Home > Blog >

Wat staat er op het spel voor Europa?

21 mei 2019 - door Veronique Vennekens

Wie beter dan Axel Buyse, Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie (AAVR EU), om die vraag te beantwoorden? Dat het antwoord niet op 1, 2, 3 geformuleerd is, spreekt voor zich.

Een blik op Europa door de ervaren bril van deze Europakenner.

Placeholder

De staat van de  Europese Unie kun je door een roze, of door een zwarte bril bekijken. Het olijke duo Hendrik Vos en Rob Heirbaut schreef zopas nog een boek. Daarin stellen ze dat de lidstaten zonder de Britten hechter dan ooit aan elkaar zullen hangen. Weg apocalyptische beelden.

Dat was ook de teneur van een opmerkzame toespraak door Martin Selmayr, de secretaris-generaal van de Commissie, op 24 april voor het VIRA – een Vlaams genootschap voor internationale politiek dat in de Brusselse Universitaire Club bijeen komt. Volgens de – niet geheel onomstreden – Selmayr staat de Unie zelfs voor een heuse ‘renaissance’. Met dank aan de brexit en aan president Donald Trump, die de Europeanen met de neus op hun eigen verantwoordelijkheid hebben gedrukt. En, op de harde noodzaak om met vallen en opstaan samen te blijven werken. Maar die samenwerking kan momenteel zeker nog beter.

De Europese leiders onderstrepen hun eendracht, maar ze zien turbulenties aan de horizon’. Zo luidde de titel boven het verslag dat het gerenommeerde persbureau Politico op 10 mei aan de Europese Top van Sibiu, Roemenië, wijdde. De Europese toppolitici kwamen in het vroegere Hermannstadt samen – voor het eerst zonder hun Britse collega Theresa May – om zich over de toekomst van de geamputeerde EU te buigen. Naar verwachting hadden de Britten de Unie al op 29 maart moeten verlaten. Het Britse geknoei over de voorwaarden van dat vertrek stak daar een stokje voor. De nieuwe einddatum is 31 oktober. Al zou ik het koor van waarnemers allerhande die sterk twijfelen of het Londen voor die tijd lukt, niet te eten willen geven.

Voor de pessimisten staat het langgerekte afscheid van de Britten symbool voor het onvermogen van de huidige generatie Europese leiders om de Unie op koers te houden. Een koers weg uit de tanende internationale machtspositie van het blok, maar meteen ook een koers richting hernieuwde zingeving van het samenwerkingsverband. De huidige EU is de directe opvolger van initiatieven die na de Tweede Wereldoorlog werden genomen om een herhaling van dat soort ‘Europese broedermoorden’  onmogelijk te maken. Maar anno 2019 lijkt het vaak alsof de fut er uit is. Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk betekent, los van alle economische gevolgen, ook een serieuze vermindering van het geostrategische belang van de Unie. Bovendien kampt de EU ook met een imagoprobleem onder haar eigen burgers. In veel gevallen aanvaarden die het bestaan van de instelling als een ‘noodzaak’. Maar echte warme ‘liefde’ valt doorgaans ver te zoeken.

De verzwakte internationale positie van het blok is in belangrijke mate het gevolg van een schuivend mondiaal evenwicht. China lijkt de nieuwe wereldmacht, althans op economisch vlak, maar in toenemende mate ook qua wereldwijde invloed. De oude hegemon – de Verenigde Staten – plooien zich onder president Donald Trump meer en meer op zichzelf terug. Achter fysieke en protectionistische tolmuren. Traditionele cliëntstaten, zoals de Filippijnen, doen waar hun leiders tien jaar geleden nooit aan gedacht hadden: ze dagen de oude supermacht regelrecht uit door te flirten met de Chinezen. De EU staat erbij en kijkt er naar. Ruim een halve eeuw lang achtten de lidstaten van de EU zich veilig achter een Amerikaanse defensiewal. Maar nu lijkt het er op dat zij in geval van een conflict allereerst zelf hun boontjes mogen doppen. En bedreigingen zijn er legio, aan de weke oostelijke en Middellandse Zeegrens. Met een koppig Rusland dat onder Poetin een deel van zijn oude invloedszone terug wil. Een Turkije dat met de dag minder Westers aandoet. En verder een ketting van Arabische landen die zelf hun evenwicht kwijt zijn, met achter hen een roerig, demografisch ontploffend zwart Afrika.

De meest directe uitdagingen voor Europa bevinden zich in de Unie zelf. Op korte tijd moet de EU bekomen van de brexit. En, moet het tegelijk zijn burgers overtuigen van de vele voordelen van een verdergezette, nauwe samenwerking. Dat wordt met een Europees Parlement waarin eurosceptici en eurocritici na de verkiezingen eind deze maand ongetwijfeld veel luidruchtiger aanwezig zullen zijn, een hele klus. Dat de Britten hoe dan ook, om technisch-juridische redenen, aan de stembusgang moeten deelnemen, valt niet alleen aan de eilandbewoners moeilijk uit te leggen. Ook de samenstelling van de nieuwe Commissie zou wel eens niet van een leien dakje kunnen lopen.

Waar de burgers zich vooral zorgen over maken, blijkt duidelijk uit alle peilingen. De migratiecrisis van enkele jaren geleden is allerminst verteerd. Optimistische geluiden over de inburgering van de nieuwkomers kunnen een flink pak Europeanen niet overtuigen. Niet alleen bij ons, maar in veel lidstaten, lopen vooral de ‘transmigranten’ en andere illegale of in een grijs circuit ploeterende nieuwkomers in het oog. Terwijl een deel van het jonge volkje betoogt voor een ingrijpend beleid van ‘strijd tegen de klimaatverandering’ maken andere segmenten van de bevolking zich zwaar zorgen over de kostprijs voor hun particulier leven van een complete overgang naar een CO2-vrij ‘paradijs’. De ‘strijd’ tussen radicale voor- en tegenstanders van een versnelde transitie neemt soms epische vormen aan, met argumenten die zo uit de Apocalyps van Johannes lijken weggehaald.

Tegen die achtergrond van onzekerheid moet de Europese Unie op zoek naar nieuwe institutionele evenwichten tussen zijn lidstaten enerzijds, en het ideaal van een ‘steeds nauwere samenhang’ anderzijds. En bovendien moet de Unie haar interne tegenstellingen overstijgen. Die tussen de oudere en de nieuwere, oostelijke lidstaten, die sterker op hun recentere herwonnen soevereiniteit staan. Die tussen de rijkere noordelijke lidstaten, die hun begrotingen op orde hebben. En de zuidelijke landen die allen moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen. Met een land als België dat door die grens scherp in tweeën wordt gedeeld. En bovenop dat alles moet de Unie zich voorbereiden op een volgende laagconjunctuur, met alle risico’s op een verdere aanscherping van de interne tegenstellingen van dien.

Axel Buyse
Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering bij de EU – Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU

Maak een account aan

Volg ons