U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Developing deliberative and participatory democracies through experimentation

Deadline

Code

GOVERNANCE-21-2020

Inleiding

Liberale democratieën zijn de afgelopen tijd onder druk komen te staan. Politiek wantrouwen, polariserende discoursen, lagere verkiezingsdeelname en populistische verhalen die het idee van een open samenleving verwerpen, manifesteren zich in Europa en daarbuiten, met zeer krachtige steun. De uitdaging is daarom om te onderzoeken of en hoe deliberatieve en participatieve benaderingen - theoretisch en praktisch - de belofte van grotere en meer verlichte participatie in de huidige context kunnen waarmaken en kunnen bereiken dat zij zijn vervreemd van het politieke proces. De moeilijkheden waarmee deliberatieve en participatieve benaderingen kunnen worden geconfronteerd, zijn ook belangrijk om te beoordelen.

In de laatste twee decennia is deliberatieve en participatieve democratie steeds prominenter geworden als antwoord op de uitdagingen waarmee liberale representatieve democratieën worden geconfronteerd. Deze nieuwe democratie is gebaseerd op noties van directe democratie, actief burgerschap en beslissingen die via argumentatie worden genomen, en heeft in theorie het potentieel om de democratische legitimiteit te doen herleven en de kloof tussen burgers en politieke elites te dichten, die vaak worden gezien als krachtige belangengroepen.

Doelstellingen

Onderzoek moet de complexe verbanden tussen politieke discoursen en identiteiten (inclusief populistische standpunten), dialoog op basis van beredeneerde argumentatie en het potentieel voor consensus over beleidskeuzes ophelderen. In projecten moet ook aandacht worden besteed aan kwesties met betrekking tot effectieve deelname aan deliberatieve en participatieve processen (vooral met betrekking tot kwetsbare groepen en de politiek minder actieve) en hoe effectief deze door regeringen en instellingen worden omgezet in concrete actie. Onderzoek moet ook onderzoeken hoe deliberatieve en participatieve processen verband houden met polarisatie en hoe (of als) dit kan helpen bij het bereiken van wederzijds begrip tussen burgers met verschillende opvattingen en standpunten. Ten slotte moet aandacht worden besteed aan de vraag hoe deliberatieve en participerende democratie de representatieve instellingen het beste kunnen aanvullen. Kwesties van coördinatie, complementariteit, schaalvergroting (van dergelijke praktijken) maar ook het openen van meer traditionele representatieve instellingen moeten worden onderzocht.

Onderzoek moet onderzoeken hoe het concept van deliberatieve en participerende democratie kan worden gebruikt en aangepast om een ​​dergelijk proces te vergemakkelijken en of en hoe het verenigbaar is met polarisatie-tendensen, die de afgelopen jaren gangbaar zijn geweest. Er moet worden onderzocht of deze nieuwe trends bijdragen aan sociale rechtvaardigheid, hoe samenlevingen niet alleen inclusiever kunnen worden gemaakt, maar ook reflectiever, en hoe kritisch vermogen en attitudes kunnen worden ontwikkeld die het deliberatieve democratische discours doen herleven. In dit verband moet de bijdrage van het onderwijssysteem worden uitgewerkt. Verbanden moeten worden gelegd met vragen over (Europese) identiteit, waarbij de nadruk niet moet liggen op een essentialistische opvatting van identiteit, maar op reflexieve identiteit, wat een kritisch en transformatief zelfbegrip betekent. Onderzoek moet onderzoeken hoe arena's of ruimtes kunnen worden gecreëerd die openstaan ​​voor burgers en die bevorderlijk zijn voor collectieve beslissingen die zijn genomen via openbare beraadslaging. Samenwerking met partners uit derde landen, uit zowel gevestigde als opkomende democratieën, wordt aangemoedigd om vergelijkende perspectieven te hebben die een belangrijke toegevoegde waarde zouden hebben voor de impact van het project.

Budget

€9.000.000

Begunstigden

Beschreven in Annex C van het H2020-werkprogramma.

Info & contact

Meer informatie vindt u terug op het portaal van de Europese Commissie.
Met vragen kan u terecht bij Man Hei To (manhei.to@fwo.be of  02 550 15 55)

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons