U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Home > Node >

Preventing and fighting extreme wildfires with the integration and demonstration of innovative means

Deadline

Code

LC-GD-1-1-2020

Doelstellingen

De Green Deal roept expliciet op om “de incidentie en omvang van bosbranden te verminderen”. Het roept ook op om "het vermogen van de EU om milieurampen te voorspellen en te beheersen" te versterken als een onmiddellijke prioriteit. Grootschalige en intensere bosbranden worden een steeds grotere zorg. Vuur is een natuurlijk onderdeel van veel ecosystemen in Europa, maar steeds meer Europeanen lijden direct en indirect door bosbranden. Tussen 2017 en 2020 zijn door branden honderden mensen omgekomen en zijn bossen en Natura 2000-gebieden verwoest, niet alleen in Zuid-Europa, maar in toenemende mate ook in Midden-, Oost- en Noord-Europa.

Naast de buitengewone sociaaleconomische impact in termen van verlies van mensenlevens van bewoners en eerstehulpverleners, gezondheid, infrastructuur en economische activiteit, hebben extreme natuurbranden ook ernstige en soms onomkeerbare ecologische gevolgen als we kijken naar bodemdegradatie, waterschaarste en verlies van biodiversiteit.

Bovendien behoren natuurbranden tot de eerste veroorzakers van klimaatverandering, met tot 20% van de totale wereldwijde uitstoot van broeikasgassen per jaar. Bovendien kunnen de grote verbrande oppervlakken niet meer zoveel CO2 opnemen, waardoor het potentieel van koolstofputten om de klimaatverandering te verminderen wordt verminderd. Extreme bosbranden worden nu vaker waargenomen op grotere hoogten en breedtegraden en dragen verder bij aan het versnellen van de klimaatverandering door toegenomen zwarte koolstofuitval op ijs / sneeuw en door het smelten van de onderliggende permafrost.

Bovendien verslechteren grote bosbranden de luchtkwaliteit door de directe uitstoot van giftige verontreinigende stoffen die eerstehulpverleners en lokale bewoners treffen, terwijl populaties in regio's ver weg van de bosbranden kunnen worden blootgesteld aan andere verontreinigende stoffen terwijl de lucht wordt getransporteerd, met korte en lange termijn gevolgen voor de menselijke gezondheid.

Klimaatverandering, bepaalde bosbouwpraktijken, achteruitgang van ecosystemen en ontvolking van het platteland vergroten de diepte en breedte van bosbranden in de EU. Verwacht wordt dat klimaatverandering het brandrisico zal vergroten, met langere brandseizoenen, frequentere brandgebeurtenissen, nieuwe brandgevoelige regio's en ernstiger brandgedrag. Het verbrande gebied in Zuid-Europa in de 21e eeuw zou sterk toenemen. Het aantal mensen dat in de buurt van woeste landschappen leeft en gedurende ten minste 10 dagen per jaar wordt blootgesteld aan hoge tot extreme brandgevaar, zou met 15 miljoen toenemen bij een opwarming van 3 ° C, vergeleken met nu. Bovendien zou de opwarming van de aarde kunnen resulteren in een substantiële verschuiving naar het noorden van Europese ecologische domeinen, waardoor het herstel van niet-aangepaste ecosystemen na een brand moeilijker wordt. Extreme natuurbranden, zoals in Zuid-Europa in 2017-2018 en in Californië, Brazilië en Australië in 2019, zullen waarschijnlijk in heel Europa voorkomen.

Budget

Het budget voor deze oproep is 75 000 000 euro.

Begunstigden

Beschreven in bijlage C van het werkprogramma.

Info & contact

Funding and Tenders Portal

Voor meer informatie over de Green Deal call, contacteer Pascal Verheye (pascal.verheye@vlaio.be) van NCP Flanders.

Your VLEVA-contact for this theme

Create an account

Horizon2020

Inleiding

Horizon 2020 is het  Europese onderzoeks- en innovatieprogramma. Het is het grootste programma van de Europese Unie. Het bestaat uit drie pijlers: Wetenschap op topniveau, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen.

Eerste pijler: Wetenschap op topniveau

De eerste pijler is grotendeels bottom-up en bestaat uit vier onderdelen: Europese onderzoeksraad, toekomstige en opkomende technologieën, Marie Skłodowska-Curie Actions en onderzoeksinfrastructuur.

De vier onderdelen van de eerste pijler zijn:

  • Europese Onderzoeksraad (ERC): subsidies voor talentvolle en creatieve individuele onderzoekers en/of hun team om grensverleggend onderzoek te doen. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. De combinatie van verschillende domeinen is essentieel. Alle nationaliteiten komen in aanmerking, maar het onderzoek moet wel in een van de lidstaten, kandidaat-lidstaten of geassocieerde landen plaatsvinden.
  • Toekomstige en opkomende technologieën (FET): onderzoek binnen deze actie is gericht op het ontdekken van nieuwe technologieën door het combineren van verschillende onderzoeksdomeinen. De kennisbasis van de EU wordt ingezet om de EU competitiever te maken op wereldschaal én om van de EU een voorloper te maken in nieuwe, revolutionaire technieken.  
  1. FET Open: ondersteunt vroege-fase-onderzoek van een idee voor een nieuwe technologie. Er zijn geen vooraf gedefinieerde thema's. Het moedigt wetenschappers en ingenieurs uit meerdere disciplines aan om samen te werken.
  2. FET Proactive: ondersteunt nieuwe onderzoeksgemeenschappen om samen te werken aan multidisciplinair onderzoek op zoek naar nieuwe technologieën.
  3. FET flagships: visionaire, door wetenschap gedreven en grootschalige onderzoeksinitiatieven op lange termijn. Ze brengen excellente onderzoeksteams samen, over verschillende disciplinegrenzen heen, die een ambitieus stappenplan opzetten om hun onderzoeksdoel te bereiken.
  • Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA): de nadruk ligt op mobiliteit, carrièreontwikkeling en opleidingen van onderzoekers. Alle onderzoeksdomeinen komen in aanmerking. MSCA ondersteunt verschillende mogelijkheden voor (wereldwijde) uitwisseling van onderzoekers en ondersteunend personeel in dezelfde sector of tussen verschillende sectoren. Centraal staat het uitbouwen van competenties of projecten waarbij trainingen worden aangeboden aan doctorandi voor het uitbouwen van een succesvolle carrière.
  • Onderzoeksinfrastructuur (RI): ontwikkeling, onderhoud en gebruik van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren. Er zijn mogelijkheden voor opleidingen en uitwisseling van personeel en onderzoekers voor het gebruiken en onderhouden van de infrastructuur. Coördinatie van het gebruik van deze infrastructuren tussen de verschillende lidstaten staat hoog op de prioriteitenlijst.

Tweede pijler: Industrieel leiderschap

De drie onderdelen van deze pijler zijn:

  • Leiderschap opbouwen in ontsluitende en industriële technologieën (LEIT): nadruk op industrie, het toepassen van nieuwe technologieën voor innovatie. Er wordt ingezet op het betrekken van private partners bij het onderzoek, in het bijzonder de kmo's. Er zijn drie onderdelen:
    • Voor ICT wordt de nadruk gelegd op het omgaan met de complexe technologie en daarnaast het sneller op de markt brengen van nieuwe systemen.
    • Cruciale ontsluitende technologieën (KET’s): nanotechnologie, geavanceerde materialen, geavanceerde fabricage en verwerking, en biotechnologie. Dat zijn sleuteltechnologieën die de komende jaren in verschillende toepassingen en sectoren kunnen worden ingezet.
    • Bij ruimteonderzoek (Space) ligt de focus op innovatieve ruimtetechnologieën en operationele concepten ‘van idee tot demonstratie in de ruimte’, en op het gebruiken van ruimtedata voor wetenschappelijke, publieke of commerciële doeleinden.
  • Toegang tot risicokapitaal (Access to Risk Finance): dit onderdeel helpt de toegang tot leningen, garanties, contragaranties, en hybride, mezzanine- en aandelenfinanciering voor bedrijven en organisaties betrokken in onderzoek.  
  • Innovatie in kmo’s (SME Instrument): het verstrekken van zowel directe als indirecte financiële steun om hun innovatievermogen te vergroten. Kmo’s maken gebruik van een specifieke procedure voor het aanvragen van subsidies. Organisaties zonder winstoogmerk kunnen alleen deelnemen als onderaannemer.

Derde pijler: Maatschappelijke uitdagingen

De derde pijler focust op maatschappelijke uitdagingen en bestaat uit zeven onderdelen:

  • Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn: de gezondheid en het welzijn gedurende het hele leven verbeteren voor iedereen en nieuwe middelen en modellen voor zorgverlening en gezondheidszorg creëren.
  • Voedselzekerheid, duurzame landbouw, maritiem onderzoek en bio-economie: voldoende voorraad garanderen en veilig voedsel produceren met respect voor het ecosysteem. Daarnaast wil men een boost geven aan producten van biologische afkomst.
  • Veilige, schone en efficiënte energie: verminderen van het energieverbruik, verminderen van de kosten voor groene energie, alternatieve brandstoffen en mobiele energiebronnen, realiseren van een uniform Europees elektriciteitsnet, nieuwe kennis en technologieën, goede besluitvorming en betrokkenheid van het publiek en de markt.
  • Intelligent, groen en geïntegreerd transport: een milieuvriendelijk, veilig en aaneensluitend transportsysteem opzetten dat efficiënt gebruikmaakt van grondstoffen; nadruk op veiliger verkeer met minder files; van de EU een wereldspeler maken op het vlak van transportindustrie; socio-economisch onderzoek en gedragsonderzoek met het oog op het maken van beleidsaanbevelingen.
  • Klimaatactie, efficiënt gebruik van energie en grondstoffen: een economie creëren die efficiënt omgaat met energie en water, die de schokken van de klimaatveranderingen opvangt en die een duurzame toegang heeft tot grondstoffen.
  • Werken aan een inclusieve, reflectieve en innovatieve maatschappij: aanpakken van sociale uitsluiting, discriminatie en diverse vormen van ongelijkheid; nieuwe innovatievormen verkennen en het versterken van de wetenschappelijke basis voor de Innovatie-Unie, de Europese onderzoeksruimte en ander EU-beleid. Horizon 2020 moedigt samenwerking met landen buiten de EU aan en er is aandacht voor herdenkingen, identiteit, tolerantie en cultureel erfgoed.
  • Veilige maatschappijen: crisisbeheer voor allerlei rampen, met speciale aandacht voor de communicatie en voor de bescherming van cruciale infrastructuur; de strijd tegen terrorisme en andere vormen van criminaliteit; beschermen van de buitengrenzen van de EU door betere controlesystemen, maar ook door acties in landen buiten de EU, zoals conflictpreventie en vredesopbouw.

Budget

  • Pijler 1: Het luik wetenschap op topniveau bedraagt 24,4 miljard euro. Het is één van de weinige programma’s waar je tot 100% financiering kan krijgen!
  • Pijler 2: Het budget voor de tweede pijler is 17 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden, is er een plafond van 70 procent (niet voor non-profit).
  • Pijler 3: Dit luik van het Horizon 2020 programma bedraagt 29,7 miljard euro. Cofinancieringspercentage kan tot 100 procent, voor innovatieve projecten die zich dicht bij de markt bevinden is er een plafond van 70 procent.

Begunstigden

Wie maakt kans op subsidies uit Horizon 2020?

  • Alle juridische entiteiten.

Welke landen komen in aanmerking voor subsidies uit Horizon 2020?

  • EU-lidstaten.

Ook niet-EU-landen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking. Kijk voor meer informatie op http://ec.europa.eu/research/participants/docs/h2020-funding-guide/cross-cutting-issues/international-cooperation_en.htm

Info & contact

Vlaams contactpunt: www.ncpflanders.be

Read more
Follow us