Investeringsgerecht in CETA wel verenigbaar met EU-recht

30 april 2019 - door Veronique Vennekens

In 2017 vroeg België aan het Europees Hof van Justitie om een advies over het stelsel van investeringsgerechten dat voorgesteld werd in CETA. Het Hof heeft bepaald dat er geen enkel obstakel is met de verdragen van de EU.

  • In het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU staat dat beide partijen een gerecht willen oprichten om geschillen over investeringen te beslechten.
  • België vindt dat dit ingaat tegen de basis van het Unierecht.
  • Het Hof heeft bepaald dat er genoeg garanties zijn in CETA die ervoor zorgen dat dit nieuwe gerecht de normale werking van de Europese Unie niet ondermijnt.
Investeringsgerecht in CETA wel verenigbaar met EU-recht

Wat weet je nog over CETA?

CETA is de afkorting voor de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Canada. Bij de officiële goedkeuring van het verdrag kwam er veel protest vanuit Wallonië. Vooral over de introductie van een mechanisme dat geschillen tussen investeerders en staten moest oplossen. Hierop vroeg België in september 2017 dus een opinie van het Europees Hof van Justitie.

Het mechanisme richt een Gerecht en een Beroepsinstantie op. Wanneer bijvoorbeeld een Canadese investeerder investeert in een Europees land, maar bepaalde afspraken niet worden nagekomen of (nieuwe) wetgeving die investering belemmert, kan die investeerder met die klacht naar dit Gerecht trekken.

Dit stelsel van investeringsgerechten wordt in het jargon Investment Court System of ICS genoemd.

De vraag van België

In de verdragen van de Europese Unie staat dat het Europees Hof van Justitie als enige het recht heeft om het Unierecht te interpreteren en uit te leggen. België twijfelt eraan of zo’n multilateraal gerecht uit CETA die rol dan niet zou overnemen.

Daarnaast vroegen ze zich ook af of zo’n gerecht niet enkel toegankelijk zou zijn voor grote investeerders. Kmo’s zouden volgens België benadeeld kunnen worden.

Uitspraak van het Hof van Justitie

  • De oprichting van het Gerecht, en later van een multilateraal investeringsgerecht, vormt geen probleem. Dit Gerecht zal enkel uitspraak doen over de zaken die in CETA staan en de basisregels in het volkenrecht tussen Canada en de EU-lidstaten. Ze zijn niet bevoegd om uitspraken te doen over zaken die niet in het CETA-verdrag staan. Dat blijft de bevoegdheid van het Europees Hof van Justitie.
  • Het Hof blijft ook verantwoordelijk om te bepalen of de klacht gericht is aan een lidstaat of aan de Unie in zijn geheel.
  • Het nieuwe mechanisme geeft Canadese investeerders een specifiek middel tegen wetgeving die de EU introduceert. Maar het Hof blijft erbij dat de situatie van die investeerders niet hetzelfde is als die van investeerders uit de EU die in de Unie investeren.
  • Het gerecht zou tot mogelijke impact kunnen hebben dat een geldboete die werd opgelegd door de Commissie of door een lidstaat aan een Canadese investeerder, uiteindelijk wordt geneutraliseerd. Dit is geen probleem vermits het Unierecht zelf al voorziet dat geldboetes ingetrokken kunnen worden als er een goede reden is.
  • CETA bepaalt dat het Gerecht toegankelijk moet zijn voor elke onderneming en iedere persoon uit een EU-lidstaat of Canada die investeert in ofwel Canada ofwel een EU-lidstaat. Dit is zelfs een voorwaarde voor het goedkeuren van de overeenkomst door de EU.

Lees het volledige persbericht van het Hof van Justitie hier.

Jouw VLEVA contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons