U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

VLEVA-monitor onder de loep: Erasmus+ Onderwijs, Opleiding en Vorming en Erasmus+ Sport

16 juli 2020 - door Simon De Wachter

VLEVA lanceerde een eerste versie van de Monitor deelname Vlaamse actoren aan Europese subsidieprogramma’s (2014-2020). In samenwerking met de nationale contactpunten - de zgn. NCP’s - voor de verschillende subsidieprogramma’s bundelde VLEVA de Vlaamse cijfers in deze monitor voor de programmaperiode 2014-2020.  

De volgende weken gaan we dieper in op de verschillende EU-subsidies die in de VLEVA-monitor aan bod komen. Waar scoorden Vlaamse projecten goed en minder goed in? En welke tips en projectvoorbeelden kunnen Vlaamse actoren inspireren om in de toekomst succesvol deel te nemen aan Europese projecten? Deze week: Erasmus+ Onderwijs, Opleiding en Vorming en Erasmus+ Sport
 

Placeholder

Erasmus+ Onderwijs, Opleiding en Vorming

Het Erasmus+-programma voor onderwijs, opleiding en vorming richt zich op twee grote pijlers.  

Binnen kernactie 1 (KA1) wordt ingezet op: 

  • Professionalisering van personeel in het buitenland in alle onderwijs-, vormings- en beroepsopleidingsvelden (bijvoorbeeld via cursussen, jobshadowing, lesopdrachten).
  • Studie of stage in het buitenland voor studenten uit het hoger onderwijs.
  • Stages in het buitenland voor leerlingen uit TSO, BSO, DBSO, BUSO en cursisten TKO-beroepsopleiding.

Binnen kernactie 2 (KA2) wordt ingezet op: 

  • Innovatie of outputgerichte projecten die vernieuwende resultaten voortbrengen die verspreidbaar zijn op een zo ruim mogelijke manier.
  • De uitwisseling van ervaringen en goede praktijkvoorbeelden. Het is hier ook mogelijk om enkel tussen scholen partnerschappen voor uitwisseling op te zetten.

Cijfers Vlaamse deelname

Schatting totale Vlaamse deelname (2014-2018)
KA1: €84 miljoen 
KA2: €27.077.725

Aantal Vlaamse projecten
KA1: 456 met in totaal 47.902 deelnemers uit 1612 organisaties 
Specifiek voor hoger onderwijs: 185 projecten met 36.355 deelnemers
KA2: 122 waarvan 61 in schoolonderwijs, 31 in beroepsopleiding, 11 in hoger onderwijs, 19 in  volwasseneneducatie 

Percentage Vlaamse deelname op het totale budget
KA1: 1,3% van het totale Europese bedrag ging naar Vlamingen
KA2: 1,4% van het totale budget ging naar projecten gecoördineerd door organisaties uit Vlaanderen.

Hoe doen de Vlaamse projecten het?

Wat doen we goed?

  1. Hoge participatie van studenten én staf van het hoger onderwijs in alle verschillende domeinen. 
  2. Alle projectvoorstellen die de kwaliteitsdrempel haalden, konden gefinancierd worden. Zowel in het domein schoolonderwijs, beroepsopleiding als de volwasseneneducatie waarbij er een grote betrokkenheid was van diverse organisaties. (bv. bedrijven, de socio-economische, socioculturele wereld en onderwijsorganisaties)
  3. Verhoogd gebruik van EUROPASS als erkenning van de buitenlandse leermobiliteit. 

Wat kan er beter?

  1. Deelnemers aan de leermobiliteit zouden beter op de hoogte moeten zijn van het Europese Ontwikkelingsplan dat in de projectaanvraag beschreven wordt.
  2. Nood aan meer projecten rond sociale inclusie.
  3. Het aantal projecten alsook de participatie van de organisaties dat gericht is op de uitwisseling van ervaringen en voorbeelden van goede praktijk is beperkt in het beroepsonderwijs, -opleiding en de volwasseneneducatie. 

Tips

  1. Geef in het Europese Ontwikkelingsplan een strategie weer op middellange en lange termijn zowel op het vlak van internationalisering als van kwaliteitsverbetering van onderwijs, vorming en opleiding.
  2. Maak gebruik van de vele platformen waar informatie te vinden valt. Het Projects Results Platform geeft informatie over alle goedgekeurde projecten van Erasmus+ en zijn voorgangers. Om de kwaliteitsvolle partners in het buitenland te vinden, is er de School Education Gateway voor het schoolonderwijs en EPALE voor de formele en non-formele volwasseneneducatie en de voortgezette beroepsopleiding.
  3. IMPACT+ Tool is een nuttig middel om de impact van een KA2-project te bespreken zowel bij de indiening van een projectvoorstel als tijdens de looptijd van het project.

Info en contact

Vlaams contactpunt: Epos vzw
E. info@epos-vlaanderen.be | T. 02553 97 31

Contact Europese Commissie/Europese instellingen: DG EAC – DG for Education and Culture 

Projectvoorbeeld

Via het Erasmus Duaal-project (kortweg: ErasDu) kunnen Vlaamse duaal lerenden – ook in BUSO, en de leerlingen in Leren en Werken - aan een werkstage van twee weken in het buitenland deelnemen. De werkstage in het buitenland omvat minstens drie werkdagen per week in het buitenlandse bedrijf. En ze kan aangevuld worden met maximaal een lesdag per week en maximaal een dag bedrijfsbezoeken per week. De werkstage ligt in het verlengde van het beroep waarin de duaal lerende zijn of haar leertraject volgt. Maar de buitenlandse werkstage kan ook doorgaan in een beroep dat complementair is aan het leertraject van de deelnemer. Denk aan een kok die zich verder wil specialiseren in patisserie of broodbakken. 

Drie grote Vlaamse onderwijskoepels en het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - SYNTRA Vlaanderen organiseren het project ondertussen al voor het derde jaar. Tot nog toe hebben al bijna 100 leerlingen via dit initiatief stage gelopen in het buitenland. In het voorjaar van 2020 kunnen opnieuw minstens 65 leerlingen deelnemen. 

Erasmus+ Sport

Dit programma-onderdeel stelt middelen ter beschikking voor samenwerkingsprojecten binnen de sport (grote en kleine samenwerkingsverbanden) en voorziet middelen voor de organisatie van sportevenementen zonder winstoogmerk die buiten de reguliere competities doorgaan. De algemene regel is dat deze projecten zich richten tot sportbeoefening die bereikbaar is voor het brede publiek. Topsportprojecten komen niet in aanmerking.

Cijfers Vlaamse deelname

Schatting aantal Vlaamse projecten (2014-2018)
50-tal projecten met Vlaamse organisaties betrokken als projectpartner en een 15-tal projecten met Vlaamse organisaties als trekker van een project.

Hoe doen de Vlaamse projecten het?

Wat doen we goed?

  1. Vlaanderen, en dan met name de Vlaamse onderwijsinstellingen die sportgerelateerd onderzoek doen, beschikken over veel expertise in diverse thema’s en worden daardoor vaak bij samenwerkingsprojecten betrokken.
  2. De interesse vanuit de Vlaamse sportsector groeit. Dat is duidelijk te merken aan de participatie tijdens infosessies. 
  3. Het aantal ingediende Vlaamse projecten is de afgelopen 2 jaar bijna verdubbeld (maar zo ook het totaal aantal ingediende projecten). Vlaanderen slaagt er dus in deze trend te volgen.
  4. Naast het Erasmus+ programma ondersteunt de EU ook organisaties onder de vorm van awards en proefprojecten. Vanuit Vlaanderen worden procentueel gezien veel projecten ingediend en goedgekeurd onder deze ondersteuningsvormen.

Wat kan er beter?
Vlaamse organisaties moeten:

  1. Vaker de lead nemen in projecten. Nog te vaak nemen ze een rol als partner op.
  2. Sterker inzetten op grote samenwerkingsverbanden die meer opportuniteiten bieden.
  3. Zich meer bewust zijn van de unieke rol die ze kunnen spelen door hun expertise.
  4. Een groter netwerk uitbouwen om de nodige partners te vinden voor een project.

Tips

  1. Durf sneller de stap te zetten om een project in te dienen, zelfs als deze niet 100% aan de verwachtingen voldoet. Met de feedback van de Europese Commissie kunnen organisaties het jaar nadien aan de slag om het projectvoorstel te verbeteren en de slaagkansen te vergroten.
  2. Ook zonder concreet projectvoorstel is het nuttig in te zetten op de uitbouw van een netwerk.

Info en contact

Vlaams contactpunt
Simon Plasschaert (Sport Vlaanderen / AAVR-EU)
E. Simon.plasschaert@sport.vlaanderen| T. 0498827218

Bart Verschueren (EU Sport Link)
E. bart.verschueren@eusportlink.be | T. 0486 76 28 03

Contact Europese Commissie/Europese instellingen: EACEA – Education Audiovisual and Culture Executive Agency

Projectvoorbeeld

Be a Winner In elite Sport and Employment before and after athletic Retirement (B-WISER) is een 2-jarig project dat liep van 1 januari 2017 tot 31 december 2018 in 6 landen (Italië, Frankrijk, Spanje, Slovenië, Zweden en België). De financiering (€0,4M) liet 39 experts toe om onderzoek te verrichten naar de wijze waarop de tewerkstelling van actieve en voormalige topsporters geoptimaliseerd kan worden binnen Europa. De VUB coördineert het project en het consortium dat bestaat uit universiteiten, nationale olympische en paralympische comités (bv. BOIC en BPC voor België), topsportcentra, experts in carrièrebegeleiding (bv. Adecco Athlete Career Program), experts in tewerkstelling en HR (bv. Unizo, Kapito) en internationale topsport-experts (bv. IOC en IPC).
 
“Via B-WISER willen we de begeleiding aan actieve en voormalige topsporters optimaliseren in verschillende fasen van hun carrière: wanneer ze actief zijn als topsporter, wanneer ze zich voorbereiden op een eerste tewerkstelling bij het beëindigen van hun topsportcarrière, en wanneer ze reeds tewerkgesteld zijn. Het is niet de bedoeling om topsporters een deeltijdse job of flexibele arbeidscontracten aan te reiken, of samen met hen een geschikte werkgever te vinden. We ontwikkelen daarentegen tools en initiatieven om hen actief te ondersteunen om hun competenties te verhogen zodat ze hun na-carrière en de voorbereiding daarop zelf in handen kunnen nemen. Eén van de specifieke doelstellingen van het project is om de competenties te identificeren die vereist zijn om succesvol de overgang te maken naar de arbeidsmarkt bij het beëindigen van een topsportcarrière. Op basis van de onderzoeksresultaten zullen we specifieke workshops ontwikkelen voor topsporters om de ‘matching’ met huidige en toekomstige werkgevers in de verschillende landen te verbeteren.”

Wil je meer te weten komen over de Vlaamse deelname aan andere Europese subsidieprogramma’s? Lees dan hier de volledige monitor.

Maak een account aan

Volg ons