Home > Economisch beleid > Calls >

EFRO: Bevorderen van een ondernemingsvriendelijk klimaat bij lokale en provinciale besturen - GTI West-Vlaanderen

Deadline

Doelstellingen

Specifieke doelstelling 2 - ‘Bevorderen van een ondernemingsvriendelijk klimaat bij lokale en provinciale besturen - GTI West-Vlaanderen Met deze doelstelling wordt beoogd om het ondernemingsklimaat te verbeteren door het optimaliseren van het overheidsbeleid en -dienstverlening, in het bijzonder van lokale en provinciale besturen, in functie van de (toekomstige) noden van ondernemingen. Acties in deze doelstelling zijn er op gericht overheden beter bewust te maken van de zowel positieve als negatieve impact die ze kunnen hebben op het ondernemerschap en hen te ondersteunen om in functie hiervan hun werking te optimaliseren. De bewustmaking moet resulteren in een betere dienstverlening. Ook concrete acties van overheden om, binnen hun bevoegdheid en taken, het ondernemerschap in hun werkingsgebied te stimuleren komen in aanmerking. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar volgende principes:

  • ‘meer met minder’: streven naar efficiëntiewinsten om finaal met dezelfde of minder middelen, een betere dienstverlening aan te bieden;
  • de afstemming tussen beleidsdomeinen en diensten, in het bijzonder binnen een bestuursniveau;
  • de afstemming tussen beleidsniveaus: een geïntegreerde benadering van ondernemers vanuit verschillende overheidsniveaus is cruciaal;
  • alle gemeenten en steden komen in aanmerking;
  • overleg en samenwerking o.m. tussen overheid en ondernemers en tussen verschillende besturen: dialoog en samenwerking is een vaak een belangrijke aanzet tot een oplossing maar vergt een bijkomende inzet;

 Complementair aan het gevoerde Vlaams beleid, zullen de inspanningen binnen deze doelstelling worden gericht op ondernemingsvriendelijke maatregelen, detailhandel, planmatige aanpak van toerisme en horeca als stimulator voor economische groei, e-commerce, administratieve vereenvoudiging, e-government en service design:

  • met het actieplan ondernemingsvriendelijke gemeente wil de Vlaamse overheid gemeenten sensibiliseren voor het belang van een ondernemingsvriendelijk beleid en hen daarbij ondersteunen. In het kader van het actieplan kunnen beperkt innovatieve projecten ondersteund worden die een meerwaarde kunnen hebben voor veel besturen. Individuele projecten van gemeenten zijn daarbij niet mogelijk. Hierdoor is er geen financiële stimulans voor gemeenten om verbeterideeën die uit pilootacties komen ook in hun gemeenten snel te implementeren. Via deze EFRO prioriteit is het de bedoeling de effectieve implementatie te versnellen en bevorderen. Daarnaast is het de bedoeling dat de projecten die in dit verband gesubsidieerd worden ook betrokken worden in het overlegplatform ondernemingsvriendelijke gemeente. Van de indieners zal ook verwacht worden dat ze maximaal trachten voort te bouwen op de reeds opgebouwde kennis en expertise in andere projecten of gemeenten of deze kennis trachten te benutten.
  • het Agentschap Ondernemen ontwikkelde in samenwerking met de partners voor gemeenten een leidraad voor de opmaak of actualisering van een Strategisch Commercieel Plan (SCP). Een strategisch commercieel plan vormt een belangrijk hulpmiddel voor het uitstippelen van een detailhandelsbeleid. Deze sector ondergaat momenteel belangrijke evoluties, waarbij het detailhandelsbeleid van gemeenten het verschil kan maken. De Vlaamse overheid heeft aangegeven in het kader van de Winkelnota gemeenten te willen ondersteunen om werk te maken van een kernversterkend winkelbeleid, o.m. door de leidraad strategisch commercieel plan. Met het kennisnetwerk detailhandel zullen verdere acties worden ondernomen om de gemeenten te ondersteunen en te sensibiliseren voor de opmaak van een SCP. Belangrijk is dat finaal de acties die volgens het SCP noodzakelijk zijn effectief kunnen worden geïmplementeerd. Om financiële redenen worden deze vaak niet uitgevoerd. De EFRO middelen bieden de opportuniteit om deze drempel te beperken.
  • verder is er het toenemend belang van e-commerce ( en de noodzakelijke digitale aanwezigheid van winkels/ handelskernen ) en het streven om e-commerce en het behoud van winkels in de kern van gemeenten zo goed mogelijk te verzoenen.
  • een gemeente die de kwaliteit van haar toeristisch product wil versterken moet ook aandacht hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening en producten van de relevante aanwezige of aan te trekken ondernemingen. Zo ook is een duidelijke positionering een belangrijk element in een (gemeentelijk) toeristisch beleid. Uitdaging daarbij is echter er voor zorgen dat de ondernemingen zich in die zogenaamde “brand identity” kunnen vinden, zich er achter scharen en allen instaan voor een kwaliteitsvolle dienstverlening die de identiteit mee versterkt. Voor de gemeente is dus een cruciale rol weggelegd o.m. als facilitator en stimulator van overleg, samenwerking en kennisdeling tussen betrokken ondernemingen en actoren maar ook voor het creëren van een gepast beleid en dienstverlening. Horeca is onlosmakelijk verbonden met de toeristische sector. De horecasector zal dan ook vaak een bijzonder aandachtspunt zijn in het lokaal toerismebeleid. Maar ook in steden en gemeenten die niet inzetten op toerisme, heeft de horecasector een cruciale plaats. Het bepaalt mee de aantrekkelijkheid, ook als vestigingsplaats voor bedrijven. Relatief weinig gemeenten blijken echter planmatig met horeca en de kwaliteit ervan bezig of met het stimuleren en ondersteunen van de sector als bron van economische groei en werkgelegenheid. Nochtans kunnen gemeenten op dit vlak, onder meer door hun nabijheid maar ook door een duidelijke profilering, een belangrijke rol spelen.
  • ondanks de inspanningen van de voorbije jaren blijft er veel ruimte voor administratieve vereenvoudiging en e-government.
  • ten slotte kan innovatie binnen de publieke overheid zorgen voor meer publieke waarde. Men kan betere methoden, processen gebruiken om de basisfuncties van een overheid uit te voeren. Daarnaast kan men proberen de vragen en noden van de burgers sneller te detecteren. Tevens kunnen ook nieuwe diensten of producten zorgen voor een opwaardering van de publieke dienstverlening. Dit alles kan gedefinieerd worden als “service design”. Vertrekkend vanuit de noden en wensen van de bewoners/medewerkers, worden design-technieken ingezet: aantrekkelijke technieken om de participatie van gebruikers en medewerkers te organiseren, analyses en vaststellingen visueel maken, op een creatieve en productieve manier oplossingen genereren, ideeën ook snel concreet maken door middel van testen, tekeningen, maquettes… De EFRO-middelen zullen in dit verband zeer gericht worden ingezet op diensten met een sterk economische inslag, i.c. gericht naar ondernemers. “Service design” en meer specifiek public service applications vormen een belangrijk nieuw kader binnen het continue proces van her- en opwaardering van de publieke dienstverlening. Een volledig proces bestaat grosso modo uit het denkproces en de fysieke investeringen. EFRO-middelen kunnen desgevallend worden ingezet voor het volledige project of een deel hiervan.

 Bij deze oproep horen verder nog specifieke aandachtspunten:

  • Het project moet inpasbaar zijn in West Deal en de startnota van de GTI WestVlaanderen. Dit moet duidelijk worden toegelicht in het projectvoorstel (zie aanvraagformulier – link met het beleid).
  • In het bijzonder in het raam van deze oproep dient het project te voldoen aan de bepalingen inzake projecten categorie 1 van de startnota en duidelijke invulling te geven aan het projectenkader West Deal², onderdeel van de startnota.
  • Het project dient bij te dragen tot de output - en resultaatsindicatoren ( zie 4. Indicatoren ). 

 GTI West-Vlaanderen en West Deal Om de territoriale cohesie te versterken, voorziet het EFRO-programma in het instrument van de “Geïntegreerde Territoriale Investeringen” (GTI). Een GTI laat toe dat een specifieke geïntegreerde strategie wordt ontwikkeld, die rekening houdt met de specifieke sociaal - economische en territoriale kenmerken van het gebied. Dit zal een regioversterkende aanpak toelaten, gebaseerd op samenwerking tussen verschillende overheidsniveaus en over administratieve grenzen heen. De GTI West-Vlaanderen speelt in op de specifieke sociaal – economische en territoriale uitdagingen in de provincie. Om deze problemen het hoofd te bieden, werd het strategische plan West Deal uitgewerkt, dat de basisvoorwaarden wil helpen ontwikkelen voor een duurzame economische transformatie. West Deal vormt het inhoudelijke kader van de GTI West-Vlaanderen, zoals beslist door de Vlaamse Regering op 3 april 2015.  De startnota GTI West-Vlaanderen werd gevalideerd door de GTI-stuurgroep op 16 oktober 2015 en ter kennis gegeven aan het Comité van Toezicht op 17 november 2015. Projectvoorstellen in het kader van deze oproep dienen tevens te kaderen binnen de hierin vastgelegde uitvoeringsmodaliteiten, voorziene acties en geplande financiering. De betrokken documenten zijn terug te vinden op www.efro.be  

Budget

Het EFRO - steunpercentage bedraagt maximaal 40%. De EFRO – bijdrage en (eventuele) cofinanciering door Vlaamse overheden (Vlaamse overheid, Provincie, lokale besturen) kunnen samen maximaal 85% bedragen van de totale projectkosten. De toekenning van Vlaamse, provinciale of andere cofinanciering dient uiterlijk bij de definitieve goedkeuring van het project door de Managementautoriteit te worden bevestigd. Aan de projectpromotoren wordt een eigen financiële bijdrage van minimaal 15% gevraagd. Voor deze oproep wordt een budget voorzien van 2.000.000 euro EFRO-steun.

Begunstigden

alle entiteiten met rechtspersoonlijkheid

Info & contact

Meer lezen: http://www.agentschapondernemen.be/sites/default/files/documenten/95_-_efro_oproep_gti_west-vl_p2_sd2.pdf: oproepfiche http://www.agentschapondernemen.be/artikel/praktische-gidsen-en-sjablonen: praktische gidsen 

Contact in West-Vlaanderen: 

Provincie West-Vlaanderen, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries, ellen.cardoen@west-vlaanderen.be (tel.050/40.31.72)

Centraal Programmasecretariaat:

Entiteit Europa Economie, Koning Albert II-laan 35 bus 12, 1030 Brusselwouter.borremans@agentschapondernemen.be (tel. 02/553.38.32)liezelotte.deschrijvere@agentschapondernemen.be (tel. 02/553.37.23)erik.degendt@agentschapondernemen.be (tel. 02/553.27.22)

 

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons