Home > Werk en sociale zaken > Eu nieuws >

EPSCO-raad 15 maart: conclusies

18 maart 2019 - door Maarten Libeer

 

Afgelopen vrijdag was er de eerste EPSCO-raad onder het Roemeens voorzitterschap. De belangrijkste thema's waren een beleidsdebat over het Europees Semester en de landenspecifieke rapporten, de onderhandelingen over het Europees globaliseringsfonds, een debat over de sociale dimensie post 2020 en een uiteenzetting van het voorzitterschap over de evolutie van de wetgevende initiatieven. Voor België tekende Kris Peeters present. 

 

EPSCO-raad 15 maart: conclusies

Europees Semester

De ministers van de verschillende lidstaten reflecteerden over welke initiatieven genomen konden worden in de context van de Europese pijler voor sociale rechten. Deze zouden moeten zorgen voor kwalitatieve jobs, om werk - en sociaal beleid positief te linken met elkaar en een indicatie te hebben van welk beleid het best helpt om werkloosheid aan te pakken.

Er was een brede concensus dat extra middelen onontbeerlijk zijn om de principes van de pijler te bereiken. Ook werd de nood om speciale aandacht voor kwetsbare groepen (jongeren, mensen met een beperking, ouderen, mensen met een migrantieachtergrond en langdurig werklozen) onderstreept en werd de genderkloof specifiek aangehaald als aandachtspunt. 

Europees Globaliseringsfonds.

De EU-lidstaten hebben een gedeeltelijk politiek akkoord bereikt ("general approach") over de verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) voor de periode 2021-2027, die grotendeels het voorstel van de Europese Commissie handhaaft.

Zo hebben de lidstaten de verlaging van de trigger voor bedrijven tot 250 werknemers gehandhaafd, zoals voorgesteld door de Europese Commissie (momenteel is deze drempel 500 werknemers) en een uitbreiding van de reikwijdte van de subsidiabiliteit tot herstructureringszaken. Ten slotte hebben zij het medefinancieringspercentage gelijkgetrokken met het hoogste medefinancieringspercentage van het Europees Sociaal Fonds plus (ESF +), namelijk 60%.

Er zullen geen interinstitutionele onderhandelingen plaatsvinden, gezien het mandaat van het Europees Parlement bijna afloopt. 

Europees sociaal beleid na 2020

Gehoor gevend aan de kritiek dat de EU heel vaak een sociale dimensie mist, onderstreepten de ministers de nood aan een versterkt sociaal engagement voor Europa. De grootste problemen liggen in de heterogeniteit tussen de verschillende lidstaten. Er werd een nadruk gelegd op opwaartse sociale convergentie, gestoeld op een collectieve samenwerking op vier domeinen: demografische veranderingen, globalisatie, digitalisering en automatisering. Daarnaast werd aangehaald dat de EU rekening moet houden met de verschillen in sociale modellen tussen én binnenin de lidstaten. 

Coördinatie sociale zekerheidssystemen 

Tijdens de briefing over de wetgevende initiatieven was er ook in de Raad geen overeenstemming over hoe dit dossier aan te pakken. De ene groep landen - waaronder Denemarken, Nederland, België, Luxemburg, Oostenrijk en Duitsland - zien er geen noodzaak in om dit dossier nog voor het einde van het parlementair mandaat af te werken. Een andere groep landen - bestaande uit Frankrijk, Spanje, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Zweden - willen dit wel zo snel mogelijk afronden en lijken ook in de meerderheid te zijn. De eerste groep landen hebben ook problemen met het gebrek aan transparantie van het Roemeens voorzitterschap. 

Op dinsdagavond 19 maart komen de medewetgevers opnieuw bijeen om het netelige wetgevingsprobleem te bespreken . Sommigen denken dat het mogelijk zal zijn om de onderhandelingen tot eind maart voort te zetten en dat een overeenkomst binnen handbereik is als het Europees Parlement aanzienlijke concessies doet, met name ten aanzien van pluriactiviteit, maar of dit zal gebeuren blijft koffiedik kijken. 

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons