U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Transport > Calls >

H2020 – Electrified urban commercial vehicles integration with fast charging infrastructure (GV-08-2017)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Electrification of different types of transportation and delivery typically in urban and suburban areas (including buses, vans, medium trucks, and specialist vehicles such as trucks for refuse collection) is a privileged path to reduce their energy consumption and emissions. At the same time, achieving the same range capabilities using large over-night charged batteries would undermine their payload capacity and vehicle performance (e.g. acceleration and hill climbing ability). It is therefore necessary to integrate either a range extender or solutions for the fast transfer of significant energy volumes, be it at terminals, loading/de-loading stops or in-route. However, large magnitude power transfer directly from the grid can be costly and introduce disturbances into the grid. Furthermore, large power flows in relation to the total energy capacity of the involved energy storage systems may be harmful to the energy storage systems. Therefore, the different options of rapid charging at stops and terminus need to be assessed and compared with respect to cost and their impact on the power grid. The overall challenge is to design integrated, energy efficient low emission vehicles taking into account the powertrain, energy storage and the charging infrastructure needed to cover the intended missions, without compromising on vehicle performance or comfort and safety of the vehicle driver and occupants or increasing the final costs to the users/customers.

Scope:

Actions should address the development of vehicle drive train concepts and energy storage (battery and super-capacitor) which can deliver the required vehicle performance and are able to operate in a pure electric mode with high energy recovery capacity. This will ensure zero emissions and low noise pollution either on the whole mission or in designated low-emission zones, while permitting in the second case highly efficient, low environmental impact internal combustion engine operation without range restrictions in other areas. Such technologies can be applied to one or both of the following vehicle types:

― Electrified medium duty trucks for urban and peri-urban applications (freight delivery, refuse collection, etc.) capable of time efficient operation.

― Electrified high capacity (at least 12 m) buses for urban use, capable of following normal timetables and when needed to effectively charge and drive at bus stops with multiple bus lines.

For both above applications, where appropriate, development and integration in the vehicles, of power transfer solutions for ultrafast (< 30 seconds), superfast (< 5 minutes) and/or fast (< 30-50 minutes) wireless and contact-based electric energy transfer technologies, demonstrating how the system level efficiency and economic impacts can be achieved, including amortisation of infrastructure.

To ensure the acceptability of such systems into the market, negative effects on battery life and the grid, and measures to mitigate them should also be developed and integrated in the global system, as well as standardisation and health and safety implications.

Extension of these concepts to lighter vehicles should be taken into account wherever appropriate to enhance opportunities for exploitation.

An interaction with interested European cities to provide input on needs and implementation plans will be performed targeting market readiness by 2023.

Proposals could foresee cooperation with entities participating in projects funded by Japan and US to exchange knowledge and experience and exploit synergies in the field of fast charging and its impact on infrastructure in view of establishing future international standards.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of between EUR 5 and 15 million each depending on the number of developed vehicles and charging technologies would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

All actions will contribute to climate action and sustainable development objectives by achieving the following targets.

For electrified medium duty trucks for urban use:

― Energy efficiency improvements up to 70% in comparison with equivalent category conventional vehicles are targeted, with full electric driving ranges of at least 50 km (including energy recuperation and superfast charging at delivery stops).

― Low noise operation (<72 dB) allowing e.g. off peak delivery.

― Polluting emissions below Euro VI with a Conformity Factor of 1.2 in real driving when in range extended mode.

For electrified high capacity buses for urban use:

― Bus energy efficiency improvements similar to dual mode medium duty trucks, with an average speed compatible with normal bus operation, depending on whether charging take place only at end terminals or at bus stops.

― Polluting emissions below Euro VI with a Conformity Factor of 1.2 in real driving when in range extended mode.

― Reduced operating costs competitive with conventional low emissions buses or trucks.

For fast charging infrastructure:

― Power transfer capability above 100kW

― Transfer efficiencies above 90% for static contactless systems

Budget

133 miljoen euro

Begunstigden

Innovation action (IA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons