U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Enhancing access and uptake of education to reverse inequalities

Deadline

Code

TRANSFORMATIONS-22-2020

Inleiding

Ongelijkheden zijn de afgelopen decennia toegenomen in Europa, ondanks de toegenomen welvaart en overheidsuitgaven als percentage van het BBP. Toenemende ongelijkheid vormt een bedreiging voor economische groei, democratie en gelijke kansen voor toekomstige generaties. Sociale nadelen en onzekerheden zijn grotendeels geërfd, waarbij een laag opleidingsniveau van zowel ouders als kinderen een sleutelrol speelt. Er is voldoende bewijs dat kinderen uit minder bevoorrechte sociale achtergronden achterlopen in toegang tot en gebruik van onderwijs. Vaak worden nadelen zoals laaggeschoolde ouders, eenoudergezinnen, beperkte toegang tot sociale voorzieningen (bijvoorbeeld gezondheidszorg en huisvesting) en culturele bronnen, en met een migratieachtergrond cumulatief, gecombineerd. De uitdaging is om deze trend te keren en opwaartse sociale mobiliteit te vergroten door de toegang tot en het gebruik van onderwijs in Europa aanzienlijk te verbeteren, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten.

Doelstellingen

a) Onderzoeks- en innovatieactie:

Het onderzoek zal gericht zijn op toegang tot en gebruik van onderwijs vanaf de vroege kinderjaren tot volwasseneneducatie met behulp van de meest geschikte methoden en benaderingen. Onderwijs moet volledig worden begrepen, inclusief formeel en informeel onderwijs dat openbaar of privé wordt gegeven. Elk middel voor het verwerven van kennis, vaardigheden en competenties moet worden overwogen. Het onderzoek moet rekening houden met de toenemende diversiteit in Europa en het complexe samenspel van de sociaal-economische status van ouders, gezinsconfiguratie, geografische locatie, etniciteit, religie, taal, tradities, culturele waarden, geslacht, handicaps, speciale onderwijsbehoeften, evenals als verschillen tussen stedelijke en landelijke omgevingen. De diversiteit vereist de overgang van standaardisatie naar maatwerk en sectoroverschrijdend beleid, evenals de betrokkenheid van meerdere belanghebbenden. Onderzoek zal de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens verfijnen en ontwikkelen, lessen trekken uit bestaand beleid om ongelijkheden op een aantal beleidsterreinen te bestrijden en waar nodig nieuw of gedifferentieerd beleid voorstellen. Voorstellen moeten voortbouwen op het bewijs van de succesvolle contexten waarin praktijken effectief blijken te zijn, rekening houdend met de diversiteit van structuren en middelen die de toegang tot en het gebruik van onderwijs beïnvloeden.

De Commissie is van mening dat met voorstellen om een ​​bijdrage van de EU in de orde van grootte van 3,5 miljoen EUR deze specifieke uitdaging naar behoren kan worden aangepakt. Dit sluit de indiening en selectie van voorstellen die om andere bedragen verzoeken, niet uit.

b) Coördinatie- en ondersteuningsactie

De coördinatie- en ondersteuningsactie zal parallel lopen aan de onderzoeks- en innovatieacties en met hen samenwerken om synergieën en samenwerking tussen hen en tussen de relevante belanghebbenden (inclusief beleidsmakers op alle niveaus op de relevante beleidsgebieden) te verbeteren en het beleid op een beslissende manier te promoten opname van het onderzoek om ongelijkheden te overwinnen. Het zal netwerken genereren voor onderzoek en beleidsontwikkeling en concrete beleidsrichtsnoeren bevorderen en volgen voor systeembrede, geïntegreerde en - waar nodig - beleidsoverschrijdende strategieën voor effectieve interventie.

Budget

3,5 miljoen euro voor de onderzoeks- en innovatieacties

3 miljoen euro voor de coördinatie en ondersteuningsactie

Info & contact

Meer informatie kan je terugvinden op de website van de Europese Commissie.

Nationaal contactpunt

NCP Flanders

manhei.to@fwo.be

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons