U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

EFRO: Stijgend gebruik van groene warmte en toename productie hernieuwbare energie - GTI Kempen

Deadline

Doelstellingen

Specifieke doelstelling 4 – Stijgend gebruik van groene warmte en een toename van de productie van hernieuwbare energie - GTI Kempen Europa heeft zichzelf de doelstelling opgelegd om het aandeel van hernieuwbare energie in de totale nationale energieconsumptie te doen stijgen tot 20%. De verdeling over de lidstaten leverde voor België de doelstelling op om tegen 2020 13% van haar totale energie te halen uit hernieuwbare energie. Het operationeel programma EFRO legt de specifieke focus op het wegwerken van knelpunten die het behalen van de doelstellingen van het Vlaamse energiebeleid belemmeren op het gebied van hernieuwbare energie, meer bepaald inzake groene warmte, recuperatie van restwarmte en warmtenetten. Groene warmte is warmte die wordt geproduceerd uit een hernieuwbare energiebron. Er bestaan diverse vormen van groene warmte: bv biomassa, benutting van warmte uit de ondergrond (ondiepe en diepe geothermie), … . Restwarmte is warmte/koude die anders verloren zou gaan, maar wordt opgevangen en opnieuw ingezet. Alhoewel restwarmte strikt genomen niet onder de definitie van groene warmte valt, wordt dit bij de beleidsvoering wel mee opgenomen. Het is immers aangewezen in eerste instantie (fossiele) restwarmte te recupereren en vervolgens de beschikbare groene warmte in te zetten. Investeringssteun voor de recuperatie van restwarmte, en de distributie van restwarmte via warmtenetten bestaat reeds via de calls groene warmte van VEA. Binnen EFRO ligt de focus op het faciliteren en genererenvan projecten. Het globale rendement van groene warmte en restwarmte kan worden verhoogd door de aanleg van warmtenetten, die de warmte transporteren naar andere of meerdere verbruikers. Knelpunten voor warmtenetten zijn o.m. de hoge investeringsbedragen met relatief lange terugverdientijden en anderzijds de samenwerking tussen meerdere partijen die er doorgaans bij betrokken zijn. Er bestaat reeds investeringssteun voor de aanleg van warmtenetten voor verschillende vormen van warmte. EFRO-steun is mogelijk voor de aanleg van warmtenetten die nog niet worden gesteund op Vlaamsniveau. Investeringen die tot de doelgroep behoren van reeds bestaande subsidiekaders komen niet in aanmerking voor EFRO-steun, bv warmtenetten voor de distributie van restwarmte. Binnen deze EFRO-oproep wordt de focus gelegd op het faciliteren en/of demonstreren van zowel de opwekking van groene warmte en recuperatie van restwarmte, als op het transport van deze warmte met organisatie-overschrijdende warmtenetten. Binnen deze call zijn zowel investeringsprojecten als werkingsprojecten mogelijk. Het project moet zich focussen op het wegwerken van knelpunten. Belangrijk hierbij is dat de uit het project gegenereerde oplossingen een duidelijk overdraagbaar karakter hebben, zodat deze ook bruikbaar zijn voor uitvoerders van gelijkaardige projecten. EFRO projecten kunnen bijvoorbeeld inspelen op:

  • Realisatie van demonstratie- en pilootprojecten;
  • Haalbare toepassingen/projecten voor koppeling tussen productie, verdeling en afname van groene warmte of restwarmte;
  • Oplossen van technische, financiële, juridische knelpunten en fasering van (gemengde) warmtenetten (industrie, stadverwarming, agrosector,…) op basis van een concrete pilot;
  • Het faciliteren van samenwerking tussen producenten, leveranciers, transporteurs en afnemers van groene warmte en restwarmte;
  • Organisatie van een kennisplatform: bundelen en dissemineren van kennis op een brede Vlaamse basis. 

Bij deze oproep horen verder nog specifieke aandachtspunten:

  • Het project moet inpasbaar zijn in de strategische ontwikkelingskaders voor de Kempen. Dit moet duidelijk worden toegelicht in het projectvoorstel (zie aanvraagformulier – link met het beleid).
  • Projecten dienen bij te dragen tot de output- en resultaatsindicatoren (zie 4. Indicatoren).

 GTI Kempen en DYNAK De Kempen is een regio in transitie. De regio groeide de voorbije eeuw tot een belangrijk industrieel centrum. Momenteel is het zelfs de meest geïndustrialiseerde regio van Vlaanderen. De laatste jaren is er echter spraken van een de-industrialisering en vinden er bijgevolg heel wat bedrijfsinkrimpingen en sluitingen plaats. Deze evolutie stelt de regio voor belangrijke uitdaging op het vlak van verdere economische ontwikkeling en tewerkstelling. De economische schok die de Kempen nu ervaart biedt echter ook kansen. Vermits stilstaan achteruit gaan is, wordt de regio verplicht zich heruit te vinden en zich zo verder te ontwikkelen tot een innovatief, creatief industrieel centrum, dat beantwoordt aan de noden van de 21ste eeuw. De regio beschikt echter ook over de ingrediënten voor een slimme transformatie van het economisch weefsel:

  • uitgebreide kennisbasis
  • innovatieve bedrijven
  • bestaande netwerken
  • en een sterke motivatie bij de regioactoren

 Vanwege de druk op de regio, maar ook vanwege de potentiële ontwikkelingsmogelijkheden, koos de Vlaamse Regering ervoor om een GTI voor de Kempen te ontwikkelen. Hierdoor krijgt de Kempen een extra financiële ondersteuning  om zich verder te ontwikkelen en te ontplooien, ook in een ruimer geografisch verband.  Hiervoor wordt verder gebouwd op het goede werk dat binnen het streekoverleg door de verschillende partners binnen RESOC Kempen werd verricht rondom het streekpact en rondom DYNAK, het economische koepel- en accelaratieprogramma dat een onderdeel is van de uitvoering van het streekpact. Sommige slimme specialisatieprojecten uit de DYNAK-studie zullen eerder op de lange termijn leiden tot economische groei en tewerkstelling. Daarom werd DYNAK aangevuld met een economisch koepel- en acceleratieprogramma met projecten en acties die op de korte termijn (2 tot 5 jaar) impulsen geven aan de regionale economie. Het betreft geen gesloten lijst. Deze projecten zullen altijd moeten bijdragen aan de versterking van het regionaal ecosysteem en zijn bij voorkeur te situeren in de één van de zes Slimme Kempense specialisatie-sectoren. Vanuit dat opzicht zijn het echte hefboomprojecten, die zowel op korte als lange termijn bijdragen aan de welvaart en welzijn van de regio. Meer informatie rond de strategische ontwikkelingskaders voor de Kempen: http://www.resockempen.be/dynak-dynamisch-actieplan-kempen/ 

Budget

Het EFRO - steunpercentage bedraagt maximaal 40%. De totale subsidiabele kosten worden gelijkgesteld aan 100%. De EFRO – bijdrage en (eventuele) cofinanciering door Vlaamse overheden (Vlaamse overheid, Provincie, lokale besturen) kunnen samen maximaal 85% bedragen van de totale projectkosten. De promotor dient in principe minimaal 15% zelf te financieren. De toekenning van Vlaamse, provinciale of andere cofinanciering dient uiterlijk bij de definitieve goedkeuring van het project te worden bevestigd. Voor deze oproep wordt een budget voorzien van 3 miljoen euro EFRO-steun.

Begunstigden

Alle entiteiten met rechtspersoonlijkheid

Info & contact

Meer lezen: http://www.agentschapondernemen.be/sites/default/files/documenten/92_-_efro_oproep_gti_kempen_p3_sd4_-_20151027.pdf : oproepfichehttp://www.agentschapondernemen.be/artikel/praktische-gidsen-en-sjablonen: praktische gidsen

 

Contact in Vlaanderen:

Provincie Antwerpen: Bezoekersadres: Desguinlei 100, 2018 Antwerpen, Postadres: Koningin Elisabethlei 22, 2018 Antwerpen, Stijn.AERTBELIEN@provincieantwerpen.be (03/240 68 24)

Centraal Programmasecretariaat:

Entiteit Europa Economie, Koning Albert II-laan 35 bus 12, 1030 Brusselwouter.borremans@agentschapondernemen.be (tel. 02/553.38.32)liezelotte.deschrijvere@agentschapondernemen.be (tel. 02/553.37.23)erik.degendt@agentschapondernemen.be (tel. 02/553.27.22)

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons