U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 - Innovative bio-based fertilising products to increase the sustainability of fertilising practices in agriculture (BBI.2017.D4)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Farm commodity products such as fertilisers need to be made more sustainable and resource–efficient. This will help secure European arable land productivity while also boosting sustainability and resource efficiency of the farming practices. For many years,

mineral fertilisers have been used to intensify crop production to meet the food demand of a growing population. Mineral fertilisers represent 80 % of the market value of all fertilisers in the EU: they are manufactured from feedstock (such as phosphate rocks) imported from third countries or are based on energy-intensive production processes (for example nitrogen fertilisers), all of which are non-renewable resources.

At the time of drafting this Annual Work Plan, a new EU regulation on fertilising products was under discussion among the co-legislators with a view to setting common rules for CE-marked fertilising products and level the playing field between mineral and organic fertilising products. This regulation will offer an access to the single market to innovative fertilising products such as those derived from secondary raw materials, whereas they were until now limited to national markets. The legislative proposal also imposes safety requirements to all fertilising products and requires, for instance, coating materials used in certain controlled-release fertilisers to be bio-degradable.

The loss of nutrients with traditional fertilisers has indeed been combated by the introduction of Controlled-Release Fertilisers (CRFs), which can better match the plants’ need for the nutrients over time. However, the use of these CRFs involves the use of plastic polymers, which are not biodegradable and lead to an accumulation of plastic impurities in soil. The new EU regulation on fertilising products addresses the degradability of the coatings of CRFs by stipulating a 90 % conversion of the organic carbon into CO2 in maximum 24 months.

The specific challenge is therefore to concentrate on finding coating polymers that are compliant with the biodegradability parameter in compliance with law, while achieving the controlled release of nutrients in the best possible manner.

Improving the nutrient quality of soils can also be achieved by the application of plant biostimulants, including microorganisms. This could be done by either stimulating plant capacities to absorb nutrients present in the environment, including in air or in soils, by stimulating soil microbiota (known as the ‘prebiotic approach’), or by introducing microorganisms into soil to transform in situ the non-available nutrients present into forms that plants can absorb (known as the ‘probiotic approach’). However, these concepts need to be demonstrated in an industrially relevant environment for an efficient and expanded use throughout Europe.

Another specific challenge is to demonstrate the use of advanced bio-based fertilising products that meet EU rules and that increase the sustainability of fertilising practices and the productivity of the agriculture in Europe. These could be fertilisers from bio-based streams, fully biodegradable coatings for CRFs or the smart use of plant biostimulants, including microorganisms.

Scope:

Demonstrate the following three uses in value chains to improve the sustainability of fertilising products and practices in agriculture:

  • component materials in more sustainable fertilising products from local bio-based waste streams and co-products that fully comply with the proposed revised EU rules mentioned above and that can help to replace less sustainable fertilisers, including those currently imported;
  • efficient bio-based biodegradable coatings for CRFs that can meet the proposed regulatory requirements on biodegradability of coatings in soils;
  • prebiotic and/or probiotic solutions for tailored soil nutrient improvement.

The consortium should be prepared to adapt its tasks (via an amendment to the Grant Agreement) to the final requirements laid down in the EU fertiliser regulation after its adoption, if applicable.

The new bio-based fertilising products should ensure and maintain the sustainability of the soil-plant system, be environmentally friendly and without adverse public health issues, and meet current and proposed regulations and standards.

Proposals should provide data showing evidence of the sustainable availability of the feedstock sources (for example agricultural and agro-industrial waste, animal by-products, by-products of the agro-food industry or sewage sludges), also in view of a further scale-up of the technologies and processes developed.

Proposals should specifically demonstrate the benefits versus the state-of-the-art and existing technologies. This could be done by providing evidence of new processing solutions with higher feedstock and energy efficiencies and new products obtained in terms of sustainability performance.

The Technology Readiness Level (TRL) at the end of the project should be 6-7. Proposals should clearly state the starting and target TRLs. The proposed work should enable the technology to achieve the target TRL within the timeframe of the project.

Proposals should include an environmental and economic assessment using Life Cycle Assessment (LCA) methodologies.

Proposals should also include a viability performance check of the developed process(es) based on available standards, certification, accepted and validated approaches, as well as measurement and testing approaches allowing for coming regulatory compliance checks.

Moreover, proposals should also allow for pre- and co-normative research necessary for the needed product quality standards.

Expected Impact:

  • contribute to KPI 1: create at least 1 new cross-sector interconnection in bio-based economy clusters;
  • contribute to KPI 2: set the basis for at least 1 new bio-based value chain;
  • contribute to KPI 5: create at least 1 new bio-based material with high potential for the sustainable intensification of fertilising products and practices in European agriculture;
  • contribute to KPI 6: create at least 4 new demonstrated consumer products based on bio-based chemicals and materials that meet market and regulatory requirements;
  • controlled release of nutrients (if applicable), lowering initial release kinetics of the developed coated fertilising products compared with their non-coated form, while still complying with the biodegradability criterion in the revised Fertilisers Regulation and without compromising soil fertility and productivity;
  • overall reduction of at least 10 % in the carbon footprint of the considered bio-based operation compared with the state-of-the-art (shown by an LCA taken up in one of the work packages).

Cross-cutting Priorities:

Cross-cutting Key-Enabling Technologies (KETs)

Begunstigden

De begunstigden vindt u in de Bijlage A van het werkprogramma.

Info & contact

Meer informatie vindt u op het participant portal of in het BBI JU Work Plan.

Met vragen kunt u terecht bij NCP Patrick De Molder via: patrick.demolder@vlaio.be of  050 32 50 25.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons