U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 - Spatial justice, social cohesion and territorial inequalities (REV-INEQUAL-07-2016)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Location matters. This could hardly be truer than with regard to the place where people live, including neighbourhood, city, region, and country. Where one is born and raised (still) determines to a considerable extent one's opportunities and constrictions and it also impacts on one's personality. Spatial influences on the quality of life, development and opportunities of children and the elderly are also significant in this regard. Attention should be paid to access and quality of health as well as to the gender dimension. Despite technological developments which are making the notion of 'space' somewhat more relative, social mobility is constrained by many spatial and institutional factors, especially for the young and those living in precarious conditions. Yet, from an equality and spatial justice perspective, the place of birth or living should have as little impact as possible on socio-economic chances and public policies should be in place to lessen such inequalities. At a political level, it seems that regional, and sometimes sectarian, movements and parties appear to be gaining ground in Europe, whereas Member States and the European Union are losing political credit. After a long period of catching-up for most of the disadvantaged regions, inequalities among regions within Member States are now growing again. As 'hollow' States find it hard to develop appropriate answers to increasing inequalities, citizens are seeking locally and socially inclusive innovative solutions within their immediate environment or communities. Territorial patterns are shifting and some cities are taking the lead in global challenges (e.g. with regard to sustainability, transport and climate change) while others are lacking behind.

Scope:

The research to address this challenge should focus on one or two dimensions that have to be comprehensively addressed. The research may also cover other issues relevant for addressing the specific challenge.

1) Territorial Cohesion, Spatial Justice and Solidarity in Europe

Research should explore links and tensions between territorial cohesion, sustainable development and spatial justice in Europe at times of crisis. Different concepts of spatiality ought to be considered inter alia in the light of their institutional contexts. In particular, research should assess whether and if so how and why territorial cohesion could or should be understood as a prerequisite for achieving sustainable economic growth, including environmental sustainability, and maintaining democratic capacities for adaptation and change. Research will survey empirically existing and emerging spatial and territorial inequalities and evaluate them normatively from perspectives of justice and fairness. A representative number of divergent spatial entities in Europe (and beyond, where appropriate) have to be studied. Research should in particular explore and appraise the socio-economic and political consequences of the financial strains for territorial cohesion in times of austerity. The links between socio-economic disparities, regional inequalities, the urban/rural divide and identities should also be considered. Conceptual connections between social and economic cohesion, the European Social Model and human rights should be explored. The distribution, size and availability of public services in the fight against spatial inequalities should be thoroughly assessed.

2) Regionalism, a question of political and social equality?

Research should explore whether, and under which circumstances, claims to (more, or partial) regional autonomy or decentralisation are - or are not - justifiable on account of economic, political and social justice. Cross-country comparisons of different concepts of regional development are invited, especially in the context of a growing North-South divide in Europe. In particular, research should explore whether and why a relatively high degree of regional distinctiveness in terms of economic development, social structures and, where appropriate, culture and identity, may require certain degrees of autonomy. Research should consider whether and to what extent the quest for regional autonomy could be seen as an alternative for EU social cohesion policies. The relationship between the use of the potentials of distinctive spatial resources on the one hand and equality, equal opportunities and justice on the other ought to be considered.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU in the order of EUR 5 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. This does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

Research will contribute to conceptually and empirically enhancing the knowledge base on spatial justice and territorial inequalities. It will also contribute to identifying policies promoting spatial justice and socio-economic well-being at various levels of governance (incl. local organisations and stakeholders). Research will reappraise existing cohesion policies and instruments, as well as the essential role of public services and make recommendations for their continuation under conditions of austerity. Research will also make a contribution to conceptualising the European Social Model. Research will improve the knowledge base on the relation between regional policy and political claims to regional autonomy and decentralisation. Solutions for a more cohesive European territory should be proposed.

Budget

2016: 37,5 miljoen (indicatief)

Begunstigden

Research & innovation actions (RIA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Meer info: zie de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons