U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Onderwijs jeugd cultuur en sport > Beroepsonderwijs en opleiding > Calls >

Networks and partnerships of Vocational Education and Training (VET) providers

Deadline

Code

EACEA/37/2018

Doelstellingen

Deze oproep heeft tot doel projecten te ondersteunen voor de totstandkoming van (trans)nationale netwerken en partnerschappen van aanbieders van zowel initieel als voortgezet beroepsonderwijs/initiële als voortgezette beroepsopleiding (Vocational Education and Training — VET) ten behoeve van beleidsdiscussies op Europees niveau, alsook meer bekendheid te geven aan Europees VET-beleid en dit op nationaal en regionaal niveau ten uitvoer te brengen.

Het algemene doel van deze oproep is de indiening van voorstellen voor bottom-up partnerschappen die moeten aanzetten tot de vorming van (trans)nationale netwerken en partnerschappen van VET-aanbieders die op nationaal en Europees niveau samenwerken.

De projecten moeten de kwaliteit en efficiëntie van het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding verbeteren, het effect en de relevantie ervan voor leerlingen en werkgevers vergroten en grensoverschrijdende samenwerking ten behoeve van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van beroepsonderwijs en -opleiding tot stand brengen.

De in het kader van deze uitnodiging gefinancierde voorstellen moeten ook de communicatie, verspreiding en ondersteuning van de uitvoering van de VET-agenda op EU- en nationaal niveau bevorderen, alsook kennis, feedback en ervaring op het gebied van beleidsuitvoering, en uitwisseling van beste praktijken ten behoeve van toonaangevend(e) beroepsonderwijs en -opleiding uitwisselen.

Voorstellen moeten in het kader van een van de volgende twee partijen worden ingediend:

  • Partij 1: Nationale, regionale of sectorale organisaties van VET-aanbieders Onder partij 1 zullen gesteunde projecten vestigen of versterken netwerken en partnerschappen van VET-aanbieders op nationaal, regionaal of sectoraal niveau. Dit geschiedt via transnationale projecten voor capaciteitsopbouw en het uitwisselen van beste ervaringen onder deze organisaties van VET-aanbieders, in het bijzonder in landen waar hun organisatiegraad nog beperkt is.
  • Partij 2: Europese overkoepelende organisaties van VET-aanbieders Projecten onder partij 2 zullen de samenwerking tussen Europese overkoepelende organisaties van VET-aanbieders versterken, terwijl ze aan beleidsdiscussies op Europees niveau steunen, alsook aan hun capaciteit om de nationale leden of aangesloten organisaties te bereiken. Europese overkoepelende organisaties spelen ook een cruciale rol bij het geven van grotere bekendheid aan Europees VET-beleid en de implementatie ervan via de nationale, regionale en sectorale organisaties van VET-aanbieders.

Budget

De totale begroting die bestemd is voor de medefinanciering van projecten wordt geraamd op maximaal 6 miljoen EUR. Ter indicatie zal 4 miljoen EUR worden toegekend aan partij 1, en 2 miljoen EUR aan partij 2. De EU zal maximaal 80 % van de projectkosten medefinancieren.

De subsidie per project bedraagt tussen 300 000 en 500 000 EUR voor partij 1 en tussen 600 000 en 800 000 EUR voor partij 2.

Begunstigden

Partij 1: Nationale, regionale of sectorale organisaties van VET-aanbieders

Het partnerschap moet bestaan uit minstens twee nationale, regionale of sectorale netwerken of verenigingen van VETaanbieders uit minstens twee landen die deelnemen aan het programma Erasmus+ (ten minste één land moet een lidstaat van de Europese Unie zijn). Een van de partners is de coördinerende organisatie, die namens het partnerschap een aanvraag doet voor de Erasmus+-subsidie. Indien een netwerk/vereniging nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, kan de aanvraag worden ingediend door een VETaanbieder die het/haar vertegenwoordigt. De samenstelling van het partnerschap dient de in deze oproep bedoelde specifieke activiteiten te weerspiegelen.

Partij 2: Europese overkoepelende organisaties van VET-aanbieders

Het partnerschap moet bestaan uit minstens twee Europese overkoepelende organisaties van VET-aanbieders, die elk leden of aangesloten organisaties hebben uit minstens vijf landen die deelnemen aan het programma Erasmus+ (ten minste één land moet een lidstaat van de Europese Unie zijn). Een van de Europese overkoepelende organisaties is de coördinerende organisatie, die namens het partnerschap een aanvraag doet voor de Erasmus+-subsidie. De samenstelling van het partnerschap dient de in deze oproep bedoelde specifieke activiteiten te weerspiegelen

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Erasmus+ Onderwijs en Opleiding

Wat wil het Erasmus+ programma bereiken?

  • Erasmus+ is het Europese subsidieprogramma voor onderwijs en opleiding, jeugd en sport.

Het Onderwijs- en Opleidingsluik van Erasmus+ zet in op:

  • Leermobiliteit en samenwerking voor betere kerncompetenties en vaardigheden, meer actief burgerschap en betere participatie aan de arbeidsmarkt;
  • Transnationale samenwerking tussen onderwijsinstellingen en andere stakeholders voor kwaliteitsverbetering, excellentie in innovatie en internationalisering;
  • De ontwikkeling van een Europese Ruimte voor een Leven Lang Leren;
  • Grotere internationale dimensie van onderwijs en opleiding via samenwerking met partnerlanden;
  • Beter talenonderwijs en promotie van taalverscheidenheid en intercultureel bewustzijn in de EU en
  • Excellent onderwijs en onderzoek over de Europese integratie.

Deze acties komen in aanmerking voor subsidies uit het Erasmus+ programma:

Kernactie 1: Individuele leermobiliteit

Dit is een gedecentraliseerde actie aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen.

Leerlingen en studenten:

  • Erasmus-uitwisselingen: studie of stage in het hoger onderwijs en
  • Leonardo da Vinci-stages in initieel beroepsonderwijs: tso, bso, dbso, leertijd, kso en buso;
  • Personeel in alle onderwijs- en opleidingsvelden: lesopdrachten, cursussen, stages, deelname aan professionele bijscholingsactiviteiten en
  • Garantiefaciliteit voor masterstudenten: gedeeltelijke garantie via een intermediaire bank voor een gunstige lening voor studenten die een tweedecyclusgraad (master) in het buitenland willen volgen.

Kernactie 2: Samenwerking voor innovatie en uitwisseling van goede praktijken

  • Strategische partnerschappen: gedecentraliseerde acties aan te vragen bij EPOS vzw in Vlaanderen, voor eenvoudige tot grootschalige projecten om innovatieve middelen te verspreiden, gezamenlijke initiatieven op te zetten, kennis te delen of peer learning tussen onderwijs en andere sectoren op te zetten;
  • Partnerschappen tussen onderwijs en beroepswereld: gecentraliseerde acties aan te vragen bij de Europese Commissie (EACEA): kennisallianties voor nieuwe lesprogramma’s, pedagogische benaderingen en leermogelijkheden voor creativiteit, innovatie, werkplekleren en ondernemerschap en allianties van bedrijfstakspecifieke vaardigheden (sector skills alliances): inzetbaarheid arbeidsmarkt, nieuwe sectorspecifieke of sectoroverstijgende lesprogramma’s, innovatieve methoden, instrumenten voor transparantie en erkenning.
  • Ondersteunende ICT-platforms voor virtuele mobiliteit voor alle onderwijs- en opleidingsvormen en capaciteitsopbouw via regionale en internationale samenwerking: e-Twinning voor schoolonderwijs en het Elektronisch Platform voor volwassenenonderwijs in Europa voor volwasseneneducatie.

Kernactie 3: Ondersteuning voor beleidshervormingen gecoördineerd op Europees niveau

  • Hervormingen ter uitvoering van de Europese beleidsagenda: Bolognaproces, Kopenhagenproces, open coördinatiemethode;
  • Toepassing van instrumenten voor erkenning en transparantie, zoals Europass, het Europees Kwalificatieraamwerk, het Europees systeem voor de overdracht en de accumulatie van studiepunten, het Europees Credit-systeem voor beroepsopleidingen, het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijsen en
  • Beleidsdialoog met Europese stakeholders, partnerlanden en internationale organisaties.
  • Jean Monnet-activiteiten voor onderwijs en onderzoek over Europese integratie: activiteiten rond Europese-integratiestudies, beleidsdebatten en uitwisselingen tussen academici en beleidsmakers.

Wie komt in aanmerking voor subsidies uit het Eramus+ programma?

  • Elke publieke of private organisatie die werkzaam is op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en breedtesport

Welke landen kunnen deelnemen aan het Erasmus+ programma?

  • EU-lidstaten
  • Europese Economische Ruimte
  • Kandidaat-lidstaten
  • Zwitserland
  • landen buiten de EU

Thema’s

  • Buitenlandse acties
  • Onderwijs
  • Onderzoek en innovatie
  • Werkgelegenheid

Budget

Het Erasmus+ programma is een belangrijk en groot programma van de Europese Unie. Het luik onderwijs en opleiding bedraagt 11,5 miljard euro (77,5 procent van het totale programmabudget van 14,77 miljard euro van Erasmus+).

Info en contact

Gedecentraliseerde acties:

Gecentraliseerde acties:

Meer lezen:

ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/index_en.htm

Lees meer
Volg ons