U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 - Dynamics of inequalities across the life-course (REV-INEQUAL-03-2016)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Existing and rising inequalities pose fundamental challenges to European societies and economies. The sources of inequalities in contemporary societies are complex and highly intertwined. A key concern and indeed challenge is the increasing gulf between rich and poor exacerbated by the financial and economic crises and ensuing high unemployment rates, especially among the young and marginalised groups. The action should address the underlying mechanisms behind existing inequalities in general and the development of inequalities across the life-course in particular. In this context, time is a significant and often neglected key resource. The evolution of disposable time over the life-course can be an important indicator of intergenerational inequalities and raises questions of intergenerational justice and solidarity. A new understanding of the complex dynamics of inequalities across life-courses and between generations as well as their relationships with social cohesion in a contemporary historical perspective is therefore needed. The specific challenge of this call is to address these dynamics comparatively in their social, cultural, economic and political dimensions.

Scope:

Activities under this topic should contribute to exploring the underlying dynamics, structures processes and measurement of inequality across life-courses and contribute to better understanding some of the most pressing problems of present-day society related to inequality and social cohesion. They aim to engage, bring together and broaden the research community including in Southern and Central and Eastern Europe, and facilitate capacity-building for research into inequalities and life-courses on a comparative, multi-disciplinary and cross-national basis which has to take account of the variety of situations, including in Southern and Centrals and Eastern Europe. The participation of disciplines such as sociology, education, law, demography, population health, political science, economics, history, anthropology and psychology is anticipated and encouraged.

Building on and taking stock of existing data, research should compare the life-courses of different generations in Europe and also set them into relation to disposable time and income. Comparisons should be made between time-use patterns of various generations, whereby special attention should be paid to the elderly, gender differences and of rural and urban populations in Europe, in order to investigate the conditioning factors of disposable time at various stages of the life-course at both the individual and structural level.

Research should examine how crucial points in the life-course of individuals and crucial demographic events can precipitate or mitigate the risk of poverty and social exclusion. It should disentangle the impact of past events and current circumstances on later outcomes. Research could also address issues such as intergenerational justice. It may be opportune to employ demographic modelling. Research should provide the evidence base for effectively planning time in the working environment, but also insights on how relevant policies, such as pension, employment including extended working life, social, housing or education policies, can provide the frameworks in which men and women feel that they can use their life time in a manner they experience as healthy, comfortable and fair. Research should make recommendations regarding possible harmonization of European data sources available to study inequalities.

The proposed ERA-NET Cofund should include countries from all regions of Europe, including the Southern and Central and Eastern European countries. It aims at coordinating the research efforts of the participating Member States, Associated States and Regions in the field described. Proposals should pool the necessary financial resources from the participating national (or regional) research programmes and implement a joint transnational call for proposals with EU co-funding (resulting in grants to third parties) to fund multinational innovative research initiatives in this domain. Proposers are encouraged to implement other joint activities, including additional joint calls without EU co-funding.

Participation of legal entities from international partner countries is encouraged in the joint call as well as in other joint activities. Participants from countries which are not automatically eligible for funding may nonetheless request a Union contribution on to cover the coordination costs of additional activities on the basis of the ERA-NET unit cost.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of a maximum of EUR 5 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. This does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

Effective trans-national, pan-European research networking and synergies among national/regional and EU research programmes in the area, including in Southern, Central and Eastern Europe, will increase the knowledge base on the dynamics of inequality over life-courses and especially the role of time with regard to inequalities, realities and conceptualisations of life-courses and intergenerational justice. It will lead to sustainable approaches to work/family/recreation balances. Research is expected to draw conclusions and make recommendations on sustainable future interactions between human capital and social capital in order to help reversing inequalities. The projects should provide practical solutions to reverse inequalities across the life course. A survey of approaches to inter-generational justice systems, projections of future scenarios as well as recommendations on the feasibility and extent of European convergence should be provided.

Delegation Exception Footnote:

This activity directly aimed at supporting the development and implementation of evidence base for R&I policies and supporting various groups of stakeholders. It is excluded from the delegation to Research Executive Agency and will be implemented by the Commission services.

Budget

2016: 5 miljoen euro

Begunstigden

ERA-NET Cofund actions At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other. Participants in ERA-NET Cofund actions must be ‘research funders’, i.e. legal entities owning or managing public research and innovation programmes.

Meer info: zie de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons