Evenwicht werk-privé: voorlopig akkoord

25 januari 2019 - door Hanne De Roo

Het Europees Parlement en de Raad hebben een voorlopig akkoord bereikt over de richtlijn betreffende de balans tussen werk en privéleven. Op 24 januari 2019 werd een bepalingovereenkomst (nog niet publiek beschikbaar) over het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende het combineren van werk en gezin voor ouders en verzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad bereikt.

 

Wat omvat het akkoord over de richtlijn betreffende de balans tussen werk en privéleven?

Volgens de persberichten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie omvat de voorlopige overeenkomst het volgende:

Evenwicht werk-privé: voorlopig akkoord

Vaderschapsverlof

Vaders of tweede ouders kunnen ten minste tien werkdagen vaderschapsverlof nemen rond het tijdstip van de geboorte van een kind en worden betaald op een niveau dat gelijk is aan het niveau dat momenteel op EU-niveau is vastgesteld voor zwangerschapsverlof.

Het recht op vaderschapsverlof is niet onderworpen aan een voorafgaande dienstvereisten. De betaling van het vaderschapsverlof kan echter worden onderworpen aan een voorafgaande dienstvereiste van zes maanden. Lidstaten met ruimere ouderschapsverlofregelingen zullen hun huidige nationale regelingen kunnen handhaven.

Als het gaat om de tweede ouder die vaderschapsverlof opneemt, moet de gezinsstatus van hetzelfde geslacht in de lidstaat daarvoor worden erkend.

Ouderschapsverlof

Individueel recht op 4 maanden ouderschapsverlof, waarvan 2 maanden niet-overdraagbaar zijn tussen de ouders en worden betaald. Het niveau van betaling moet door de lidstaten worden vastgesteld.

Zorgverlof

Een nieuw concept op EU-niveau: zorgverlof voor werknemers die familieleden verzorgen die om medische redenen medische zorg behoeven. Mantelzorgers kunnen 5 werkdagen per jaar nemen. De lidstaten kunnen een andere referentieperiode gebruiken, verlof per geval toewijzen en kunnen aanvullende voorwaarden voor de uitoefening van dit recht invoeren.

Flexibele arbeidsregelingen

Uitbreiding van het recht voor werkende mantelzorgers om flexibele arbeidsregelingen te vragen, aanvullend op het recht van alle ouders om dit te vragen tot hun kind 8 jaar is.

Werkgevers kunnen, bij het overwegen van flexibele werkaanvragen, niet alleen rekening houden met hun eigen middelen en operationele capaciteit, maar ook met de specifieke behoeften van een ouder van kinderen met een handicap en langdurige ziekte en die van alleenstaande ouders.

De periode voor omzetting van de richtlijn is verlengd van twee naar drie jaar, met een aanvullende tweejaarlijkse voorziening om de niet-overdraagbare betaalde periode van het ouderlijk toezicht te verhogen, te vertrekken van anderhalve maand tot twee maanden. Opgemerkt moet worden dat de richtlijn geen betrekking heeft op zelfstandigen, aangezien de rechtsgrondslag (artikel 153 van het VWEU) dat niet toe staat.

Volgende stappen

Naar verwachting zal het Roemeense voorzitterschap de ambassadeurs van de lidstaten (COREPER) ondervragen over de resultaten van de besprekingen met het Europees Parlement. De ambassadeurs van de lidstaten moeten de overeenkomst vervolgens bevestigen tijdens een volgende vergadering van het COREPER.

Zodra het COREPER de overeenkomst heeft bevestigd, zal de tekst ter goedkeuring worden voorgelegd aan de commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (FEMM) en de commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) van het Europees Parlement, gevolgd door een stemming in de plenaire vergadering.

De richtlijn zou vervolgens zonder debat door de Raad worden aangenomen en vervolgens in het Publicatieblad van de EU worden gepubliceerd voordat deze in werking treedt.

Lees het persbericht van de Raad.

Lees het persbericht van de Europese Commissie.

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons