Tijdens een debat over de 'moeilijke monetaire, economische en sociale situatie in landen van de eurozone' verzochten Europarlementsleden de Commissie en de Raad over het algemeen om de huidige problemen in de eurozone te gebruiken om vastberaden op te treden ten gunste van meer bindende economische coördinatie. Ook vroegen ze om een meer reactieve aanpak in de toekomst om zo de spanningen op de financiële markten te voorkomen.
Over de moeilijke monetaire, economische en sociale situatie van de landen van de Eurozone zei vertegenwoordiger van het raadsvoorzitterschap Diego LÓPEZ GARRIDO, dat "de situatie van het overheidstekort een duidelijk gevolg was van de crisis, in combinatie met vergaande financiële interventies door regeringen om de ineenstorting van het financiële stelsel te voorkomen". Wat de monetaire situatie betreft, zei hij, dat "ondanks de spanning op de beurzen, de EU adequaat gehandeld had", en dat "de maatregelen die waren genomen, nog niet moesten worden afgeschaft".
Fiscale maatregelen, structurele hervormingen en een geïntegreerd mechanisme voor toezicht waren volgens Commissaris Joaquín ALMUNIA "de sleutel, die de huidige spanningen kon oplossen" en "Griekenland weer op een duurzaam pad kon plaatsen". Almunia sprak namens de Commissie steun uit voor het plan, dat de Griekse regering had voorgesteld en voegde eraan toe: "Er zijn echter ook risico's gebonden aan de programmadoelstellingen en fiscale aanpassingen op middellange termijn. Almunia zei ook dat Eurostat meer bevoegdheden moest krijgen om de statistieken van lidstaten te controleren. Ter afronding van het debat zei hij dat de steun van de lidstaten niet vrijblijvend zou zijn en dat Griekenland in ruil daarvoor de nodige inspanningen moest doen.
Namens de EVP-fractie zei Corien WORTMANN-KOOL (NL) dat haar fractie volledig achter de aanpak van de Europese Commissie stond, wat de behandeling van het geval Griekenland betrof, hoewel dit optreden maanden later kwam, dan had gemoeten. De problemen waarmee de eurozone momenteel geconfronteerd werd, maakten een meer krachtige aanpak van het economische bestuur dringend en een sterkere coördinatie van het monetaire beleid noodzakelijk. Het Spaanse Voorzitterschap moest vooral ook in eigen land het voorbeeld geven.
De 2020-doelstelling, die Commissievoorzitter Barroso uiteen had gezet, was een "dunne soep", die dringend met meer economische beleidscoördinatie moest worden gebonden, zei Udo BULLMANN (S&D, DE). "Geef niet toe aan angst", drong hij bij de lidstaten aan. Bullmann merkte ook op dat "lidstaten niet in hun moderniseringsinspanningen slaagden", maar hij had er vertrouwen in, dat de Griekse minister van Financiën "goed werk" zou leveren.
"Onze tactische en strategische vergissing was dat we niet meteen hebben ingegrepen en dat we vanaf het begin de verkeerde benadering hebben gevolgd", zei Guy VERHOFSTADT (ALDE, BE). De situatie in Griekenland bewees volgens hem dat de veel te zwakke Lissabonstrategie was mislukt. Hij bekritiseerde het gebrek aan "samenhang, aan vertrouwen en aan solidariteit" en benadrukte dat Europa een ingreep van het IMF niet nodig had voor het oplossen van de problemen van de eurozone: "laten wij het zelf oplossen!"
Pascal CANFIN (GREENS/EFA, FR) waarschuwde dat Spanje tot voor kort volledig aan de stabiliteitscriteria voldeed, maar zijn openbare schuld "had laten ontploffen" en twee jaar later was de situatie er zeer slecht aan toe, met een hoge werkloosheid: "De stabiliteitscriteria zijn belangrijk, maar niet genoeg". "Als we de Stabiliteits- en groeipactcriteria strikt interpreteren, lopen we het risico het bredere plaatje te missen en de volgende crisis niet te zien aankomen".
Kay SWINBURNE (UK) zei namens de ECR-fractie dat de spreiding van staatschulden tot speculaties op de markt leidde, waardoor de EU "in tijden van crisis kwetsbaar" was. Ze vond dat de Europese Centrale Bank in de eurozone een overzicht moest hebben van de cumulatieve schulduitgifte.
Verwijzend naar de plannen om uit de crisis te komen, zei Nikolaos CHOUNTIS (GUE/NGL, EL) dat we onze huidige modellen moesten herzien en niet moesten proberen om ze te hergebruiken. "De strategie van Lissabon is één van de oorzaken van de crisis, laat staan dat die strategie ons zal beschermen", zei hij. Hij benadrukte dat dit een crisis van heel de Eurozone was en niet alleen van Griekenland.
"We hebben een ramp in de maak in Griekenland en Europa", zei Nikolaos SALAVRAKOS (EFD, EL). Hij stelde Barroso's visie van sterkere economische, sociale en werkgelegenheidsbanden tussen de lidstaten tegenover de realiteit van door kapitaal gedreven markten, waarvan de winst zonder aarzeling werd uitgevoerd, hetgeen aanleiding gaf tot speculaties.
Overige sprekers
Peter van DALEN (ECR, NL) zei: "Europa moet geen Trojaans paard binnenhalen", door steun te verlenen aan Griekenland, Spanje, Portugal en Italië. "Dat moet niet gebeuren, want dan zouden wij slecht beleid met een bonus belonen", zei van Dalen. Hij keek met veel belangstelling uit naar de effecten van de maatregelen, die waren genomen. "En mochten ondertussen de beurskoersen en de euro wat zakken, dan is dat noch voor beleggers, noch voor exporterende bedrijven een ramp, integendeel", concludeerde hij.
Barry MADLENER (NA, NL) zei: "Griekenland dreigt misschien zelfs failliet te gaan en ook andere landen, dankzij het jarenlange slappe linkse beleid van de linkse politici die in Europa de dienst hebben uitgemaakt". Hij betoogde dat Griekenland "al bij toetreding met de cijfers bleek te knoeien. De politici waren "daar blind voor" geweest. "En wat gebeurt er nu? U gaat gewoon verder met uw rampzalige beleid. Wie klopt er op de deur van de EU? Nog meer arme landen. Dit beleid van immigratie moet stoppen".
Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 heeft het Europees Parlement belangrijke nieuwe wetgevende bevoegdheden. Vrijwel alle EU-wetgeving wordt nu door het Europees Parlement en de Raad van Ministers gezamenlijk bepaald - met inbegrip van landbouw, immigratie, energie en de EU-begroting. De rol van het Parlement om - als enige rechtstreeks verkozen instelling van de EU - ervoor te zorgen dat de EU verantwoording aan de burgers aflegt, is ook versterkt. Zo hebben Europarlementsleden een grotere inspraak in de benoemingen van vele van de belangrijkste EU-banen. REF. : 20100209IPR68629







