U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Horizon2020 - Agri-Aqua Labs

Deadline

Inleiding

Opgelet: meerdere deadlines! 2018: 13/2 en 11/9 -- 2019: 23/1 en 4/9

Doelstellingen

Voorstellen moeten slechts betrekking hebben op een van de volgende subonderwerpen:

 

A. [2018]: Het genoom van landbouwhuisdieren begrijpen, de expressie ervan en de vertaling in eigenschappen (RIA)

 

Voor de toepassing van subonderdeel A gelden de termen "dier" en "bedrijf" zowel voor landdieren als voor waterdieren. Onderzoeksactiviteiten moeten experimentele gegevens genereren om in kaart te brengen welk deel van gekweekte dierlijke genomen actief zijn (codering of regulatie), en onder welke omstandigheden de resulterende fenotypes karakteriseren en beoordelen hoe fenotypes worden beïnvloed door genetische en epigenetische veranderingen. Bio-informaticaanalyses zouden de identificatie van deze functionele en structurele elementen in genomen moeten ondersteunen en de ontwikkeling van gereedschappen voor voorspelling van genotype voor fenotype mogelijk moeten maken. Werk moet ook helpen bij het ontwikkelen of uitbreiden van terminologieën (ontologieën) om annotaties te beschrijven, te vertegenwoordigen en te standaardiseren. Voorgestelde projecten moeten gericht zijn op een of meer landbouwhuisdieren met hoogwaardige genoomassemblages (met name koeien, kippen, varkens, schapen, zalm en andere relevante soorten), gericht op specifieke weefselpanelen en adrescorrelaties tussen normale en abnormale situaties. Ze kunnen zich richten op verschillende fysiologische en ontwikkelingsstadia en verschillende rassen binnen dezelfde soort, waar dit een toegevoegde waarde biedt voor het begrip van de relatie genotype tot fenotype. Wat betreft de annotatie van het genoom moeten de voorgestelde projecten FAANG [1] -metadata-standaarden en kernassays gebruiken en coördineren met andere projecten om overlappingen te minimaliseren. De gegevens moeten in overeenstemming met deze normen worden voorgelegd aan relevante Europese biologische gegevensarchieven om ervoor te zorgen dat ze beschikbaar zijn voor de hele gemeenschap (EMBL-EBI [2]). De voorgestelde projecten moeten, waar van toepassing, innovatieve hulpmiddelen ontwikkelen en testen om gerelateerde fenotypen, waaronder intermediaire fenotypen, te meten. Activiteiten kunnen biomarkers en hun proxy's omvatten, evenals sensoren, samen met manieren om gerelateerde fenotypen op populatieniveau te registreren (ongeacht of het gaat om referentiepopulaties of niet). Voorstellen moeten een taak bevatten om te clusteren met andere projecten die in het kader van dit onderwerp worden gefinancierd.

 

B. [2019]: kijken naar plantaanpassing (RIA)

 

Voorstellen moeten ons inzicht vergroten in het vermogen van planten om zich aan te passen aan specifieke - vaak extreme - omstandigheden of om te reageren op plotselinge veranderingen in hun omgeving.

 

Ze zullen kijken naar de specifieke mechanismen (genetische, epigenetische, fysiologische, morfologische, metabole ...) en dynamieken die ten grondslag liggen aan adaptieve processen van gewassen en hoe deze reacties worden gemoduleerd door het type en de ernst van de condities / stress. Bij het bestuderen van de aanpassing van gewassen aan enkele of meerdere abiotische omstandigheden, moet het werk ook potentiële fitness-compromissen opleveren. Verwacht wordt dat voorstellen de capaciteiten voor het modelleren van reacties op plantadaptatie zullen verbeteren om veranderingen in plantprestaties beter te voorspellen en om gewasverbetering en gewasbeheerstrategieën te informeren. Bij het benutten van de resultaten van (semi) modelgewassen, zal het werk zich concentreren op cultuurplanten en relevante agronomische omstandigheden.

 

Voorstellen moeten voorzien in een taak voor gezamenlijke activiteiten met andere projecten die in het kader van dit onderwerp worden gefinancierd.

 

C. [2020]: plantaardige energiebiologie

Budget

€ 11.000.000

Info & contact

Alle informatie en documenten vindt u terug op het deelnemersportaal.

 

Vlaamse Contactpersoon:

Bij vragen kan u terecht bij ncpflanders via info@ncpflanders.be of 02 550 15 60. 

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons