Home > Werk en sociale zaken > Eu nieuws >

Toch witte rook voor coördinatie sociale zekerheidsstelsels

20 maart 2019 - door Maarten Libeer

Hoewel het door velen al werd beschouwd als een verloren zaak, bereikten de Europese medewetgevers gisteren dan toch een akkoord over de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels. Deze overeenkomst actualiseert en beschermt de rechten van burgers die naar een ander EU-land verhuizen en vergemakkelijkt de samenwerking tussen nationale autoriteiten. Het is een stap in de goede richting omdat het de coördinatie van de sociale zekerheid vergemakkelijkt en zorgt voor betere informatie uitwisseling om zo de kans op misbruik te verkleinen. Toch zitten er voor België heel gevoelige mechanismen in. De belangrijkste in dit opzicht is het feit dat werknemers al na één maand werken aanspraak zouden kunnen maken op een werkloosheidsuitkering. Hoewel dit interinstitutioneel akkoord nu wel rond is, is het nog steeds onzeker of het ook definitief wordt aangenomen. Het moet nu nog goedgekeurd worden door het Europees Parlement en de lidstaten. 

Toch witte rook voor coördinatie sociale zekerheidsstelsels

Werkloosheidsuitkeringen:

Na verschillende impasses in de trialogen, waren de medewetgevers toch in staat om een ​​compromis te vinden: 

- De werkloosheidsuitkeringen kunnen geëxporteerd worden naar een andere EU-lidstaat gedurende 6 maanden.

- Het recht te hebben om na één maand gewerkt te hebben in een lidstaat, aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering in de lidstaat in kwestie

- Maximale export van werkloosheidsuitkeringen voor grensarbeiders (een persoon die minstens één keer per week terugkeert naar hun staat van residentie) te verhogen naar 15 maanden. Het Europees Parlement wilde in eerste instantie dat deze export van uitkeringen zou lopen totdat de sociale uitkeringen waren uitgeput, een standpunt dat veel mensen onuitvoerbaar vinden, aangezien de werkloosheidsuitkeringen in sommige lidstaten onbeperkt zijn, waaronder ook België.

Gegevensuitwisseling:

- De werkgever moet de autoriteiten van het uitzendende land informeren over alle gevallen van verzending die zullen plaatsvinden, met uitzondering van zakenreizen. Het uitzendende land moet de relevante feiten beoordelen en de juistheid ervan garanderen.

- Als de nationale autoriteit in de zendstaat na 35 dagen nog steeds het A1 formulier (dat een bewijs is van lidmaatschap van een socialezekerheidsorganisatie) niet heeft verzonden naar het gastland, zal de werknemer met terugwerkende kracht verbonden zijn aan het sociale zekerheidsstelsel in het gastland. Dit zou sociale dumping moeten tegengaan. 

- De voorafgaande aansluiting bij een nationale zekerheid voordat de werknemer wordt uitgezonden, is vastgesteld op drie maanden. Het Parlement heeft er ook voor gezorgd dat de ontvangende nationale autoriteit vóór zijn vertrek op de hoogte wordt gesteld van de verzending van een werknemer.

Als dit niet wordt nageleefd, kan naar de Europese Arbeidsautoriteit worden gestapt om het dispuut te regelen. 

Wat nu? 

Het is niet omdat de twee medewetgevers een akkoord hebben gevonden, dat alles al rond is. Er is sprake van blokvorming binnen de lidstaten, die niet opgezet zijn met het akkoord en dan specifiek over de export van werkloosheidsuitkeringen. Dit blok bestaat uit Nederland, Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, België en Luxemburg. 

Het Roemeense voorzitterschap zal de ambassadeurs in het Comité van permanente vertegenwoordigers I (Coreper I) op woensdag 27 maart informeren. Het document zal naar verwachting worden verspreid onder delegaties op maandag 25 maart.

 

Lees het persbericht hier. 

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons