U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 – Impact of Arctic changes on the weather and climate of the Northern Hemisphere (BG-10-2016)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

The climate is changing more rapidly in the Arctic than in any other region. There is evidence that these changes strongly affect ecosystems, people and communities inside and outside of the Arctic, including in Europe and North America. A better representation of processes specific to the Arctic (e.g. related to sea-ice formation and melting) in weather and climate models is required to better constrain the role of the Arctic in the global climate system and in the generation of extreme weather events. In connection with improved observations in the Arctic (see topic BG-09), this is necessary to improve the predictability of weather and climate in the Northern Hemisphere, and of related risks.

Scope:

Proposals should develop innovative approaches to improving the descriptions and modelling of the mechanisms, processes and feedback affecting Arctic climate change and its impacts on the weather and climate of the Northern Hemisphere, to further develop state-of-the-art climate models and predictions. Model performance should be assessed, and their ability to represent the links between polar and lower latitudes should be evaluated through coordinated model experiments. Actions should also explore the potential that an improved Arctic observation system – the subject of another topic in this call – would have on the accuracy of weather, and climate forecasts in the Northern Hemisphere, including Europe and North America, and also should identify gaps in data and observations. The activities should contribute to the programme of the Year of Polar Prediction (YOPP) [[http://www.polarprediction.net/yopp.html.]] and provide input to the improvement of short- to medium-term predictions of the Copernicus Climate Change Services (C3S) [[http://www.copernicus-climate.eu/.]]. Proposals should include a work-package to cluster with other projects financed under this topic and if possible also under other parts of Horizon 2020, and should build on projects funded under earlier calls. Links with projects resulting from the Belmont Forum call on climate predictability [[http://www.jpi-climate.eu/joint-actions/CPIL.]] are also welcome. Proposals should develop relevant forms of communication with the EU (and possibly national) services to adequately disseminate results that could be used for policy action. In line with the strategy for EU international cooperation in research and innovation[[(COM(2012)497)]], actions should contribute to implementing the Transatlantic Ocean Research Alliance. Due to the specific challenge of this topic, in addition to the minimum number of participants set out in the General Annexes, proposals should benefit from the inclusion of partners from the USA and from Canada[[Please note that participants from developed countries are not eligible for Horizon 2020 funding.]]. International cooperation with partners from other Arctic and non-Arctic third countries is also strongly encouraged.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of between EUR 7 million and EUR 8 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude the submission and selection of proposals requesting other amounts.

Projects funded under this topic will by default participate in the Pilot on Open Research Data in Horizon 2020, with the option to opt-out, as described in the introduction [[Beneficiaries of projects participating in the pilot on open research data should follow the Global Earth Observation System of Systems (GEOSS) Data Sharing Principles and register in GEOSS the geospatial data, metadata and information generated as part of the project. Further information on GEOSS can be found at http://www.earthobservations.org.]].

Expected Impact:

The project results are expected to:

  • Improve capacity to predict the weather and climate of the Northern Hemisphere, and make it possible to better forecast of extreme weather phenomena;
  • Improve the capacity to respond to the impact of climatic change on the environment and human activities in the Arctic, both in the short and longer term;
  • Improve the capacity of climate models to represent Arctic warming and its impact on regional and global atmospheric and oceanic circulation;
  • Improve the uptake of measurements from satellites by making use of new Earth observation assets;
  • Lead to optimised observation systems for various modelling applications;
  • Contribute to a robust and reliable forecasting framework that can help meteorological and climate services to deliver better predictions, including at sub-seasonal and seasonal time scales;
  • Improve stakeholders’ capacity to adapt to climate change;
  • Contribute to better servicing the economic sectors that rely on improved forecasting capacity (e.g. shipping, mining);
  • Contribute to the Year of Polar Prediction (YOPP) and IPCC scientific assessments, and to the Copernicus Climate Change (C3S) services.
  • Improve the professional skills and competences for those working and being trained to work within this subject area.

Budget

30 miljoen euro (indicatief)

Begunstigden

Research & Innovation action (RIA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons