U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Transport > Wegvervoer > Calls >

H2020 – ERA-NET Co-fund on electromobility (GV-12-2016)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

At present, the first generation of electric vehicles have proven their potential although there is still scope for future improvement. So while research and the development of electric vehicle technology has progressed well, the integration of new technologies in the existing transport system still requires substantial effort, mainly in urban areas. The sound deployment of electric mobility in European cities and the realisation of a certain degree of alignment require the involvement of stakeholders at national, regional and even local authority level, who are in charge of the legislative and regulatory framework. Integrated with, but not overlapping, the European Green Vehicles Initiative, the ERA-NET Cofund represents a new dimension of Public Private Partnership. It ensures that the complementary approaches and means of national and regional authorities are appropriately included and receptive to research achievement from the industrial sector.

A European approach is essential to realise the ambition of effectively bringing electric mobility to the market: it allows key players to come together on a transnational scale; it helps to identify and to tackle the barriers holding back the introduction of innovative urban electrification products and services in the single market. Implementation of electrification needs to be increasingly based on partnerships that build the necessary scale and scope, and achieve greater impact from scarce public and private resources.

Scope:

The proposed scope of the ERA-NET Cofund on Electric Urban Mobility reflects the progress that was made in previous years and consequently sets a specific focus on urban areas, where the next important steps in the innovation cycle will take place. Proposals will aim at the innovation and deployment needs for 2020 and the years after. Activities should focus on demonstrating and validating solutions that have already reached sufficient maturity for deployment. These should be complementary to, and not duplicate the scope of, the other projects of the European Green Car and European Green Vehicle Initiatives. Appropriate user and general public acceptance, regulatory, market up-take, social, environmental and resource efficiency aspects should be included. In principle all modes of surface transport are relevant. Urban freight and logistics is in scope (e.g. smart urban delivery fleets), but the focus will rather be on passenger transport (e.g. car sharing with EVs).

The proposals should pool the necessary financial resources from the participating national and regional research programmes with a view to implementing a joint call for proposals resulting in grants to third parties with EU co-funding in this area. Proposers are encouraged to include other joint activities including additional joint calls without EU co-funding. Call content should take into account the European Green Vehicles Initiative to ensure no duplication of funding.

Participation of legal entities from international partner countries is encouraged in the joint call as well as in other joint activities. Participants from countries which are not automatically eligible for funding[[http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cros…]] may nonetheless request a Union contribution to cover the coordination costs of additional activities on the basis of the ERA-NET unit cost.

To adequately address this specific challenge and generate a substantial impact, a call volume of EUR 30 million is considered to be appropriate (including a contribution from the EU of up to EUR 10 million).

Nota bene: Budgets should be determined in consultation with the respective initiatives to balance ambition in achieving critical mass and absorption capacity as well as aligning financial planning between MS and the EU.

Expected Impact:

This action will result in:

― Acceleration of the time to market of affordable, cost-effective and socially acceptable solutions to integrate electric mobility in Europe's urban transport systems.

― Reduction of the environmental footprint and the energy payback time.

― Strengthening the industrial technology base, thereby creating growth and jobs in Europe.

― Tangible and practical guidance to the decision makers in the relevant authorities and support industry as well as the service sector to provide suitable and feasible solutions for electric mobility in European urban areas.

― Contribution to climate action and sustainable development objectives.

Delegation Exception Footnote:

This activity directly aimed at supporting the development and implementation of evidence base for R&I policies and supporting various groups of stakeholders is excluded from the delegation to the Innovation and Networks Executive Agency (INEA) and will be implemented by the Commission services.

Budget

10 miljoen euro (indicatief)

Begunstigden

ERA-NET Cofund action (IA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other. Participants in ERA-NET Cofund actions must be ‘research funders’, i.e. legal entities owning or managing public research and innovation programmes.

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Info & contact

Nico Deblauwe

Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie

02 432 43 00

ndb@iwt.be

*****

Link naar het H2020 participant portal ...

Link naar het Smart, green and integrated transport werkprogramma 2016-2017 ...

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons