U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Erasmus+ KA2 Call for Sector Skills Alliances (including a new activity on "Sectoral Blueprint")

Deadline

Inleiding

Due to technical problems with the eForm platform and the Participants Portal the deadline for submission of Sector Skills Alliance applications is extended until 4 May, 12:00 noon (midday, Brussels time)

Doelstellingen

Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden hebben tot doel de vaardigheidskloof ten aanzien van een of meer beroepsprofielen in een specifieke sector te dichten. Dit doen ze door bestaande of opkomende, sectorspecifieke arbeidsmarktbehoeften in kaart te brengen (vraagzijde) en door initieel en voortgezet beroepsonderwijs op alle niveaus beter te laten aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt (aanbodzijde). Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden steunen niet alleen de inhoudelijke ontwikkeling en uitvoering van transnationale beroepsopleidingen, maar ook onderwijs- en opleidingsmethoden voor Europese professionele kernprofielen. Daarbij baseren ze zich op aantoonbare vaardigheidsbehoeften.

Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden waarbij de focus ligt op strategische sectorale samenwerking op het gebied van vaardigheden stellen concrete maatregelen vast en werken deze uit met het doel vraag en aanbod van vaardigheden op elkaar af te stemmen en zo de algemene sectorspecifieke groeistrategie te ondersteunen.

Projecten kunnen deze doelstellingen verwezenlijken door inschrijving bij een van de volgende „percelen”:

  • Perceel 1 — Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden met het oog op het vaststellen van vaardigheidsbehoeften

Gericht op het vaststellen en gedetailleerd aantonen van de benodigde vaardigheden en van lacunes in specifieke economische sectoren. Dit maakt het mogelijk dergelijke lacunes aan te vullen door te voorzien in opleiding, hetzij op basis van beroepsonderwijs en -opleiding, hetzij in het kader van een andere onderwijs- en opleidingssector.

De vaststelling en beschrijving van vaardigheden waaraan in de toekomst behoefte zal zijn, moet worden onderbouwd door onderzoek naar de behoeften van de arbeidsmarkt in de sector. De benodigde vaardigheden moeten worden vastgesteld voor de beroepsprofielen die voor de sector relevant zijn, aan de hand van de classificatie van de Europese vaardigheden/competenties, kwalificaties en beroepen (ESCO), indien beschikbaar. Waar van toepassing moet gebruik worden gemaakt van informatie over vaardigheden die is verzameld door „Europese raden voor sectorvaardigheden” en reeds bestaand onderzoek naar sectorvaardigheden, met inbegrip van de resultaten van eerdere allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden. Het EU-Vaardighedenpanorama biedt een schat aan informatie over vaardigheden, analyses en onderzoek op het gebied van beroepen en sectoren: http://skillspanorama.cedefop.europa.eu/en.

Er moeten samenwerkingsverbanden worden gecreëerd tussen publieke en private actoren op de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld ministeries van werkgelegenheid, sociale partners, aanbieders van opleiding en onderwijs, organisaties op het gebied van arbeidsmarktinformatie, bedrijven — met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen — kamers van koophandel, publieke en private arbeidsbureaus en nationale bureaus voor de statistiek), met het doel aanhoudende tekorten aan vakmensen en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden voor een reeks beroepsprofielen op sectoraal niveau vast te stellen en voor te zijn. Het is zaak de synergieën met andere sectorale initiatieven optimaal tebenutten.

  • Perceel 2 — Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden met het oog op de ontwikkeling en uitvoering van beroepsonderwijs en -opleiding

Gericht op het dichten van de vaardigheidskloof en op de behoeften die in een specifieke economische sector zijn vastgesteld, door het ontwikkelen van curricula en methodologieën voor onderwijs en opleiding. Leren op het werk moet nadrukkelijk deel uitmaken van de curricula en opleidingsmethoden, die tevens de transnationale mobiliteit van lerenden moeten ondersteunen.

Bij de tenuitvoerlegging van beroepsonderwijs en -opleiding of het ontwikkelen van kwalificatienormen op basis van beroepsprofielen moeten partners bestaande onderzoeksresultaten over de behoefte aan beroepsspecifieke vaardigheden interpreteren, en daarbij zo mogelijk gebruikmaken van ESCO. Waar van toepassing moeten zij gebruikmaken van informatie over vaardigheden die is verzameld door „Europese raden voor sectorvaardigheden” en reeds bestaand onderzoek naar sectorvaardigheden, met inbegrip van de resultaten van eerdere allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden. Het EU-Vaardighedenpanorama biedt een schat aan informatie over vaardigheden, analyses en onderzoek op het gebied van beroepen en sectoren: http://skillspanorama.cedefop.europa.eu/en

Bij het ontwerp en de uitvoering van curricula voor beroepsonderwijs en -opleiding moeten de volgende kernbeginselen worden gehanteerd: i) kwaliteitsborging, met inbegrip van effectieve systemen voor het volgen van lerenden en terugkoppeling, ii) curricula en kwalificaties zijn gericht op leerresultaten, iii) de uitvoering is in alle fasen modulair, iv) de curricula bevatten aanmerkelijke perioden van leren op het werk, v) internationale ervaring (mobiliteit zowel van de lerende als van de docent en opleider) is onderdeel van het curriculum.

De alliantiepartners moeten in hun voorstel duidelijk maken welke maatregelen zij in de landen en in de sector in kwestie zullen nemen met het oog op de formele erkenning van de nieuwe of aangepaste curricula en kwalificaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en hoe zij de projectresultaten na beëindiging van de EU-subsidie in stand zullen houden.

Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden worden geacht de voorgestelde activiteiten dusdanig uit te voeren dat het effect op een of meer gerelateerde beroepen in een bepaalde sector maximaal is.

  • Perceel 3 — Allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden met het oog op de uitvoering van een nieuwe strategische aanpak („blauwdruk”) van sectorale samenwerking op het gebied van vaardigheden

De blauwdruk voor sectorale samenwerking op het gebied van vaardigheden is een van de tien maatregelen van de nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa. Deze heeft tot doel de kennis en informatie over vaardigheden te verbeteren en te zorgen voor een heldere strategie en instrumenten waarmee tekorten aan bepaalde vaardigheden in specifieke economische sectoren kunnen worden aangepakt. De agenda zal worden getest in zes sectoren: de automobielsector, defensie, maritieme technologie, aardobservatie- en geo-informatiediensten, textiel/kleding/leder/schoeisel en toerisme.

De allianties in perceel 3 zullen de uitvoering ervan ondersteunen door sectorale vaardighedenstrategieën te ontwikkelen. Een sectorale strategie moet de tekorten aan vaardigheden stelselmatig en structureel verminderen en tevens zorgen voor vaardigheden van voldoende kwaliteit en niveau om groei, innovatie en concurrentiekracht in de sector te ondersteunen. Zij moet een duidelijke reeks maatregelen, mijlpalen en welomschreven resultaten bevatten met het doel vraag en aanbod van vaardigheden op elkaar af te stemmen en op die manier de algemene sectorspecifieke groeistrategie te ondersteunen.

De sectorale vaardighedenstrategie zal helpen de kweekvijver van talent te vergroten en de beroepsbevolking ondersteunen bij de aanpassing aan de eisen van industriële en marktontwikkelingen in de sector en aldus een bijdrage leveren aan de concurrentiekracht van de sector op lange termijn. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan nieuwe technologische ontwikkelingen (bv. digitale en sleuteltechnologieën).

De doelstellingen van perceel 1 (het voorspellen van de vraag naar vaardigheden) en perceel 2 (het inspelen op de vastgesteldebehoefte aan vaardigheden door het ontwikkelen en uitvoeren van beroepsonderwijs en -opleiding) moeten in de sectorale vaardighedenstrategie worden opgenomen.

Er wordt van de partners verlangd dat zij op EU-niveau een alliantie voor een sector opzetten met het oog op samenwerking op het gebied van vaardigheden en de tenuitvoerlegging van concrete vraaggestuurde maatregelen. De alliantie zal door het bedrijfsleven worden geleid en andere relevante belanghebbenden omvatten, zoals aanbieders van onderwijs en opleiding, sociale partners, clusters en netwerken, onderzoeksinstellingen, bureaus voor de statistiek, arbeidsbureaus en voor kwalificaties verantwoordelijke instanties (waar mogelijk).

Budget

De totale begroting die bestemd is voor de medefinanciering van projecten wordt geraamd op 28 miljoen EUR (1 miljoen EUR voor perceel 1, 3 miljoen EUR voor perceel 2 en 24 miljoen EUR voor perceel 3).Voor perceel 1 bedraagt elke subsidie tussen de 330 000 en 500 000 EUR. Naar verwachting zal het Agentschap aan circa drie voorstellen subsidie verlenen.

Voor perceel 2 bedraagt elke subsidie tussen de 700 000 en 1 000 000 EUR. Naar verwachting zal het Agentschap aan circa vier voorstellen subsidie verlenen.Voor perceel 3 bedraagt elke subsidie maximaal 4 000 000 EUR. Naar verwachting zal het Agentschap aan circa zes voorstellen subsidie verlenen. Per testsector kan slechts één voorstel worden geselecteerd.

Begunstigden

Perceel 1:De alliantie voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden moet ten minste twaalf programmalanden bestrijken en bestaan uit ten minste twee organisaties, waarvan er ten minste één het bedrijfsleven vertegenwoordigt en ten minste één aanbieders van onderwijs en opleiding vertegenwoordigt.

Perceel 2:De alliantie voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden moet ten minste vier programmalanden bestrijken en bestaan uit ten minste acht organisaties, waarvan er ten minste drie ondernemingen zijn of het bedrijfsleven of de sector vertegenwoordigen (bv. kamers of handelsverenigingen) en ten minste drie aanbieders van onderwijs en opleiding zijn.

Perceel 3:De alliantie voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden moet ten minste zes programmalanden bestrijken en bestaan uit ten minste twaalf organisaties, waarvan er ten minste vijf ondernemingen zijn of het bedrijfsleven of de sector vertegenwoordigen (bv. kamers of handelsverenigingen) en ten minste vijf aanbieders van onderwijs en opleiding zijn.

Info & contact

Please find the link to the call here:https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding/sector-skills-alliances… may also want to visit the webpage that contains specific information on the Blueprint initiative: http://europa.eu/!gc96YUOn the webpage you will also find a brochure for the overall Blueprint initiative, so not specifically for the SSA although you will find a reference under funding.An Information Session is expected to take place on 16 February. More info: https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/news/save-date-sector-skills-al…

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Erasmus+ Onderwijs en Opleiding

Wat wil het Erasmus+ programma bereiken?

  • Erasmus+ is het Europese subsidieprogramma voor onderwijs en opleiding, jeugd en sport.

Het Onderwijs- en Opleidingsluik van Erasmus+ zet in op:

  • Leermobiliteit en samenwerking voor betere kerncompetenties en vaardigheden, meer actief burgerschap en betere participatie aan de arbeidsmarkt;
  • Transnationale samenwerking tussen onderwijsinstellingen en andere stakeholders voor kwaliteitsverbetering, excellentie in innovatie en internationalisering;
  • De ontwikkeling van een Europese Ruimte voor een Leven Lang Leren;
  • Grotere internationale dimensie van onderwijs en opleiding via samenwerking met partnerlanden;
  • Beter talenonderwijs en promotie van taalverscheidenheid en intercultureel bewustzijn in de EU en
  • Excellent onderwijs en onderzoek over de Europese integratie.

Deze acties komen in aanmerking voor subsidies uit het Erasmus+ programma:

Kernactie 1: Individuele leermobiliteit

Dit is een gedecentraliseerde actie aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen.

Leerlingen en studenten:

  • Erasmus-uitwisselingen: studie of stage in het hoger onderwijs en
  • Leonardo da Vinci-stages in initieel beroepsonderwijs: tso, bso, dbso, leertijd, kso en buso;
  • Personeel in alle onderwijs- en opleidingsvelden: lesopdrachten, cursussen, stages, deelname aan professionele bijscholingsactiviteiten en
  • Garantiefaciliteit voor masterstudenten: gedeeltelijke garantie via een intermediaire bank voor een gunstige lening voor studenten die een tweedecyclusgraad (master) in het buitenland willen volgen.

Kernactie 2: Samenwerking voor innovatie en uitwisseling van goede praktijken

  • Strategische partnerschappen: gedecentraliseerde acties aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen, voor eenvoudige tot grootschalige projecten om innovatieve middelen te verspreiden, gezamenlijke initiatieven op te zetten, kennis te delen of peer learning tussen onderwijs en andere sectoren op te zetten;
  • Partnerschappen tussen onderwijs en beroepswereld: gecentraliseerde acties aan te vragen bij de Europese Commissie (EACEA): kennisallianties voor nieuwe lesprogramma’s, pedagogische benaderingen en leermogelijkheden voor creativiteit, innovatie, werkplekleren en ondernemerschap en allianties van bedrijfstakspecifieke vaardigheden (sector skills alliances): inzetbaarheid arbeidsmarkt, nieuwe sectorspecifieke of sectoroverstijgende lesprogramma’s, innovatieve methoden, instrumenten voor transparantie en erkenning.
  • Ondersteunende ICT-platforms voor virtuele mobiliteit voor alle onderwijs- en opleidingsvormen en capaciteitsopbouw via regionale en internationale samenwerking: e-Twinning voor schoolonderwijs en het Elektronisch Platform voor volwassenenonderwijs in Europa voor volwasseneneducatie.

Kernactie 3: Ondersteuning voor beleidshervormingen gecoördineerd op Europees niveau

  • Hervormingen ter uitvoering van de Europese beleidsagenda: Bolognaproces, Kopenhagenproces, open coördinatiemethode;
  • Toepassing van instrumenten voor erkenning en transparantie, zoals Europass, het Europees Kwalificatieraamwerk, het Europees systeem voor de overdracht en de accumulatie van studiepunten, het Europees Credit-systeem voor beroepsopleidingen, het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijsen en
  • Beleidsdialoog met Europese stakeholders, partnerlanden en internationale organisaties.
  • Jean Monnet-activiteiten voor onderwijs en onderzoek over Europese integratie: activiteiten rond Europese-integratiestudies, beleidsdebatten en uitwisselingen tussen academici en beleidsmakers.

Wie komt in aanmerking voor subsidies uit het Eramus+ programma?

  • Elke publieke of private organisatie die werkzaam is op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en breedtesport

Welke landen kunnen deelnemen aan het Erasmus+ programma?

  • EU-lidstaten
  • Europese Economische Ruimte
  • Kandidaat-lidstaten
  • Zwitserland
  • landen buiten de EU

Thema’s

  • Buitenlandse acties
  • Onderwijs
  • Onderzoek en innovatie
  • Werkgelegenheid

Budget

Het Erasmus+ programma is een belangrijk en groot programma van de Europese Unie. Het luik onderwijs en opleiding bedraagt 11,5 miljard euro (77,5 procent van het totale programmabudget van 14,77 miljard euro van Erasmus+).

Info en contact

Gedecentraliseerde acties:

Gecentraliseerde acties:

Meer lezen:

ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/index_en.htm

Lees meer
Volg ons