U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Klopt uw beeld van de Europese geschiedenis wel?

29 augustus 2018 - door Nona Jacobs

Wat bezielde Churchill, een Brit nota bene, om de speech te geven die de start van de Europese eenmaking zou betekenen? En waarom voelde Marshall zich plots wél geroepen om tussen te komen in het hopeloze geruzie van de Europeanen? Dat lezen we in “De geboorte van Europa. Een geschiedenis zonder einde”, het boek van Rolf Falter.

Placeholder

Rolf Falter is hoofd van het Belgisch bureau van het Europees Parlement. Daarnaast is hij een vat vol weetjes en historische anekdotes. Zo ééntje die ons beeld van de Europese eenmaking op zijn kop zet.

We denken soms dat de hoogdagen van de EU voorbij zijn. Maar u toont aan dat de EU van bij het prille begin een geschiedenis van chaos, geploeter en toeval kent.

De geschiedenis van de Europese Unie is er één van trial and error. Het wordt altijd voorgesteld alsof het heel simpel was: de puinhoop van de tweede Wereldoorlog zorgde voor zo’n drang naar vrede dat Europese eenmaking de enige optie was. Maar Schuman, De Gasperi en Adenauer handelden vanuit hun eigen problematiek en vanuit hun eigen nationale belangen. Van bij het begin waren er lastige compromissen te sluiten. De zetelkwestie, bijvoorbeeld, is altijd een van de moeilijkste punten geweest. De eerste Europese marathonvergadering ooit ging over de zetel van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS). Idem voor de Europese Commissie. Na zes maanden van omzwervingen werd Brussel in 1958 gekozen als een voorlopige oplossing, en dat is het officieel nog steeds. Ook de dubbele zetel van het Europees Parlement, in Brussel en in Straatsburg, is zo’n erfenis uit het verleden. Ik geef sinds 2014 rondleidingen in het Europees Parlement en ben ervan geschrokken hoe diep dit laatste zit. Vroeg of laat wordt dat een van de grote hervormingspunten. Ook nu ik hoofd van het Europees Parlement in België ben, blijf ik die rondleidingen geven, want zo leer je de pijnpunten kennen. Het is eigenlijk een immuniteitskuur tegen het bubbeldenken in Europa.

Angst dreef de Europese landen bij elkaar. Zal angst de Europese Unie uit elkaar drijven?

Tussen ‘48 en ‘51 dreef de existentiële angst voor de Russen de Europese landen bij elkaar. Diplomaten gingen ervan uit dat er een Derde Wereldoorlog kwam. Dan zou er niets van Europa overblijven, behalve een woestijn. “Vous allez reconquérir un cadavre”, zei de Franse premier op dat moment tegen de Amerikanen. Die angst was veel dieper dan de angst die we nu hebben.

De angst voor migratie, dat is een heel interessante kwestie. Niemand heeft dit onder controle. Als je het vanuit die wetenschap bekijkt, kan je niet anders dan tot het besef komen dat je dit alleen maar Europees kan trachten op te lossen. Ook dan blijft het aartsmoeilijk, laat staan dat je dit nationaal probeert, wat zinloos is. We hebben de economie geglobaliseerd, dus moeten we niet schrikken dat ook de arbeid zich globaliseert. Maar je moet er wel meer greep op krijgen, wat nu met een louter humanitaire benadering nauwelijks lukt. Junckers voorstel  om via economische migratie een ander kanaal te creëren zal niet populair zijn, maar is wel terecht, als het in een globale aanpak ingepast wordt.

Robert Schuman, Konrad Adenauer en Jean Monnet worden ‘European Saints’ genoemd. Zijn Juncker, Macron, Merkel en Michel vandaag ‘European Saints’ te noemen?

Misschien over dertig jaar wel. Je kan nooit voorspellen hoe men in retrospect een beeld gaat vormen van wat vandaag gebeurt. In de geschiedenis bekijkt men de opstart van de EU geïsoleerd. Alsof het, op dat ogenblik, het grootste evenement was. Maar in realiteit was men veel meer bezig met het opvolgen van de Koude Oorlog en de NAVO en de interne, binnenlandse problematiek. Dat was voorpaginanieuws. Niet het samenwerken tussen Europese lidstaten. Pas ten tijde van Jacques Delors en na de val van de Berlijnse muur, ging men meer belang hechten aan die Unie.

Waarom bent u fan van het idee ‘één voorzitter voor de Europese Commissie en de Europese Raad’?

Nu ze veruit onze voornaamste wetgevende macht zijn geworden, moet je de EU-instellingen helderder maken. De Europese Commissie is uitgebouwd als een technocratie, maar dat werkt maar een tijdje. Het Europees Parlement is het democratisch hart van de Unie, heeft nu veel bevoegdheden, maar het mist nog steeds de individuele ministeriële verantwoordelijkheid, waardoor de lijnen tussen meerderheid en oppositie te onduidelijk blijven. We zijn op een punt beland dat we daar niet meer onderuit kunnen.

Uw boek gaat over Europese éénmaking, maar we zitten nu in een situatie waarbij een land de Unie wilt verlaten. Hoe staat u daar tegenover?

De positie van Groot-Brittannië tegenover de Europese Unie was van bij het begin dubbelzinnig. Maar de Brexit komt wel in orde. Ik kan me niet voorstellen dat er geen verzet zal zijn als men plots opnieuw wordt geconfronteerd met strengere grenscontroles. Dat gaat politieke druk creëren. Het resultaat zal zijn dat Brexit pas zal werken als er niet teveel Brexit in zit. Het grootste probleem bij de Brexit nu is de instabiliteit van de Britse regering. May is een gewond dier. Iedereen wacht op het moment om haar te liquideren en zelf in haar plaats te treden.

Foto copyright: Readmylips

Maak een account aan

Volg ons