U heeft thema's geselecteerd om te volgen, maar deze worden niet opgeslagen zolang u niet bent ingelogd. Login of registreer om deze thema's te blijven volgen.

Cohesiebeleid post-2020: het voorstel is er!

24 August 2018 - door Nand De Klerck

Na het algemene voorstel van de Commissie voor het volgend meerjarig financieel kader verscheen op 29 mei 2018 het sectorvoorstel voor cohesiebeleid. Voor de volgende langetermijnbegroting van de EU voor 2021-2027 stelt de Commissie een modernisering voor van het cohesiebeleid, het belangrijkste investeringsinstrument van de EU en een van haar meest concrete uitdrukkingen van solidariteit. De 3 categorieën om landen in te delen blijft overeind, ondanks veel discussie op voorhand.

Cohesiebeleid post-2020: het voorstel is er!

Wat moet u weten?

De economie van de EU is zich weliswaar aan het herstellen, maar er is behoefte aan meer investeringen om de hardnekkige verschillen tussen en binnen de lidstaten aan te pakken. Met een budget van 373 miljard euro aan vastleggingen voor 2021-2027 heeft het toekomstige cohesiebeleid de financiële slagkracht om deze verschillen te helpen overbruggen. De middelen zullen nog steeds gericht worden op de regio's die het het hardst nodig hebben hun achterstand ten opzichte van de rest van de EU in te halen. Tegelijkertijd blijft het beleid een sterke directe link tussen de EU en haar regio's en steden.

1. Nadruk op de vijf centrale investeringsprioriteiten (ipv 11 in de vorige periode) waar de EU het best in staat is resultaten te boeken: Het grootste deel van de investeringen van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds gaat naar:

  • innovatie,
  • steun voor kleine ondernemingen,
  • digitale technologieën
  • industriële modernisering.
  • Ook wordt geïnvesteerd in de overgang naar een koolstofarme, circulaire economie en de bestrijding van klimaatverandering, zoals bepaald in de Overeenkomst van Parijs.

2. Een cohesiebeleid voor alle regio's en een gerichtere aanpak van regionale ontwikkeling:

Investeren in alle regio's: Regio's die nog steeds achterlopen wat groei of inkomsten betreft – voornamelijk gelegen in het zuiden en oosten van Europa – zullen veel EU-steun blijven ontvangen. Het cohesiebeleid zal blijven investeren in alle regio's, omdat veel regio's in heel Europa – ook in de rijkere lidstaten – moeite hebben met de industriële overgang, kampen met werkloosheid en zich staande moeten houden in een geglobaliseerde economie.

Een gerichte aanpak: Het cohesiebeleid blijft drie categorieën regio's hanteren: minder ontwikkelde, overgangs- en meer ontwikkelde regio's. De middelste transitiecategorie wordt verruimd. De meest onwikkelde regio's zullen zich vooral focussen op innovatie. Dit zou uiteindelijk meest meerwaarde opleveren. 

Om de ongelijkheden te verkleinen en regio's met een laag inkomen en een lage groei te helpen hun achterstand in te halen, blijft het bbp per hoofd van de bevolking het belangrijkste criterium voor de toewijzing van middelen. Daarnaast zijn er nieuwe criteria die beter aansluiten op de reële situatie:

  • jeugdwerkloosheid,
  • laag opleidingsniveau,
  • klimaatverandering
  • opvang en integratie van migranten;

Lokaal geleid: Het cohesiebeleid voor de periode 2021-2027 staat voor een Europa dat regio's sterker maakt door lokaal geleide ontwikkelingsstrategieën te ondersteunen. De lokale, stedelijke en territoriale overheden zullen meer betrokken zijn bij het beheer van EU-fondsen, terwijl de hogere medefinancieringspercentages de inbreng van regio's en steden in door de EU gefinancierde projecten zal vergroten. 

3. Minder, duidelijkere en kortere regels en een flexibeler kader:

De vereenvoudiging van de toegang tot de fondsen: De Commissie stelt voor de regels in de volgende langetermijnbegroting van de EU minder complex te maken, oftewel minder bureaucratie en simpelere controleprocedures voor bedrijven en ondernemers die EU-steun ontvangen;

Eén "rulebook" Eén pakket regels omvat nu zeven EU-fondsen die in partnerschap met de lidstaten worden uitgevoerd ("gedeeld beheer"), wat de programmabeheerders van de fondsen het leven makkelijker zal maken. Het zal ook synergie bevorderen, bijvoorbeeld tussen de fondsen voor het cohesiebeleid en het Fonds voor asiel en migratie als het gaat om de ontwikkeling van lokale strategieën voor de integratie van migranten. Het kader voorziet ook in efficiëntere links met andere fondsen uit het instrumentarium van de EU-begroting; zo kunnen lidstaten bijvoorbeeld kiezen een deel van hun middelen van het cohesiebeleid over te hevelen naar het InvestEU-programma.

Afstemming aan de behoeften: Verder wordt in het nieuwe kader stabiliteit – die nodig is om investeringen op lange termijn te kunnen plannen – gecombineerd met de nodige flexibiliteit om te kunnen inspelen op onvoorziene gebeurtenissen. Een tussentijdse evaluatie zal uitwijzen of de programma's voor de laatste twee jaar van de financieringsperiode moeten worden aangepast, en beperkte overdrachten van middelen binnen de programma's van de EU-fondsen zijn mogelijk. 

4. Een sterkere link met het Europees Semester voor een beter investeringsklimaat in Europa: De Commissie stelt voor de link tussen het cohesiebeleid en het Europees Semester te versterken om een bedrijfsvriendelijk en groeistimulerend klimaat te scheppen in Europa, zodat het volledige potentieel van zowel Europese als nationale investeringen kan worden benut. Deze versterkte steun van het cohesiebeleid voor structurele hervormingen zal zorgen voor volledige complementariteit en coördinatie met het nieuwe, verbeterde steunprogramma voor hervormingen.

Volgende stappen

Als een ongekend blijk van transparantie heeft de Europese Commissie haar voorstel voor de nieuwe langetermijnbegroting van de EU op 2 mei voor het eerst zowel in lopende prijzen als in constante prijzen van 2018 gepresenteerd. In dezelfde geest publiceert de Commissie vandaag de nationale toewijzingen in het kader van het cohesiebeleid voor de lidstaten eveneens zowel in lopende als in constante prijzen van 2018 (zie afbeelding onderaan).

Een snel akkoord over de langetermijnbegroting van de EU en haar sectorale voorstellen is essentieel om ervoor te zorgen dat de EU-financiering zo snel mogelijk concrete resultaten gaat opleveren.

Als er vergelijkbare vertragingen zouden zijn als die aan het begin van de huidige begrotingsperiode 2014-2020, zou dat betekenen dat 100 000 door de EU gefinancierde projecten niet op tijd van start zouden kunnen gaan; in tal van scholen zouden renovatiewerkzaamheden moeten wachten; medische apparatuur zou met vertraging worden geleverd aan ziekenhuizen en kleine ondernemingen zouden geen zekerheid hebben om investeringen te plannen.

Als nog in 2019 overeenstemming wordt bereikt over de volgende langetermijnbegroting, is het mogelijk deze naadloos te laten aansluiten op de huidige langetermijnbegroting (2014-2020). Dat draagt bij tot de voorspelbaarheid en continuïteit van de financiering, en daar is iedereen bij gebaat.

Na 5 jaar volgt een mid-term review. 

Meer info

Alle documenten vindt u terug via deze link! 

Op 26 juni houden we bij VLEVA een informatie- en consultatiebijeenkomst over het meerjarig financieel kader. Begin september volgen verschillende sectorale events. Ook het voorstel rond cohesiebeleid zal dan besproken worden. 

Follow us