U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 - Large-scale production of proteins for food and feed applications from alternative, sustainable sources (BBI.2017.F2)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

The worldwide demand for protein is progressively expanding due to strong growth in the world’s population. Improvements in the standard of living in large parts of the world are adding to the protein demand. Forecasts to 2050 show that current protein availability will not be sufficient to meet protein demand for food purposes. At the same time, Europe is highly dependent on imports of protein-rich material for feeding livestock: about 70 % of the total amount required is imported. Already 60-70 % of global arable land is used for animal feed to meet animal protein demand.

Consequently, the exploitation of new protein sources is necessary to meet the worldwide demand. European crops, together with residues and co-products from primary biomass cultivation, are valuable sources of proteins. Residues from animal processing, fisheries, aquaculture and algae industries also offer a potential, albeit currently underexploited, source of proteins. The bio-based industry could help to expand the production of protein-rich ingredients by valorising existing alternative sources from food/feed value chains and by taking full advantage of the successes of earlier (and ongoing) R&D and small-scale industrial operations.

The specific challenge is to demonstrate a large-scale, first-of-its-kind bio-based value chain producing sustainable, safe proteins sourced from alternative, sustainable sources (dedicated crops as well as residues), through a cascading approach where applicable2.

Scope:

Produce on a large-scale food- and/or feed-grade proteins from sustainable alternative sources, such as residual streams from agriculture, other biomass production and related residual streams (like aquaculture, fisheries, or seaweed), or food industry side streams.

Proposals should include the whole value chain from the feedstock supply to processing and production steps for the targeted high added-value products. All relevant technologies in the different steps are applicable, provided they have been already proven at a significant scale (preferably demonstration levels TRLs 6-7, but at least pilot plant level TRL 5).

Proposals should focus primarily on proteins for food and feed applications. However, proposals could also consider functional proteins and other applications that may make it possible to generate new incomes and hence increase the overall sustainability of the value chains. Proposals should include extra valorisation steps through an integrated biorefinery setup.

Proposals need to take into account legislative limitations over the origin of the biomass feedstock when dealing with proteins for human or livestock nutrition. Proposals should include an assessment on safety, quality and purity for the target products, comparing them with the current (imported) proteins used for the same applications and end-products.

Proposals should also provide sound business models showing that sustainably produced feedstock streams are available in Europe, allowing to increase protein production in Europe and to reduce the imports of protein-rich products.

Proposals should specifically demonstrate the benefits versus the state-of-the-art and existing technologies. This could be done by providing evidence of new processing solutions and new products obtained. Proposals should demonstrate the techno-economic feasibility of the large-scale deployment of sustainable and efficient European value chains for proteins production.

The Technology Readiness Level (TRL) at the end of the project should be 8. Proposals should clearly state the starting TRL. The proposed work should enable the technology to achieve TRL 8 within the timeframe of the project.

Proposals should include an environmental, an economic and a social assessment using Life Cycle Sustainability Assessment (LCSA) methodologies Proposals should also include aviability performance check of the developed process(es) based on available standards, certification, accepted and validated approaches.

Proposals need to build on existing standardisation documents and allow for the necessary pre-and co-normative research into the development of new standardisation documents and validated approaches.

Expected Impact:

  • contribute to KPI 1: create at least 2 new cross-sector interconnections in bio-based economy clusters;
  • contribute to KPI 2: establish at least 2 new bio-based value chains;
  • contribute to KPI 6: create at least 2 new demonstrated consumer products based on bio-based proteins for food and feed applications that meet market requirements;
  • reduce by at least 5 % the carbon footprint of the considered bio-based operation compared with the existing animal based protein.

Cross-cutting Priorities:

Cross-cutting Key-Enabling Technologies (KETs)

Budget

Indicative funding: It is considered that proposals requesting a contribution of maximally EUR 21 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude the submission and selection of proposals requesting other amounts.

Begunstigden

De begunstigden vindt u in de Bijlage A van het werkprogramma.

Info & contact

Meer informatie vindt u op het participant portal of in het BBI JU Work Plan.

Met vragen kunt u terecht bij NCP Patrick De Molder via: patrick.demolder@vlaio.be of  050 32 50 25.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons