U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Consultatie VLEVA-leden: Het Europees Herstelplan: een nieuw Meerjarig Financieel Kader en een Europees herstelfonds

12 juni 2020 - door Maarten Libeer

Op 27 mei stelde de Europese Commissie een Europees Herstelplan voor, met ondermeer voorstellen voor: 

1. Een nieuw Meerjarig Financieel Kader voor 2021-2027.
2. Een Europees Herstelfonds.
3. Een aangepast werkprogrammma. 


Na het organiseren van de eerste VLEVA-webinar over deze voorstellen, polsten wij bij de VLEVA-leden welke positie zij innemen ten opzichte van die voorstellen. De resultaten vindt u hieronder.

Namen deel aan deze consultatie: 
GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, Unizo, Vlaamse Waterweg, Havenbedrijf Antwerpen, Voka Nationaal, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, VLHORA, Flanders Make, VITO, VLIZ, Verso, Boerenbond, Vlaamse Confederatie Bouw, VVSG, VVP, VLM, VLIR, North Sea Port, Essenscia, Gezinsbond, Cultuurloket

Placeholder

1. Nieuw voorstel voor het Meerjarig Financieel Kader 2021- 2027

Op de vraag ‘Voldoet het nieuwe MFK-voorstel voor u?’, antwoorden de VLEVA-leden gemiddeld met een cijfer van 6,6 op 10. We bekijken hieronder zowel de aangegeven positieve als negatieve elementen. 

1.1 Wat zijn de goede elementen van het nieuwe MFK-voorstel? 

Verhoging budgetten 

De VLEVA-leden zijn duidelijk enthousiast over de verhoging van bepaalde budgetten. Boerenbond is tevreden met de aanvullende Europese middelen om de impact van de crisis te milderen. Ook VVSG en VVP juichen dit toe in het kader van de Farm to fork-strategie en de implementatie van de biodiversiteitsstrategie. De verhoging van de cohesiefondsen - licht gestegen ten opzichte van de vorige programmaperiode - zien beiden als een positieve evolutie. VVSG haalt daarnaast ook de extra middelen voor Horizon Europe en het Just Transition fund aan. 

Verso, Flanders Make en Gezinsbond zijn heel positief over de verhoging van het budget voor het Europees Gezondheidsprogramma. De Gezinsbond is ook tevreden over de extra aandacht die naar de ondersteuning van de gezondheidszorg gaat. In België heeft die gezondheidszorg zich tijdens de crisis snel aangepast en goed gefunctioneerd. De sector toonde hier enorm veel veerkracht. Maar, de Gezinsband zag ook de gevolgen van een structurele onderfinanciering. Een Europese aanpak kan hier dus ook helpen.

Het GO! Onderwijs vindt het een goede zaak dat er meer Erasmus+-middelen voorzien worden in vergelijking met het vorige voorstel van februari. Ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen onderstreept dat en is blij dat onderwijs niet naar achter geschoven wordt. Hetzelfde sentiment zien we bij VLHORA. Zij hopen ook dat een gedeelte van het budget naar onderwijsactoren zal stromen om de uitdagingen op vlak van digitalisering en inclusief onderwijs aan te gaan. Ook VLIR is tevreden dat de Europese Commissie het belang van investeringen in onderwijs en innovatie erkent, door het budget van het O&I-programma Horizon Europe en het onderwijsprogramma Erasmus+ te verhogen ten opzichte van het laatste compromisvoorstel van Charles Michel aan de lidstaten. 

De Vlaamse Waterweg staat positief tegenover het feit dat er meer budget wordt vrijgemaakt voor het subsidieprogramma Connecting Europe Facility (CEF) Transport. Maar, aangezien het eerste bedrag dat eraan toegewezen werd eigenlijk een vermindering betekende ten opzichte van de vorige budgetperiode, zal dat zeker niet alles goedmaken. Zij staan dan ook gemengd positief tegenover het voorstel. Ook North Sea Port is tevreden met de verhoging van het budget voor CEF Transport. VLM is tevreden met 30 procent budget voor investeringen in landbouw en klimaat, door middel van programma’s als LIFE, het Gemeenschappelijk landbouwbeleid en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. Ook de investeringen in migratie en grensbeleid zien zij als belangrijk. Op voorwaarde dat dit op een constructieve en preventieve manier wordt ingezet en niet als een repressief instrument. 

Veel VLEVA-leden zijn ook blij dat de budgetten min of meer intact gehouden worden en er geen al té radicale omslag is ten opzichte van vorige voorstellen. Havenbedrijf Antwerpen bijvoorbeeld juicht het langetermijndenken en de focus op de Green Deal toe. Voka is tevreden over de verschuivingen van landbouw- naar innovatiefondsen, een mening die Unizo ook deelt. Ook VLHORA merkt op dat de budgetten op peil gehouden worden. Zij zijn tevreden dat voor platteland en digitalisering het budget ten aanzien van 2018 stijgt of op hetzelfde niveau blijft. Met een nadruk op een eerlijke en sociale economie. Ook VITO merkt op dat het compromisvoorstel van eerder dit jaar grotendeels hetzelfde blijft. 

Thematische focus 

Thematisch zijn VLIZ, Flanders Make en Voka tevreden dat de focus op de digitale en groene transitie behouden blijft door de financieringsprogramma’s te koppelen aan die prioriteiten. Ook de Vlaamse Confederatie Bouw ziet dit graag gebeuren, maar dan specifieker voor duurzaamheid en klimaat. 

Ook de Gezinsbond is heel tevreden met de omslag naar een digitale en groene samenleving. Het is belangrijk om daarbij de bestaande digitale kloven weg te werken. Voor de Gezinsbond zou toegang tot internet een basisrecht moeten zijn. Het moet beschikbaar en betaalbaar zijn. En mensen moeten de vaardigheden kunnen aanleren om er ook effectief baat bij te hebben. Ook op basis van de Green Deal zou er in Vlaanderen een inhaalbeweging gemaakt moeten worden op het vlak van de renovatie van ons verouderd woningpark. Niet alleen van openbare gebouwen, maar ook van gezinswoningen,  zowel op de private markt als op de sociale woningmarkt. 
 

1.2 Wat zijn de minder goede elementen in het nieuwe MFK-voorstel. Wat mist uw organisatie hierin?

Onderzoek en innovatie 

Volgens VLIR matchen de ambities van de Europese Commissie voor onderzoek en innovatie niet met het voorgestelde budget voor Horizon Europe. Een hogere financiering van het programma is noodzakelijk voor een duurzaam herstel van de Europese economie. Daarom ondersteunt VLIR de vraag van het Europees Parlement voor een budget van 120 miljard voor Horizon Europe.

Ook Flanders Make en VITO treden VLIR daarin bij. VLIZ haalt daarbij aan dat een sterk O&I systeem een belangrijke vereiste is voor het implementeren van de Green Deal, en merkt op dat de subsidies naar landbouw hoog zijn tegenover de investeringen in onderzoek en innovatie. Een iets hoger ambitieniveau had voor hen zeker gemogen. 

Erasmus+ 

VLIR, het GO! Onderwijs en Katholiek Onderwijs Vlaanderen vinden het jammer dat de beloofde verdubbeling van het budget er niet komt. De verminderde ambitie voor onderwijs is een spijtige zaak. Een sentiment dat VLIR ook onderstreept omdat investeringen in onderwijs wel noodzakelijk zijn. VLHORA vraagt zich af of er financiering in de onderwijsinfrastructuur toegelaten wordt. 

Subsidies voor een groene economie

VLHORA had graag een stijging in het Life-budget gezien. De uitdagingen in de groene economie en in een socialer, slimmer, veiliger en eengemaakt Europa vragen om voldoende investeringen. Zo kunnen we in de toekomst nieuwe crisissen het hoofd bieden. In diezelfde optiek betreurt North Sea Port dat er middelen verdwijnen in CEF Energy. Dat subsidiekanaal is nochtans een sleutelinstrument om de objectieven van de Green Deal en de energietransitie te behalen. 

Verdeling over fondsen 

Boerenbond ziet de aanvullende budgetten voor landbouwbudget als cosmetische plussen op een ontoereikende basis. Voor VVSG is het regionaal gebruik van het Just Transition Fund nog onduidelijk. Voor VLM is een verhoogd budget voor veiligheid en defensie enkel zinvol als dat betekent dat defensie in de lidstaten deels gereduceerd wordt en Europa die taken overneemt.

Naast de discussies over de cijfers ziet VLHORA veel verschillende subsidiehokjes die door de jaren heen gebouwd zijn. De middelen zijn schaars. Europa moet met het beperkt budget bouwen aan de Quadruple helix en aan multidisciplinaire oplossingen. Infrastructuur zal nog beter gedeeld moeten worden tussen economische en maatschappelijke spelers. Investeringen in innovatiehubs moeten ten dienste staan van de industrie, de burger, het onderwijs en sociale actoren.   

Ook de VVP zit, los van de budgetten, nog met vragen. De betrokkenheid van de regio’s/provincies is onduidelijk. Het is belangrijk om snel tot een evenwichtig en toekomstgericht MFK-akkoord te komen. De onderhandelingen met de lidstaten duren vaak (te) lang en zijn nefast voor de ambitie. 


2. Het Europees Herstelfonds: Next Generation EU

De meningen over het Europees Herstelfonds zijn verdeeld, maar het gemiddelde neigt hier naar een 6,8 op 10. We bespreken hieronder de positieve en negatieve aspecten van dit fonds. 

2.1 Wat zijn de goede elementen van dit nieuw herstelfonds? 

De Vlaamse Confederatie Bouw en Flanders Make prijzen de ambitie en snelheid van dit herstelinstrument. 

Solidariteitsmechanisme 

Voor Unizo, VLIZ en Voka is het positief dat er in het herstelinstrument een solidariteitsmechanisme vervat zit, met een zekere visie en een integrale aanpak. Zo’n mechanisme in de Eurozone is volgens Voka immers noodzakelijk om asymmetrische schokken op te vangen. Het herstel dreigt immers asymmetrisch te verlopen. Waarbij in het bijzonder verschillende zuiderse lidstaten, die sterk afhankelijk zijn van toerisme en minder budgettaire manoeuvreerruimte hebben, nog harder geraakt dreigen te worden. Een gebrek aan solidariteit is niet enkel een barrière voor een relance van de Vlaamse export, maar kan op termijn ook leiden tot het uit elkaar vallen van de Eurozone.

Link met Europees semester - conditionaliteit en Landenspecifieke aanbevelingen 

Voka, Verso en VVSG zijn tevreden met de koppeling aan het Europees Semester als leidend document, waar bijlagen rond duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, cohesie-aanbevelingen en sociale indicatoren in vervat zitten. Hoewel de exacte werking van deze conditionaliteit niet duidelijk gedefinieerd wordt in de mededeling van de Europese Commissie, geeft het alvast aan dat de verkregen subsidies onder het instrument gericht ingezet moeten worden om de geïdentificeerde problemen uit de landenrapporten aan te pakken. VVSG juicht dat ook toe en ziet in toekomst graag lokale data in de landenspecifieke aanbevelingen terugkomen. Voor Verso is belangrijk dat er in die landenspecifieke aanbevelingen aandacht is voor het tekort aan zorgmedewerkers. 

Solvalibiliteitsinstrument 

Unizo, Verso en Voka zien interessante mogelijkheden in het solvabiliteitsinstrument en de aandacht voor het herstel van de bedrijven. Dat kan volgens Voka ook dienen als een bijkomend solidariteitsmechanisme om het gelijke speelveld binnen de interne markt te verzekeren. Zo heeft ook Voka opgeroepen tot een versoepeling van de staatssteunregels om te verzekeren dat de lidstaten volop de eigen bedrijfswereld konden ondersteunen. Terzelfdertijd waarschuwen zij dat een fundamenteel onevenwicht in staatssteunvoorzieningen tussen de lidstaten vermeden moet worden. Dat zou immers het goed functioneren van de interne markt bedreigen. Via het solvency support instrument kunnen bedrijven uit lidstaten met minder budgettaire ruimte ook gemakkelijker leningen aangaan omwille van een staatswaarborg.

InvestEU

Voka ziet veel potentieel in de Strategic Investment Facility onder InvestEU, waarvoor 15 miljard euro extra wordt uitgetrokken. Dat kan heel gemakkelijk gelinkt worden aan de verdere uitbouw van de zogenaamde strategische waardeketens in de EU waar Voka zelf ook sterke voorstander van is. Verso ziet ook graten in deze strategic investment facility en InvestEU. Zeker wanneer het over de gezondheidssector en social investments gaat. 

Flanders Make en Unizo zien de combinatie tussen leningen en subsidies als een goede oplossing om het herstel te financieren en om compromissen mogelijk te maken tussen lidstaten. VLHORA ziet het gebruik van particuliere middelen als positief. Dat geeft aan dat burgers en economische actoren meer betrokkenheid tonen en verantwoordelijkheid opnemen

Thematische invulling 

Op vlak van de thematische invulling van het nieuwe instrument kwam heel wat reactie. VLHORA, Flanders Make, Vito, VLIR, North Sea Port en VVSG zijn zeer tevreden met de focus op een aantal inhoudelijke speerpunten zoals Green Deal, digitalisering, gezondheidszorg en platteland.  Zij zien het herstelinstrument als een potentiële boost voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën die zullen bijdragen aan de economische en maatschappelijke welvaart. Ook het feit dat een aanzienlijk deel van het budget naar onderzoek en ontwikkeling gaan zien VITO en VLIZ als heel positief. 

Voor essenscia Vlaanderen zijn er aan de Green Deal zowel positieve (renovatiegolf) als negatieve (plastictaks) aspecten. Ze pleit ervoor om niet te gaan voor een één-op-één link tussen het economisch herstel post-corona en de Green Deal. Maar, er moet verder ingezet worden op de positieve elementen die volgen uit de COVID-crisis. En op de zaken die bijdragen tot de Green Deal en een versnelde digitalisering, zoals samenwerking en interactie tussen sectoren. Wat op zijn beurt weer bijdraagt tot (gezamenlijke) innovatie, nieuwe mobiliteitspistes en meer flexibiliteit in arbeid.

Boerenbond en VLM juichten de toegang voor de land- en tuinbouwsector toe. Samen met fondsen als LIFE zijn ze van groot belang voor een gezonde leefomgeving en bieden ze een reservoir voor natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. VLM ziet ook mogelijkheden voor de sustainable development goals van de Verenigde Naties. GO! Onderwijs hoopt dat er voldoende middelen vrijgemaakt worden voor de vergroening van schoolgebouwen, alsook voor onderwijsonderzoek en de digitale transitie binnen Horizon Europe. 

Cultuurloket ten slotte vraagt om een noodfonds vanuit Europa en om rekening te houden met de culturele sector. Dat kan door Europese steun open te stellen voor not only for profit bedrijven en meer specifiek door het openstellen van Europese innovatieprogramma's voor ondernemingen in de cultuursector. Al te vaak worden actoren uit de culturele sector in de praktijk uitgesloten voor deze programma's. Ook Gezinsbond steunt het standpunt dat er met alle sectoren rekening gehouden moet worden. De ondersteuning van bedrijven mag zich niet beperken tot de private sector. Ook binnen de socioculturele, de culturele en de jeugdsector zijn er organisaties die zware verliezen hebben geleden. Zij hebben vaak met beperkte middelen, veel veerkracht en creativiteit een positieve rol gespeeld tijdens de crisis en waardevol werk geleverd. Dat verdient erkenning.
 

2.2 Wat zijn de minder goede elementen in het nieuwe herstelinstrument. Wat mist uw organisatie hierin?

Eigen middelen 

Unizo en Voka zijn eerder sceptisch over de voorstellen voor de own resources. En dan voornamelijk over de haalbaarheid ervan en de weerslag op nationale budgetten. Anderzijds blijven de voorstellen over de eigen middelen vaag. Volgens Voka moet er voorzichtig omgegaan worden met een eventuele carbon border adjustment mechanism. Essenscia Vlaanderen haalt aan dat de financiering van dit alles nog zeer onduidelijk is. Ook qua terugbetaling van deze investeringen op termijn en wat betreft transparantie voor de financierders. Havenbedrijf Antwerpen betwijfelt of de ambitie van echte Europese inkomsten en dito schulden standhoudt. 

Tijdelijke karakter 

VLIR en Voka keuren het tijdelijke karakter van het instrument af. Volgens VLIR staat het haaks op de noodzakelijke langetermijninvesteringen die nodig zijn om de ambitie van de Europese Commissie in onderzoek, onderwijs en innovatie te kunnen waarmaken. Voka voorziet vooral problemen bij een nieuwe crisis. Een degelijke respons zou dan opnieuw volledig afhankelijk zijn van een snelle politieke consensus doorheen de EU, wat geen sinecure is. De EU moet een structureel solidariteitsmechanisme uitbouwen dat onder strikte en duidelijke voorwaarden snel ingezet kan worden om asymmetrische schokken onmiddellijk op te vangen.

Thematische focus 

Thematisch had VLHORA liever een serieuze investering in onderwijs gezien. Als er een inclusief beleid wordt nagestreefd en iedereen mee moet kunnen in een nieuw digitaal tijdperk, dan moet er ingezet worden op meer infrastructuur voor onderwijs en professionalisering. 

Flanders Make wil liever wat meer focus op industrie. Volgens De Vlaamse Waterweg gaat er te weinig aandacht naar de transportsector en meer specifiek de groene transportmodi. VVSG ervaart te weinig reflectie over het 'anders 'duurzamer maken’ of de sociale cohesie componenten van het herstel. Volgens essenscia Vlaanderen moet de EU streven naar een herstel van de volledige economie. ‘Selectief herstel’ van enkel die sectoren die op korte termijn bijdragen tot de Green Deal houdt geen rekening met de industriële ecosystemen en moet om die reden vermeden worden. 

Betrokkenheid van stakeholders 

Een aantal VLEVA-leden stelt zich ook vragen over hoe stakeholders betrokken zullen worden bij de nieuwe fondsen. Zo vraagt VLHORA zich af of de welzijnssector een stem zal krijgen, nu de middelen voor het gezondheidsprogramma erg worden opgetrokken. Ook Verso mist expliciete aandacht in de aanbevelingen voor de ondersteuning van het middenveld. Die was nochtans zeer belangrijk tijdens de coronacrisis. VLM onderstreept daarbovenop dat talrijke lokale en regionale verenigingen een rol kunnen spelen en als dusdanig ook zo erkend moeten worden. VVSG volgt deze redenering en vraagt dat de fondsen specifieke lokale overheid componenten mogen bevatten. Zeker in die mate dat lokale overheden fungeren als eerstelijns overheden in de frontlinie van de corona-aanpak. Boerenbond wil blijvende aandacht voor het landbouwbeleid en is teleurgesteld dat - ondanks het herstelfonds - het budget voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid daalt. Er moet een actieve focus zijn op landbouwers in de herstelinstrumenten. 

Voor VLIZ, VCB en VLIR is het nog onduidelijk hoe dit instrument concreet in de praktijk zal werken. VLIR wil graag weten wat de allocatie van de 13,5 miljard uit dit instrument naar Horizon Europe juist inhoudt. Welke voorwaarden worden hieraan gekoppeld? Bij welke programmaonderdelen komt het terecht?
 

3. De impact van de corona crisis op het werkprogramma van de Europese Commissie 

Europese Green Deal
VITO begrijpt dat er door COVID-19-crisis initiatieven uitgesteld moeten worden. Toch stelt het vast dat er binnen de Green Deal meer uitgesteld wordt dan bij de andere prioriteiten. VITO hoopt op een inhaalbeweging in 2021. Want het klimaat laat niet op zich wachten. Ook VLIZ deelt deze mening. Het risico op diffusie van de middelen zou nefast zijn voor de EU. De Vlaamse Confederatie Bouw hoopt voornamelijk op de realisatie van de circulaire economie. De bouwsector is goed voor 60 procent van de productie van alle reststoffen en daarvan wordt in Vlaanderen al meer dan 90 procent hergebruikt. VCB wenst dat Vlaanderen deze koppositie behoudt. 

Boerenbond haalt aan dat de snelheid waarmee de EU zijn initiatieven en strategieën wil uitrollen extra druk legt op de individuele land- en tuinbouwer. Gezien de crisis, de verdere vergroening van het GLB en de nieuwe ambities in de F2F-strategie en biodiversiteitsstrategie, is het van het grootste belang dat er ook acties en initiatieven genomen worden voor de financiële draagkracht van  de boer. De land- en tuinbouwsector verduurzaamt maar op het tempo dat de draagkracht van de boer en investeringslast dat toelaat. Dat proces versnellen, zonder een goed en coherent beleid te voeren, is ontoelaatbaar. 

Onderwijs
Katholiek Onderwijs Vlaanderen hoopt op duidelijke en snelle communicatie rond Erasmus+, aangezien de huidige vertragingen de werking bemoeilijken. VLIR betreurt het uitstel van de ERA-mededeling en de Skills agenda in het nieuwe werkprogramma. Toch tonen deze en andere aanpassingen van het werkprogramma 2020 de enorme flexibiliteit van de Europese Commissie aan. 

Economie en sociaal beleid 
Unizo vraagt zich af of de huidige kmo-strategie, waarvan het voorstel is geschreven voor de coronacrisis, nog voldoende up-to-date is. Ook Flanders Make is niet blij met de minder expliciete focus op industrie. Verso, tenslotte, hoopt dat de timing rond de uitrol van het actieplan voor de implementatie van de Europese Pijler van Sociale Rechten behouden blijft. 

Transport
De Vlaamse Waterweg betreurt de vertragingen voor dossiers als de TEN-T herziening. 

Conferentie over de toekomst van de EU 
VVSG wijst erop dat in de hele hersteldiscussie, de conferentie over de toekomst van de EU naar de achtergrond lijkt te verschuiven. Terwijl ze net fundamenteel deel moet uitmaken van het herstelbeleid. Er is nood aan een blijvende versterking van het Europees draagvlak, wat door de aanpak van de EU tijdens de coronacrisis misschien zelf afgekalfd is. Er is vraag naar een structurele plek voor lokale besturen als eerstelijnsoverheid naar de burger toe. 

 

Voor vragen of opmerkingen rond deze consultatie kan u sturen naar maarten.libeer@vleva.eu

Bijlage(n)

Maak een account aan

Volg ons