U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Copernicus evolution: new concept for an innovative and holistic solution for Sentinels calibration & validation

Deadline

Code

LC-SPACE-19-EO-2020

Inleiding

Copernicus richt zich op alle domeinen van de aarde, inclusief de atmosfeer, het land (inclusief binnenwateren) en de oceanen. Het EU-milieuprogramma Copernicus implementeert zes diensten die aanzienlijk profiteren van metingen verkregen door EO-satellieten, de zogenaamde Sentinels-serie. De eerste generatie Sentinels omvat 6 families van satellieten (van S1 tot S6), elke familie met 4 leden (van A tot D) en aanvullende satellieten die aanvullende metingen voor de bestaande vloot bieden, zijn voorzien in de context van de uitbreiding van het Copernicus-programma .

Doelstellingen

De actie moet een innovatieve en holistische strategie definiëren voor de cal / val-activiteiten voor en over alle bestaande en geplande Sentinels in een operationeel perspectief om de toegang tot de noodzakelijke infrastructuur voor betrouwbare referentiemetingen te verbeteren.

Een aantal specifieke vragen moet worden beantwoord:

  • De duidelijke identificatie van cross-Sentinels kalibratie-eisen (van niveau 0 tot niveau 1 gegevens) en van validatie-eisen (van niveau 1 tot niveau 2 gegevens).
  • De duidelijke identificatie van verschillende cal / val-bronnen: b.v. andere satellieten, kalibratie aan boord, in situ-netwerken, reguliere luchtcampagne, karakterisering van ad-hoclocaties met een overzicht van bestaande relevante netwerken, hun distributie en huidige middelen.
  • De vergelijkende evaluatie van verschillende methoden, waaronder die welke operationeel zijn en die welke zich in een pre-operationele status bevinden, evaluatie van de stappen die nodig zijn om deze laatste naar een operationeel niveau te brengen.
  • Het project moet een alomvattende operationele aanpak ontwikkelen voor de cal / val-strategie op middellange en lange termijn voor en voor alle bestaande en geplande Sentinels, met bijzondere aandacht voor:
    • De definitie van geschikte referentienetwerken en gap-analyse met betrekking tot bestaande netwerken, een beoordeling van de duurzaamheid en operationele status van de bestaande netwerken, een beoordeling van de behoeften aan "interoperabiliteit" tussen netwerken;
    • De definitie van de kenmerken en de locatie van geoptimaliseerde sites of “Sentinel supersite (s)”, of waar nodig van de definitie van supersite per domein (land, atmosfeer en oceaan);
    • Een evaluatie van de directe impact op producten van niveau 3 indien relevant;
    • Een voorgestelde oplossing die modulair en uitbreidbaar moet zijn in het licht van de potentiële toekomstige Sentinels in de context van de Copernicus-evolutie.
    • De koppeling tussen EU- en niet-EU-aspecten van de netwerkbehoeften en het identificeren van de noodzakelijke niet-EU-partnerschappen om prioriteiten te stellen.
    • De definitie van een strategisch referentiescenario op lange termijn voor de implementatie van de vereiste infrastructuur.

Er moeten inspanningen worden geleverd om tegenhangers en sterke banden tot stand te brengen met de internationale gemeenschap die zich bezighoudt met kwesties met betrekking tot kalibratie en validatie, met name met het Europees Ruimteagentschap en EUMETSAT en met normen die zijn vastgesteld via de CEOS-werkgroep voor Cal / Val en kwaliteitsborging voor Earth Observation framework (QA4EO) en de operationele elementen die aanwezig zijn via het WMO Global Space-based Inter-kalibratiesysteem (GSICS).

Budget

€3.000.000

Begunstigden

Beschreven in Annex C van het H2020-werkprogramma.

Info & contact

Alle informatie staat op het portaal van de Europese Commissie.
Met vragen kan u terecht bij  mark.antonissen@vlaio.be ( 02 432 42 35)

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Lees meer
Volg ons