Nu is België aan zet
"Brussel" zit half jaar "Brussel" voor
Twee jaar hebben de voorbereidingen in beslag genomen. Er is eindeloos vergaderd en gecoördineerd over de praktische en de inhoudelijke kanten van het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Op 1 juli is het dan zo ver: België neemt voor zes maanden het "rotererend" Voorzitterschap van de Raad over. In het kamp van de Euro-watchers lokt dat verscheiden en zelfs botsende reacties uit. Is België niet een van de "zieke mannen" in de Unie, in volle regeringscrisis, behept met een chronische instabiliteit die het voortbestaan van het land zelf bedreigt, en met een torenhoge publieke schuld? Neen, luidt het op alle Belgische banken. Belgen vinden altijd een uitweg uit hun problemen. Het zijn de eigen burgers die hun armlastige staat al decennia geld voorschieten. België is nu eenmaal een permanente diplomatieke conferentie, naar het beeld van de Unie zelf en - ironisch genoeg - zijn de deelstaten ankers van stabiliteit nu het land het op federaal niveau zonder "echte" regering moet doen. Bovendien is ook de aard van zo'n roterend Voorzitterschap veranderd, nu de Europese Raad van Staats- en Regeringsleiders een permanente Voorzitter heeft gekregen, in de figuur van Herman Van Rompuy.
De start van zo'n zes maanden durend Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie brengt traditioneel een hoop gedoe met zich mee. In de voorafgaande maanden hebben honderden ambtenaren van zowel het federale als de deelstatelijke niveaus allerlei bijspijkercursussen gekregen. Zij vormen de machinerie die het echte werk van een Voorzitterschap doet. Ze moeten er voor zorgen dat hun eigen overheid goed op de hoogte is van de vaak technische dossiers die binnen de instellingen van de Europese Unie worden behandeld. Dossiers waarvan de uitkomst in een later stadium vaak in eigen Belgisch of Vlaams recht zullen moeten worden omgezet. De vooruitgeschoven stelling binnen dat systeem is de Permanente Vertegenwoordiging - lees: de Belgische ambassade bij de EU. Daar zitten de gedetacheerde ambtenaren en diplomaten die de eigenlijke onderhandelingen voeren, met hun collega's van de 26 andere lidstaten.
Die onderhandelingen vinden gelaagd plaats. Dossiers worden opgestart en ingeleid in de vele tientallen Raadswerkgroepen. Het initiatief komt veelal van de Europese Commissie, in de vorm van een of andere Mededeling over een onderwerp. Slagen de gespecialiseerde attachés van de 27 lidstaten er in om rond een van die voorstellen een doorbraak te bereiken, dan verhuist de zaak naar het Coreper-niveau, waar ambassadeurs de dossiers verder bespreken, zodat ze "rijp" zijn om uiteindelijk besproken te worden op de Raad zelf, door de betrokken ministers. Die Raad van de Europese Unie is één instelling, maar in de praktijk valt die in 10 verschillende Raadsformaties uiteen, op basis van de onderwerpen die besproken worden. Er is een Raad Algemene Zaken, een Raad Economische en financiele zaken ("Ecofin"), een Raad Justitie en Binnenlandse Zaken en een Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Gezondheid en Consumentenzaken ("EPSCO").
Verder zijn de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie, de Raad Concurrentievermogen, waarin zowel de Interne Markt en Industrie aan bod komen, als Onderzoek en Toerisme. Er is de Raad Landbouw en Visserij, de Raad Leefmilieu, en de Raad Onderwijs, Jeugd en Cultuur.
Een buitenbeentje is de Raad Buitenlandse Zaken, die sinds de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon wordt voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en het Veiligheidsbeleid, de Britse Lady Ashton. De andere negen Raadsformaties zullen het komende halfjaar worden geleid door Belgische ministers - federale, maar ook deelstatelijke. Dat is een gevolg van het feit dat in België sinds het midden van de jaren negentig de Gewesten en Gemeenschappen voor hun eigen bevoegdheden binnen het Belgische staatsverband ook de verantwoordelijkheid betreffende internationale relaties dragen. Aangezien de Europese Unie ook gaat over heel wat beleidsvelden die in België zijn gefederaliseerd, moeten de deelstaten wel nauw bij de Belgische standpuntbepaling in Europese context betrokken worden, én meteen ook bij de Belgische vertegenwoordiging in Europa.
Deelstaatministers
In de Raad van de Europese Unie wordt België dus vertegenwoordigd door zowel federale als deelstaatministers. In principe is dat afhankelijk van de bevoegdheidsverdeling binnen België. De precieze verdeling is bij het ingaan van het systeem vastgelegd in een Samenwerkingsakkoord. Ondanks voortdurend aandringen van Vlaamse kant is die verdeling nooit meer ten gronde aangepast, zodat er nogal wat ongerijmdheden zijn ingeslopen. Voor die Raadsformaties waarin zij hun internationale verantwoordelijkheden wel al ten volle moeten oppakken, hebben de deelstaten in 2008 onderling een taakverdeling afgesproken voor de periode van begin 2010 tot halfweg 2011 - de zogeheten toerbeurtregeling. Die bepaalt dat Vlaanderen in die periode namens België optreedt voor Visserij, Leefmilieu, Onderwijs, Jeugd en Sport. Gevolg is dat de Vlaamse Minister-president, Kris Peeters, minister Joke Schauvliege, minister Pascal Smet en minister Philippe Muyters onder Belgisch Voorzitterschap ook effectief als voorzitters van hun Raadsformatie zullen optreden.
Het hele systeem brengt ook het bestaan van deelstaatvertegenwoordigingen binnen de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de EU met zich mee. De Vlaamse Vertegenwoordiging, een beetje oneigenlijk ook als Vlaamse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU beschreven, bestaat momenteel uit 32 medewerkers - van wie de helft deeltijds aan de PV verbonden is. De meesten daarvan werken als attaché - het zijn Vlaamse ambtenaren die vanuit 12 van de 13 "beleidsdomeinen" van de Vlaamse overheid naar de Vlaamse Vertegenwoordiging zijn uitgestuurd. Ze volgen er de Europese actualiteit, berichten daarover aan hun departementen, kabinetten en agentschappen, en proberen maximaal de Vlaamse belangen in de Belgische en Europese besluitvorming te bevorderen en te bewaken.
De overdracht van de "macht" binnen de Raad van de Europese Unie zorgt voor opwinding in de Europese Wijk van Brussel. Al weken was het bijvoorbeeld uitkijken naar het officiële Programma van het Belgisch Voorzitterschap. Nu moet dat programma wel voor een stuk "ontsluierd" worden. Bij zowel de Vlaamse politiek als het middenveld heerste rond dat programma tot voor een paar maanden nog wat overspannen verwachtingen. In werkelijkheid is het niet aan een Voorzitterschap van de Raad om een radicaal nieuwe koers voor de Europese Unie uit te zetten. Zeker voor een land als België, dat zich nog altijd sterk vereenzelvigd met een sterke Unie, is het zaak om zich "dienstbaar" op te stellen ten aanzien van het geheel van de EU. Maar ook sterkere lidstaten beseffen heel goed dat hun Voorzitterschapprogramma op de eerste plaats moet voortbouwen op alle ideeën en initiatieven-in-uiteenlopende-vorm-van-uitwerking die in de "pijplijn" van de Unie zitten - die virtuele pijp waardoor zowel de werkzaamheden van de Commissie, de Europese Raad, het Europees Parlement, als vorige Voorzitterschappen worden geperst.
Het binnenkomende Voorzitterschap wordt daarbij uiteraard geacht de lijntjes op te nemen waar het Spaanse Voorzitterschap ze per 30 juni liet vallen. En verder moet een Voorzitterschapprogramma uiteraard rekening houden met de politieke realiteit binnen de Unie. Hooggestemde voorstellen waarvan iedere betrokkene weet dat ze op enthousiasme kunnen rekenen in eigen land, maar niet in een pak andere lidstaten, horen niet in een programma thuis, want ze kunnen toch tot geen enkel resultaat leiden.
Belgisch programma
Het Belgisch programma dat uiteindelijk voorligt, is opgebouwd rond een vijftal "assen". Op één staat de "Sociaaleconomische as". Doel daarvan: opnieuw aanknopen bij een duurzame groei en een stevig concurrentievermogen in de Unie. Hoe dat moet gebeuren? Door de ontwikkeling van een competitieve, groene kenniseconomie - door het uitvoeren van het Europa 2020-programma; de versterking van het Stabiliteitspact - en dus de euro - een betere reglementering voor de financiele sector, een steviger "bestuur" (governance) van de economie binnen de EU. Veder door het stimuleren van de werkgelegenheid, vooral dan de groene en witte banen (binnen de zorgsector); door innovatie en een weghalen van overblijvende stremmingen in de interne markt.
De "sociale as" die België voorstaat, zal door een aantal lidstaten misschien minder enthousiast onthaald worden. België wil onder zijn voorzitterschap de "sociale vooruitgang stimuleren", onder meer door "de versterking van de sociale bescherming over de gehele levenscyclus te bevorderen" en door "de sociale convergentie naar hogere standaarden" te onderzoeken. Meteen wil België ook "de toegevoegde waarde van de EU beklemtonen" op het vlak van de volksgezondheid en de vergrijzing - wat dat laatste betreft onder meer door de problematiek van de pensioenen op tafel te brengen. Omvorming naar een groene economie vormt de derde as, rond "leefmilieu" gedrapeerd. Centraal staat in deze de pogingen om wereldwijd tot concrete en ambitieuze doelstellingen voor de strijd tegen de klimaatsverandering te komen, met het oog op de conferentie in het Mexicaanse Cancun - de "COP16". Hier speelt de discussie of de EU verder blijft mikken op 20 % vermindering van broeikasgassen, of hoger gaat. Ook een aanpassing van de fiscaliteit, in de richting van "groene" belastingen, staat op het Belgische programma - een gecoördineerde operatie moet dat worden waarbij onder meer energie en transport in het vizier komen. België zal verder de 10de Conferentie over Biodiversiteit in het Japanse Nagoya voorbereiden, en streven naar een evaluatie van de bestaande Europese wetgeving op het gebied van leefmilieu.
De vierde "as" van het Belgisch programma slaat op het zogenaamde Programma van Stockholm, en de sfeer van "vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid": de uitbouw van een uniforme Europese asielprocedure en een uniforme internationale bescherming voor asielaanvragers; de strijd tegen terrorisme, georganiseerde misdaad, illegale immigratie en mensenhandel, en verder de wederzijdse erkenning door de lidstaten van gerechtelijke beslissingen. De as "buitenlandse zaken" tenslotte, slaat op de effectieve oprichting van de Europese dienst voor Externe Actie (EDEO) - een eigen Europees corps diplomatique - de mensenrechten, het bestrijden van protectionisme in handelszaken. De uitbreidingsonderhandelingen met Kroatië, Turkije, landen van de Westelijke Balkan en IJsland worden gevoerd "op basis van de eigen merites van de kandidaat-lidstaten" - lees: op basis van de vorderingen die ze maken om het acquis communautaire en de toetredingsregels te absorberen en over te nemen.
-------------------------------------------------
Leefmilieu
België mag dan wel intussen Voorzitter van de Raad van de Europese Unie zijn geworden, de werkzaamheden tijdens de laatste maand van het Spaans Voorzitterschap moesten ook worden opgevolgd. Op 11 juni bijvoorbeeld, vertegenwoordigde Vlaams minister Joke Schauvliege België op de Raad Leefmilieu. Het Spaans Voorzitterschap legde vooruitgangsverslagen neer over vier ook voor Vlaanderen belangrijke wetgevende dossiers. Zowel het dossier over het ontwerp van richtlijn WEEE - over het stimuleren van de recyclage van elektrisch en elektronisch afval - als dit van de richtlijn RoHS - over het maximaal weren van gevaarlijke stoffen in dergelijke producten - lopen verder onder het Belgisch Voorzitterschap. Dat geldt overigens ook voor het dossier "biociden" als het dossier terugdringing CO2-uitstoot door lichte vrachtwagens. Voor die vier dossiers zouden er voor eind dit jaar politieke akkoorden binnen de Raad moeten kunnen afgesloten worden, of zelfs politieke akkoorden in eerste lezing met het Europees Parlement. De voortgangsrapporten geven een duidelijk overzicht van de overblijvende knelpunten, en gaven voorlopig geen aanleiding tot bijkomend debat.
De Raad besprak wel voor het eerst de Mededeling van de Commissie over opties om de uitstoot van broeikasgassen met meer dan 20 % te verminderen. De meeste lidstaten vonden die mededeling een goede vertrekbasis voor verder debat. Sommige lidstaten pleitten meteen voor een opstap in de richting van een vermindering van de emissies met 30 %. Andere vroegen de Commissie om de gevolgen van soortgelijke maatregelen per lidstaat aan een nader onderzoek te onderwerpen. Minister Schauvliege gaf aan dat België de mededeling verder grondig wil bespreken, zonder een beslissing te willen afdwingen. Meerdere lidstaten houden immers vast aan het oorspronkelijke Europese standpunt, in de aanloop naar de COP-15-conferentie in Kopenhagen, in december van vorig jaar: meer dan 20 % alleen als ook de andere grote industrieregio's serieuze inspanningen tegen de klimaatverandering opzetten. De lunch was gewijd aan de internationale onderhandelingen betreffende klimaat. Meteen is duidelijk dat klimaat nog bijzonder hoog op de agenda van het Belgisch Voorzitterschap moet staan. In oktober gaat de Raad Leefmilieu verder met deze zaak. Klimaat komt ook op de agenda van de Europese Raad (van Staats- en Regeringsleiders) in oktober.
De Epsco-Raad, Raadsdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid kwam op 7 juni in Luxemburg samen. België was er vertegenwoordigd door federaal minister Joelle Milquet en staatssecretaris Jean-Marc Delizée. De hoofdmoot van de Raadsvergadering bestond uit een oriënterend debat over de kerndoelen inzake werkgelegenheid en sociale uitsluiting/armoede in de Europa 2020-strategie. Dat gebeurde aan de hand van bijdragen van het Comité voor Werkgelegenheid (EMCO) en het Comité voor Sociale Bescherming (SPC). Wat werkgelegenheid betreft, ging de aandacht daarbij vooral naar "richtsnoer zeven": de arbeidsmarktparticipatie opvoeren en de structurele werkloosheid terugdringen". België steunt de hoofddoelstellingen voor de werkgelegenheid en de armoedebestrijding. De Europa 2020-strategie heeft een directe invloed op Vlaanderen, omdat streefcijfers door de lidstaten in hun nationale hervormingsprogramma's moeten vertaald worden - naar nationale streefcijfers en nationale trajecten die rekening houden met de verschillende startposities van de lidstaten. Er komt met andere woorden een "Vlaams hervormingsprogramma", met maatregelen om de Europa 2020-strategie in Vlaanderen uit te voeren. Veel voorbereidend werk daarvoor is overigens al geleverd in het kader van het Vlaamse Pact 2020 en zijn popularisering: het programma Vlaanderen in Actie (VIA).
Armoede-indicatoren
Wat "sociale inclusie" en de vermindering van armoede betreft, raakten de lidstaten het eens over drie indicatoren om het totale aantal mensen in armoede te meten: armoederisico - personen die minder dan 60 % van het nationale mediaaninkomen verdienen); materiele deprivatie en leven in een door werkloosheid getroffen gezin. De lidstaten zullen zelf hun eigen nationale doelstellingen en indicatoren kunnen bepalen. Het Europa 2020-streefcijfer, om tegen 2020 20 miljoen mensen uit de armoede te halen, wordt algemeen als "ambitieus maar haalbaar" beschouwd. Dat geldt ook voor de doelstelling betreffende arbeidsparticipatie. De 75 % kan gehaald. Opvallend is dat sommige lidstaten overwegen om subdoelstellingen te introduceren - arbeidsparticipatie per sekse en specifieke leeftijdsgroep bijvoorbeeld. Voor België moet werk centraal staan in de Europa 2020-strategie. België hamert daarbij op het begrip smart banen - slimme jobs. Om die te creëren moet er veel aandacht gaan naar "levenslang leren" en de verbetering van kwalificaties in functie van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.
Nog ter sprake op de Epsco-Raad kwam het voortgangsverslag over een voorstel van richtlijn over de toepassing van het "beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid". Dat voorstel, dat al sinds 2008 in behandeling is, vormt een aanvulling op de bestaande EU-wetgeving tegen discriminatie op het vlak van de sociale bescherming, met inbegrip van sociale zekerheid en gezondheidszorg, sociale voordelen, onderwijs en de toegang tot goederen en diensten, met inbegrip van de toegang tot huisvesting. Er moet nog een pak werk verzet worden - onder meer wat betreft de verduidelijking van een reeks begrippen: intimidatie, opdracht tot intimidatie, discriminatie door associatie en discriminatie op basis van veronderstellingen ....
Het Raadsonderdeel Telecom van de Raad Transport, Telecom en Energie, vergaderde op 31 mei. Centraal stond daar de "digitale agenda voor Europa" - het eerste zogenaamde vlaggenschip van de Europa 2020-strategie dat een concretere uitwerking kreeg, op basis van een Mededeling van de Commissie van 19 mei. Die stelt een reeks horizontale acties voor, waarvan de uitvoering onder de verantwoordelijkheid van verschillende Commissarissen zal vallen. De Raad van 31 mei slaagde er al meteen in om Raadsconclusies aan te nemen - een politiek signaal naar de Europese Raad van 17 juni. Voor de Vlaamse bevoegdheden is de Digitale Agenda belangrijk omwille van onder meer het toekomstige radiospectrumbeleid. Ook de verdere uitbouw van de Europese digitale bibliotheek Europeana kreeg een plaats in de Mededeling. Blijkt ook dat er een Groenboek komt over de online-distributie van Europese audiovisuele werken en andere creatieve spullen.
Stresstests
Op 17 juni was het de beurt aan de Europese Raad van Staats- en Regeringsleiders, die bijeenkomt onder voorzitterschap van Herman Van Rompuy. Voor één keer beperkte de Europese Raad zich tot één dag van vergaderen - de Fransen vierden op vrijdag de 70e verjaardag van de Oproep tot verzet tegen de Duitse bezetting die generaal Charles De Gaulle destijds vanuit zijn ballingsoord had gedaan. De Raad hechtte zijn formele goedkeuring aan de Europa 2020-strategie. In een voetnoot onderstreepte de Raad wel dat het tot de bevoegdheden van de lidstaten behoort om voor onderwijs kwantitatieve doelstellingen vast te leggen en na te streven. Die voetnoot kwam er op vraag van het Verenigd Koninkrijk en van Duitsland.
Bijzonder veel aandacht ging er tijdens de Raad onverwachts uit naar de "Stresstest" van banken. Aanleiding was een aankondiging door de Spaanse premier Jose Luis Zapatero, aan de vooravond van de Raad, dat Madrid gaat voor een volledige transparantie inzake die stresstests. Stresstests zijn oefeningen waarbij een fictief scenario wordt losgelaten op een bankinstelling om na te gaan hoe die zou reageren op crisissituaties. Ook Dexia en de KBC Group kregen een dergelijke stresstest opgelegd door de Europese Commissie in het kader van de staatssteun die zij eerder van de federale en de Vlaamse Overheid kregen. Duitsland was aanvankelijk gekant tegen de publicatie, maar uiteindelijk kon er toch overeenstemming worden bereikt over de publicatie, voor eind juli door het Europees Toezichtcomite voor de Banken (CEBS), van de resultaten van de stresstest van 25 grote banken. Onder hen zeker ook KBC Group en Dexia. Het gaat om een oefening die - als het van Commissaris Michel Barnier (Interne Markt) afhangt - tot een permanent mechanisme voor controle op de bankensector zal worden ingesteld.
De Raad besliste ook om op de G20 Top in Toronto de invoering te verdedigen van een "Bankentaks". De EU zou er zelfs op haar eentje mee doorgaan als de andere grote mogendheden dat niet doen. Maar achter die ogenschijnlijke stoere eensgezindheid gaat nog veel onduidelijkheid schuil. De Commissie en een aantal LS willen met die bankentaks een fonds spekken om banken te redden die over de kop dreigen te gaan. Parijs, Londen, en - volgens De Tijd - ook België, willen die inkomsten gewoon in de nationale schatkist storten. Onder Conclusie 19 heeft de Europese Raad het bovendien ook nog over het "onderzoeken" van de mogelijke invoering van een wereldwijde financiële transactieheffing.
Nieuw in de uiteindelijke Raadsconclusies in vergelijking met de ontwerptekst, was het opduiken van een expliciete vermelding van de noodzaak van pensioenhervormingen.
In tegenstelling tot wat onder meer het Europees Parlement en de Franse president Sarkozy wou, komt er voorlopig geen "economische regering" voor de EU. De bestaande mechanismen moeten dit euvel opvangen. Het strakker toezicht op de financiële en economische ontwikkelingen en op de budgettaire gestrengheid voor de LS blijft in handen van Commissievoorzitter Barroso en van de Europese Raad met Voorzitter Van Rompuy.
Stedelijke mobiliteit
Terug naar de eigenlijke Raad van de Europese Unie. Het Raadsonderdeel Transport daarvan vergaderde op 24 juni. Op 30 september 2009 publiceerde de Commissie haar actieplan stedelijke mobiliteit. Dit bevat een twintigtal niet-legislatieve maatregelen om tot een betere samenwerking en uitwisseling van best practices op vlak van stedelijke mobiliteit in de EU te komen. Onder Spaans Voorzitterschap werden er Raadsconclusies over dit actieplan onderhandeld en op deze Raad aangenomen. In deze conclusies werden een aantal Vlaamse aandachtspunten betreffende duurzame mobiliteit meegenomen.
Ook hier stond weer de Europa 2020-strategie op de agenda. Welke rol is er voor transport in dat actieplan weggelegd, was de vraag waarover de ministers debatteerden. Alle lidstaten zijn het erover eens dat transport terecht een belangrijkere rol krijgt toebedeeld in Europa 2020. Een duurzame, innovatieve aanpak van het transportbeleid in het nieuwe witboek transport en in de herziening van het TEN-beleid is nodig. Naast de link tussen inclusieve, slimme en duurzame groei en met de andere flagships wordt er aandacht gevraagd voor de band met opleidingen en werkgelegenheid in de transportsector. Slimme logistieke ketens en intermodale knooppunten zijn essentieel om deze doelstellingen te bereiken. De Commissie stelde betreffende het luchtvaartbeleid twee rapporten voor: een over de nog altijd omstreden bodyscanners op de luchthavens en een over de aanpak van de aswolkcrisis. Staatssecretaris Schouppe stelde het Belgisch voorzitterschapprogramma kort voor en deelde een brochure met de prioriteiten en de evenementen tijdens het Belgisch voorzitterschap uit.
De ministers van Landbouw en Visserij kwamen op 29 juni samen in Luxemburg. Van Belgische kant waren er federaal minister Sabine Laruelle en de Vlaamse Minister-President Kris Peeters - bevoegd voor de materies. In een inleidende vergadering over landbouw, deden de Commissarissen Dacian Ciolos (Landbouw en Plattelandsbeleid) en John Dalli (Gezondheid en Consumentenbescherming) een stand van zaken met betrekking tot de uitwerking van 39 voorstellen van vereenvoudiging van de landbouwwetgeving die in 2009 door lidstaten werden voorgelegd. Commissaris Ciolos maakte duidelijk dat hij in het najaar met een pakket concrete voorstellen komt, onder meer rond "kleine inbreuken" en rond de frequentie van rapportering in het kader van de programma's voor plattelandsontwikkeling. België vroeg in deze context meer aandacht voor de proportionaliteit tussen de vastgestelde inbreuken en de soms toch draconische sancties. Een voorbeeld is het verlies van oormerk voor de identificatie van dieren. Traditioneel ook aandacht voor de toestand op de zuivelmarkt. Uit het kwartaalverslag van de Commissie bleek dat de prijzen boven interventieniveau lagen, met een gemiddelde melkprijs van 27,7 eurocent per liter in april. Sinds september 2009 is er geen Europese interventie voor te lage melkprijzen meer nodig geweest. Verder vroeg Polen steun aan de Commissie voor de schade die zijn landbouwers geleden hebben door de zware overstromingen van de voorbije weken.
Duurzame visserij
Wat Visserij betreft, gaf de Commissie een toelichting bij haar Mededeling over de vangstmogelijkheden voor 2011 en over de principes die ze bij het opstellen van haar voorstellen zal hanteren. De Commissie meldde "enige vooruitgang" in het visbestand. Blijft het probleem dat voor sommige van die visbestanden nog geen wetenschappelijk advies mogelijk is. De lidstaten en de sector moeten betere gegevens aanleveren, vond de Commissie. Tegen 2015 wil de Commissie streven naar een MSY - Maximale Duurzame Opbrengst - een situatie die een duurzame visvangst mogelijk moet maken. Daarom wil de Commissie in vier stappen naar die MSY toewerken, ook al kan dat grote dalingen inhouden van de TAC's - de totale vangstvolumes per vissoort. Uit het debat bleek dat de meeste lidstaten het principe van de MSY steunen, maar dat er wel vragen blijven rond de methodologie om daar toe te komen.
De Commissie gaf aan de hand van een powerpoint-presentatie ook aan hoe de visserij er volgens haar aan toe zou zijn in 2020 zonder een drastische hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Vele visbestanden zouden in de problemen zitten, de rentabiliteit van de sector zou laag liggen door overcapaciteit en ook op sociaal vlak zou de situatie er bepaald grijs uit zien. Zonder moeilijke beslissingen, sterft Europa's visserijsector een trage dood, luidde de boodschap. De herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid staat niet voor niets hoog op het lijstje van de "ambities" die België - lees: Vlaanderen - heeft voor zijn Voorzitterschap ter zake. (AXB, 30.06)

















