U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

De Europese Onderwijsruimte: zes dimensies voor Europees onderwijs

30 september 2020 - door Maarten Libeer

De Europese Commissie stelt de nieuwe communicatie over de Europese onderwijsruimte voor. Deze ruimte is geworteld in de decennialange samenwerking op het gebied van onderwijs op EU-niveau. Het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) heeft bijgedragen tot het opbouwen van vertrouwen en wederzijds begrip dat de eerste initiatieven van de Europese onderwijsruimte heeft ondersteund. In de mededeling wordt gefocust op zes dimensies: 

  • Kwaliteit van het onderwijs
  • Integratie en gendergelijkheid in het onderwijs
  • De rol van groene en digitale overgangen in het onderwijs
  • De rol van leraren en lerarentekort 
  • Samenwerking tussen universiteiten en hogescholen
  • Onderwijs als onderdeel van een sterker Europa in de wereld
De Europese Onderwijsruimte: zes dimensies voor Europees onderwijs

Krachtlijnen van de Europese Onderwijsruimte: 

1. Kwaliteit van het onderwijs

Dit gaat ondermeer over basisvaardigheden zoals wiskunde, wetenschap en lezen. Maar ook over digitale en transversale vaardigheden (bv. Kritisch denken, ondernemerschap). Ook talenkennis en het waarborgen van Europese mobiliteit voor iedereen hoort daaronder. Er wordt specifiek ingezet op: 

  • Het ondersteunen van acties die basis- en transversale vaardigheden versterken.
  • Meer mobiliteit en samenwerkingsmogelijkheden tussen onderwijsinstellingen.
  • Ondersteuning van de levenslange verwerving van taalcompetenties.
  • Ontwikkelen van een Europees perspectief in het onderwijs.

2. Integratie en gendergelijkheid in het onderwijs:

In heel Europa volgen de schoolervaringen van individuen sociale patronen. Op tal van indicatoren lopen er scheidingslijnen tussen bijvoorbeeld sociale groepen en op basis van genderverschillen. De EU wil dit ook aanpakken door: 

  • Trajecten naar schoolsucces op te starten. 
  • 50 centres of vocational excellence in te richten. 
  • Micro-credentials Europees aan te pakken 
  • Lesgeven met aandacht voor gendersensitiviteit. 

3. De rol van groene en digitale overgangen in het onderwijs

Ook de digitale en groene overgangen in de maatschappij heeft een impact op de Europese onderwijsstelsels. Om te beginnen moet het gedrag en de vaardigheden hieraan worden aangepast en onderwijs kan en moet hierin een katalyserende rol spelen. Om de lidstaten hierin te ondersteunen zet de EU volgende projecten op poten: 

  • Een coalitie opzetten voor klimaatsonderwijs. 
  • Vergroening van de onderwijsinfrastructuur 
  • Aanbeveling van de Raad inzake onderwijs voor milieuduurzaamheid op te stellen. 
  • Het nieuwe actieplan voor digitaal onderwijs uit te rollen

4. De rol van leraren en lerarentekort 

De EU wil inzetten op gemotiveerde en sterke leerkrachten, die ook terug naar hun waarde worden geschat. Ook moeten er voldoende bijscholingsmogelijkheden zijn voor leerkrachten en moeten ze kunnen genieten van Europese mobiliteit. Volgende acties worden in de steigers gezet: 

  • 25 Erasmuslerarenacademies.
  • Europese richtsnoeren voor nationale loopbaanbegeleidingskaders. 
  • Een Europese Innovatieve Onderwijsprijs.

5. Nog meer samenwerking tussen hoger onderwijs instellingen

De Europese Universiteiten tonen aan dat de hoger onderwijs instellingen blijvend in samenwerking treden met elkaar en ook internationalisering in het hoger onderwijs blijft alsmaar een positieve evolutie aantekenen. De EU wil op dit elan blijven verder gaan door nog sterkere samenwerking, beleidskaders  ontwikkelen die dit blijvend mogelijk maken en het erkenning van diploma’s. Concreet wil de EU: 

  • De Europese Universiteiten volledig uitrollen
  • Een Europees diploma uitwerken. 
  • Een wettelijk statuut voor de alliantie van Europese Universiteiten 
  • Een Erasmus+ applicatie ontwikkelen. 

6. Onderwijs als onderdeel van een sterker Europa in de wereld

De samenwerking op onderwijsgebied is geleidelijk aan een belangrijk instrument geworden voor de tenuitvoerlegging van het externe beleid van de EU als een onbetwistbaar instrument van de "zachte macht".

De uitwisselingsprogramma's van de Unie ondersteunen de connectiviteit van mens tot mens in de hele wereld, waarbij een groot aantal belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld, wordt bereikt. Zij helpen een positief beeld te geven van Europa in de wereld en verspreiden de boodschappen en fundamentele waarden van Europa

Monitoring

Om ervoor te zorgen dat de Europese onderwijsruimte tegen 2025 een realiteit wordt,  wordt een faciliterend kader gecreëerd dat dit mogelijk maakt. Dit kader zal: 

  • Impulsen geven aan flexibele samenwerkingsmethoden en de synergieën met andere initiatieven op het gebied van onderwijs en opleiding versterken.
     
  • De integratie van onderwijs en opleiding in het Europees semester bevorderen om het vermogen van de lidstaten om zich te herstellen van de Covid-19-crisis te versterken.
     
  • De basis leggen voor het opzetten van een volwaardig bestuurskader voor de Europese onderwijsruimte tegen 2025. 
     
  • Doelstellingen en indicatoren vaststellen om de vooruitgang op weg naar de Europese onderwijsruimte te sturen en te controleren. Tegen 2030 wil de Europese Commissie dat:
  1. Het percentage 15-jarigen dat slecht presteert op het gebied van lezen, wiskunde en wetenschappen minder dan 15 procent bedraagt 
  2. Het aandeel van de laagpresterende veertien-jarigen op het gebied van computer- en informaticageletterdheid minder dan 15 procent bedraagt
  3. Ten minste 98% van de kinderen tussen 3 jaar en de beginleeftijd voor de leerplicht in het basisonderwijs moet deelnemen aan het onderwijs voor jonge kinderen. 
  4. Het aandeel van mensen in de leeftijdsgroep 20-24 jaar met ten minste een diploma hoger secundair onderwijs 90 procent bedraagt. 
  5. Het percentage 30- tot 34-jarigen met een tertiaire opleiding ten minste 50 procent bedraagt
  6. Vijftig procent van de volwassen bevolking in de EU moet elk jaar aan het onderwijs deelnemen.
     

Financiering: 

Het Erasmus+-programma heeft een belangrijke rol gespeeld bij het opschalen van succesvolle praktijken en het versterken van de samenwerking voor nationale hervormingen, en bij de financiële ondersteuning van de uitvoering van acties op EU-niveau, zoals het ondersteunen van de inzet van de EU voor het bevorderen van burgerschap, fundamentele vrijheden, tolerantie en non-discriminatie door middel van onderwijs.

Ook de middelen die naar de lidstaten vloeien vanuit het Europees Herstelplan kunnen hier een belangrijke rol in spelen, net als de structuurfondsen. 


Volledige communicatie
Factsheet

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons