U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Transport > Calls >

H2020 – Demonstration (pilots) for integration of electrified L-category vehicles in the urban transport system (GV-10-2017)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

Growing urbanisation in Europe is generating increased traffic congestion, greenhouse gas emissions, and air pollution. Economic development requires an efficient and sustainable mobility system and European citizens need affordable and adaptable transport options through synergies between different modes. L-category vehicles, for individual passenger transport and for small logistics, are an effective solution to address the growing problems of traffic congestion in towns and cities across the EU. Smaller, lighter and more specialised than other vehicles, their use produces economic savings in terms of time gained, energy consumption and space required for moving and parking. Electrified L-category vehicles (EL-Vs) are a further step towards an even more sustainable urban mobility but they are still a niche market, mainly due to cost, lack of public information and limited direct user experience. However, last generation EL-Vs, and those currently under development, could meet mainstream customer expectations and contribute to urban quality of life.

Scope:

Proposals should focus on the demonstration of the potential market penetration of EL-Vs in different European cities. It should enable EL-V manufacturers to make vehicles more attractive to the general public, support a mind-shift and encourage the uptake of EL-Vs (in particular two/three wheelers and light quadricycles). The demonstration of EL-Vs as private, shared, or service vehicles will make the public more familiar with easy to operate EL-Vs and allow overcoming issues such as range anxiety. Enabling users to experience the wide range of EL-Vs as part of their daily personal mobility, will make them more aware of their real mobility needs and allow the integration of EL-Vs with other private and public modes of transport. Surveys among private and professional users should measure in how far the demonstration projects provide attractive services and match market demands.

The scope includes deployment of ICT tools for driver support and services such as communication with back-office, booking, route scheduling, real time monitoring of vehicle performance to enhance eco-driving and for integrating EL-Vs into the urban transport. The scope also includes the compatibility of EL-Vs with other vehicles’ charging stations and with cheaper charging devices, such as home chargers.

Compatibilities and potential incompatibilities between different categories of vehicles (L, M, N) should be identified and documented, suitable to serve as a basis for creating or adapting street rules, type approval regulations, standards and policy measures for the deployment of an effective charging infrastructure.

The consortium should have at least two cities as beneficiaries.

In order to maximise the impact in this topic, the focus of investments planned in these proposals should be on the demonstration of the potential market penetration of EL-Vs in different European cities, rather than purchasing the actual vehicles and their appropriate infrastructure.

This topic is particularly relevant for SME participation.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of between EUR 7 to 10 million each would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude submission and selection of proposals requesting other amounts.

Expected Impact:

As described in the specific challenge above, the demonstration will contribute to assess the potential market penetration of EL-Vs and consumers’ needs and expectations.

Actions are expected to give details on their contribution to speed up the penetration of EL-Vs into the market and will supply the manufacturer with crucial information for the development and the engineering work of the next generation of EL-Vs.

The work on deployment of ICT tools for driver support and services is expected to give the vehicle manufacturers and mobility service providers the necessary information to develop successful business models.

Actions will demonstrate how the proposed innovation will contribute to quality of life in urban environments (including commuting), and will provide recommendations for effective policy measures supporting the deployment of EVs, as well as for an optimised grid and charging infrastructure, able to guarantee compatibility among different type of EVs.

In addition, the demonstration will provide data on real driving conditions useful to design policy measures (i.e. optimal amount and distribution of public charging points, identification and possible areas accessible only to electrical L vehicles, interaction with other means of transport and vulnerable road users).

Project results will also contribute to climate action and sustainable development objectives.

Budget

133 miljoen euro

Begunstigden

Innovation action (IA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons