U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

H2020 – An integrated Arctic observation system (BG-09-2016)

Deadline

Doelstellingen

Specific Challenge:

The Arctic is a theatre of profound transformation. Climate change is significantly affecting the extent and thickness of sea-ice, on snow cover on ice-sheet melting, on permafrost thawing, and on marine and land ecosystems. These changes are bringing with them both risks and opportunities, and an integrated and multi-disciplinary Arctic observation system is becoming essential for studying, forecasting and assessing changes that support the region's sustainable development. Improving and coordinating current capabilities for assessing and predicting Arctic environmental change requires the provision of data on a number of key variables of Arctic meteorology, climatology, oceanography, ecosystems and pollution at various scales. Monitoring and improved understanding of the Arctic climate system and its teleconnections, as well as of ecosystem change and the socio-economic impacts on offshore operations, new shipping routes, mining activities, tourism etc. are important prerequisites for effectively assessing climate change adaptation and mitigation strategies in the Arctic and elsewhere.

Scope:

An integrated Arctic observation system should close critical gaps with innovative solutions, as well as improve the integration and inter-operability of existing observation systems, also in view of data assimilation into models. The activity shall be based on co-operation between the existing European and international infrastructures (in-situ and remote including space-based) and the modelling communities, with the active participation of relevant stakeholder groups. In line with the strategy for EU international cooperation in research and innovation (COM(2012)497), the action should contribute to implementing the Transatlantic Ocean Research Alliance, the Sustaining Arctic Observation Networks (SAON) and the Cold Region Initiative of the Group on Earth Observation (GEO). It should have links to the relevant Copernicus and European Space Agency (ESA) programmes and infrastructure in order to maximise the synergies other European efforts to develop an integrated Arctic observation system. In particular, strong coordination with the on-going Horizon 2020 project which aims to develop an Integrated Atlantic Ocean Observation System [[AlantOS,www.atlantos-h2020.eu/]] should be sought and with the relevant ESFRI research infrastructures. The activity shall support and promote the integrated use of Arctic land, ocean, ice and atmosphere in-situ and space-based observations from Europe, the USA, Canada and other international partners. Community-based observation programmes that draw on indigenous and local knowledge should be included and should form the basis for participatory research and capacity-building within Arctic communities. The action should ensure data interoperability through internationally recognised standardisation and quality assurance/quality control (QA/QC) processes, promote database integration and allow free and open access to all data and data products, following the GEO data sharing principles. It should make best use of reference sites (supersites) and should contribute to filling in-situobservational gaps through novel technology development, with particular attention to the gaps that may help improve the accuracy of predictive models. In line with the strategy for EU international cooperation in research and innovation [[(COM(2012)497)]], actions will contribute to implementing the Transatlantic Ocean Research Alliance. Due to the specific challenge of this topic, in addition to the minimum number of participants set out in the General Annexes, proposals should benefit from the inclusion of partners from the USA and from Canada[[Please note that participants from developed countries are not eligible for Horizon 2020 funding.]]. International cooperation with partners from other Arctic and non-Arctic third countries would add further value.

The Commission considers that proposals requesting a contribution from the EU of up to EUR 15 million would allow this specific challenge to be addressed appropriately. Nonetheless, this does not preclude the submission and selection of proposals requesting other amounts.

Projects funded under this topic will by default participate in the Pilot on Open Research Data in Horizon 2020, with the option to opt-out, as described in the introduction [[Beneficiaries of projects participating in the pilot on open research data are should follow the Global Earth Observation System of Systems (GEOSS) Data Sharing Principles and to register in GEOSS the geospatial data, metadata and information generated as part of the project. Further information on GEOSS can be found from: http://www.earthobservations.org.]].

Expected Impact:

  • Increase temporal and geographic coverage and usefulness of observational data in the Arctic with a view to improving the assessment and prediction capacity of Arctic and planetary changes;
  • Support standardisation and calibration/validation activities, and improve the inter-operability of Arctic observational data;
  • Improve the sustained integration of space-based and in-situ Arctic observations into process models and forecast systems showing benefit to the Copernicus monitoring services;
  • Contribute to the long-term improvement of Arctic observation systems and related services;
  • Integrate with existing pan-Arctic monitoring networks by building additional capacity and adding monitoring parameters to current programmes;
  • Improve the cost-effectiveness of data collection in support of Arctic-related economic and societal activities;
  • Lead to better-informed decisions and better-documented processes within key sectors (e.g. local communities, shipping, tourism, fishing);
  • Support international assessments of global challenges such as climate change, scarcity of natural resources and global scale hazards;
  • Strengthen the societal and economic role of the Arctic region and support the EU strategy for the Arctic and related maritime and environmental policies [[COM(2008) 763 of 20 November 2008; JOIN(2012) 19 of 26 June 2012]];
  • Contribute to the GEO Cold Region Initiative and to the Transatlantic Ocean Research Alliance;
  • Contribute to the ongoing and possible future OSPAR actions in Arctic waters;
  • Contribute to the Sustaining Arctic Observation Networks (SAON) process;
  • Contribute to the WMO Programme Year of Polar Prediction (YOPP) [[http://www.polarprediction.net/yopp.html]].
  • Improve the professional skills and competences for those working and being trained to work within this subject area.

Budget

30 miljoen euro (indicatief)

Begunstigden

Research & Innovation action (RIA): At least three legal entities. Each of the three must be established in a different EU Member State or Horizon 2020 associated country. All three legal entities must be independent of each other.

Meer infozie de de General Annexes bij het Horizon 2020 werkprogramma 2016-2017.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons