U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

9 uitdagingen voor het EU-VK vrijhandelsakkoord

26 februari 2020 - door Veronique Vennekens

Op 2 maart is het zover. Dan starten de onderhandelingen die de toekomstige handelsrelatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie moet vastleggen. In dit artikel krijg je een overzicht van de zaken die besproken moeten worden en het standpunt van de EU hierover.

  • Als er geen (geratificeerd) akkoord is voor 31 december 2020 spreken we over een hard brexit.
  • De Europese Unie formuleert doorheen hun standpunt het principe van ‘level playing field’ wat ze ook willen vastleggen in een juridisch bindende verplichting.
  • De teksten moeten klaar zijn tegen oktober om voldoende tijd te laten voor vertaling en ratificatie door het Europees Parlement.

Er zijn voorlopig 10 tot 12 onderhandelingsronden gepland die om de beurt plaatsvinden in Londen en Brussel. Het startschot wordt gegeven in Brussel op 2 maart 2020. Het Verenigd Koninkrijk en de EU hebben al laten weten dat ze verschillende ambities hebben. Het standpunt van de ‘27’ is het meest ambitieus. Onder meer door hun vraag naar een juridisch bindende level playing field.

9 uitdagingen voor het EU-VK vrijhandelsakkoord

Wat wil de Europese Unie?

Het partnerschap dat de EU voor ogen heeft is niet alleen gebaseerd op het level playing field maar ook op twee andere pilaren:

  • Efficiënt management en toezicht
  • Geschillenbeslechting en voorzieningen om het akkoord te implementeren

1. Markttoegang

De Europese Unie wil een akkoord waarbij de tarieven of tariefcontingenten niet verhoogd worden op handel. Er zullen verschillende douaneprocedures zijn bij het importeren van goederen naar de EU maar ze stellen voor om die zoveel mogelijk te vereenvoudigen op basis van het akkoord van de Wereldhandelorganisatie (WTO) rond het makkelijker maken van handel.

Het nieuwe partnerschap zorgt ervoor dat er gebruik kan worden gemaakt van anti-dumping-, compensatie- en vrijwaringsmaatregelen die in lijn zijn met WTO regels.

2. Douane

Beide partijen moeten volgens het EU-standpunt samenwerken om douanefraude tegen te gaan. Er moeten ook maatregelen worden afgesproken indien er toch fraude optreedt.

3. Oorsprongsregels

Het Verenigd Koninkrijk wil geen douaneunie met de EU. Daarom moet de Britse btw afgetrokken worden van de Europese btw in de productie van producten. Dit is een situatie die het moeilijk maakt voor hen om de exportdrempel zonder tarieven te behalen.

Om te exporteren naar de EU zal het VK nu ook de oorsprong van haar producten moeten bewijzen. Volgens de regels is de oorsprong toegewezen aan de producent die gemiddeld 45% van de waarde heeft toegevoegd aan het product. Dat bepaald dan ook aan welke tarief ze het mogen exporteren.

Om de bestaande waardeketens te behouden zullen de Britten gebruik willen maken van een cumulatie van oorsprong. Europese componenten worden dan deel van Brits materiaal om zo de drempel van wederuitvoer naar de EU te behalen.

4. Diensten

De Europese ambities zijn hier minder groot. Het ontwerpmandaat maakt weinig referenties naar de Algemene Overeenkomst in Handel van Diensten (GATS) en andere Europese vrijhandelsakkoorden. Voor de Britten is dit wél een belangrijk punt omdat de Britse economie sterk afhankelijk is van hun dienstenexport. Dit kan een sleutel zijn in de onderhandelingen.

Het moet mogelijk zijn om tot ambitieuze afspraken te komen zoals het vereenvoudigen van vestiging, erkenning van kwalificaties en tijdelijk vrij verkeer van personen binnen de EU. Maar het is zeker dat de grensoverschrijdende handel in diensten toch nieuwe restricties zal ondervinden.

Sectorale akkoorden kunnen een oplossing bieden maar de meest gereguleerde sectoren zullen moeilijk toegankelijk zijn. Audiovisuele diensten zijn bijvoorbeeld uitgesloten van handelsliberalisering. 

Samenwerking rond financiële diensten zal dan volgens de Unie’s prudentiële regels moeten verlopen. De Commissie moet geval per geval bekijken of de prudentiële regulering van het Verenigd Koninkrijk een equivalent is van het systeem van de EU. Als dit het geval is dan kan er markttoegang worden toegekend aan dat segment van de Britse financiële diensten.

5. Intellectuele eigendom

De Europese Unie wil een hoog niveau van bescherming voor intellectuele eigendom (copyright, handelsmerken). Het ‘scheidings akkoord’ behoud de bescherming van geografische indicatoren, maar er moet ook een mechanisme komen voor de bescherming van toekomstige indicatoren.

6. Digitale koophandel

De regeling rond online shoppen moet de consumentenbescherming garanderen en de Europese GDPR-regels respecteren. De EU wil eigenlijk een volledige naleving van de relevante Europese regels.

7. Openbare aanbestedingen

De EU wil verder gaan dan de verplichtingen die opgelijst staan in het plurilateraal akkoord van de Wereldhandelsorganisatie door openbare dienstensectoren ook op te nemen in het akkoord. In het Verenigd Koninkrijk is deze markt zo’n 340 miljard euro per jaar waard.

8. Samenwerking op regelgevingsgebied

Om ervoor te zorgen dat er geen technische handelsbarrières opduiken zullen maatregelen genomen worden op vlak van conformiteitsbeoordeling, accreditatie, standaarden… Internationale standaarden blijven dienen als referentie maar de EU wil wel dat testen en certificaten gebaseerd zijn op een risicogebaseerde aanpak.

9. Voorzorgsbeginsel

Dit principe is heel belangrijk voor de EU maar ook enkel van toepassing op het territorium van de Europese Unie. Het zorgt er wel voor dat er zo geen chloorkippen geïmporteerd kunnen worden vanuit de Verenigde Staten via de Britse markt. In geval van urgentie kunnen beide partijen unilateraal douanerechten opleggen tot het dispuut voor arbitrage is gebracht. De andere partij mag dan ook evenwichtsherstellende maatregelen nemen.

Wat nu?

Er is een verlenging van de overgangsperiode mogelijk indien de Britten dit aanvragen voor 30 juni 2020. De Britse Premier Boris Johnson heeft al laten weten dat hij dit niet zal doen. Daarmee komt er waarschijnlijk op 31 december 2020 een einde aan de transitieperiode en is op 1 januari 2021 brexit een feit.

Om op tijd te zijn moeten alle onderhandelde teksten klaar zijn in oktober zodat ze op technisch vlak opgeschoond en vertaald kunnen worden. Dan moet het akkoord geratificeerd worden door het Europees Parlement. Indien het over gemengde bevoegdheden gaat (niet enkel handel) zullen ook alle lidstaten het akkoord moeten ratificeren.

UNIZO wil apart hoofdstuk voor kmo’s

VLEVA-lid UNIZO publiceerde gisteren een oproep voor een apart hoofdstuk voor kmo’s in het handelsakkoord met het Verenigd Koninkrijk. "Een apart hoofdstuk voorkomt dat de aandacht voor de kmo's in het akkoord verspreid zit doorheen de algemene tekst, onder de vorm van vaak te complexe 'uitzonderingsmaatregelen' en 'specifieke tegemoetkomingen', waarin kmo's verdwalen, waar ze vaak weinig van begrijpen of waarvan ze zelfs helemaal geen weet hebben", argumenteert UNIZO-topman Danny Van Assche. "Dit hoofdstuk is niet alleen bedoeld als toegankelijke leidraad voor kmo's, maar ook als noodzakelijke stok achter de deur bij het opkomen voor de kmo-belangen in zowel de EU als het Verenigd Koninkrijk."

Lees hun volledige standpunt hier.

Jouw VLEVA-contact voor dit thema

Maak een account aan

Volg ons