, Kopenhagenproces, open coördinatiemethode;
  • Toepassing van instrumenten voor erkenning en transparantie, zoals Europass, het Europees Kwalificatieraamwerk, het Europees systeem voor de overdracht en de accumulatie van studiepunten, het Europees Credit-systeem voor beroepsopleidingen, het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijsen en
  • Beleidsdialoog met Europese stakeholders, partnerlanden en internationale organisaties.
  • Jean Monnet-activiteiten voor onderwijs en onderzoek over Europese integratie: activiteiten rond Europese-integratiestudies, beleidsdebatten en uitwisselingen tussen academici en beleidsmakers.

Wie komt in aanmerking voor subsidies uit het Eramus+ programma?

  • Elke publieke of private organisatie die werkzaam is op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en breedtesport

Welke landen kunnen deelnemen aan het Erasmus+ programma?

  • EU-lidstaten
  • Europese Economische Ruimte
  • Kandidaat-lidstaten
  • Zwitserland
  • landen buiten de EU

Thema’s

  • Buitenlandse acties
  • Onderwijs
  • Onderzoek en innovatie
  • Werkgelegenheid

Budget

Het Erasmus+ programma is een belangrijk en groot programma van de Europese Unie. Het luik onderwijs en opleiding bedraagt 11,5 miljard euro (77,5 procent van het totale programmabudget van 14,77 miljard euro van Erasmus+).

Info en contact

Gedecentraliseerde acties:

Gecentraliseerde acties:

Meer lezen:

ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/index_en.htm

Lees meer
Volg ons