Crisis Griekenland zware test voor Europese solidariteit
België sust onrust over politieke crisis
Het was alle hens aan dek, de voorbije weken, om een oplossing uit te dokteren voor de crisis binnen de Euro-groep, en voor de "Griekse ziekte" die naast Hellas ook een aantal andere mediterrane landen dreigt aan te tasten. Uiteindelijk lukte het de betrokken ministers van Financiën nog om op 2 mei een Europees reddingspakket voor Athene in stelling te brengen, maar niet nadat de Griekse regering 's morgens nog eerst een extra besparingsprogramma voor een beoogd bedrag van 30 miljard euro had goedgekeurd. Veel was er de voorbije weken uiteraard ook te doen over de mogelijke weerslag van de Belgische politieke crisis op het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie die snel dichterbij komt.
Door het akkoord van zondag kan Griekenland de komende
drie jaar rekenen op 110 miljard euro aan leningen: 80 miljard leningen van diverse lidstaten van de eurozone en 30 miljard van het IMF. Dit jaar wordt 30 miljard euro aan financiering ter beschikking gesteld. Een eerste schijf zal uitbetaald worden vóór 19 mei. Op die dag moet Griekenland voor 8,5 miljard euro aan schulden herfinancieren. Het reddingspakket is uitgebreider dan de 45 miljard euro - 30 miljard van de landen van de eurozone, 15 miljard van het IMF - waarover op 11 april al een principeakkoord bereikt was. De financiële markten hebben sindsdien de druk op de euro en op Griekenland immers nog fors opgedreven. De landen van de eurozone moesten daarom met een overtuigende reactie komen, die duidelijk maakt dat ze ook op langere termijn Griekenland niet zullen loslaten.
Het signaal moest ook sterk genoeg zijn om het 'besmettingsgevaar' naar andere eurolanden met begrotingsproblemen, zoals Portugal en Spanje, in te dijken en zelfs om het uiteenvallen van de eurozone te vermijden. Dankzij het leningsprogramma moet Griekenland tot 2012 geen beroep meer doen op de financiële markten om zijn schulden te herfinancieren. Het reddingsplan moet nu nog goedgekeurd worden door de parlementen van een aantal lidstaten van de eurozone. Dat zou tegen vrijdag 7 mei rond moeten zijn. De Europese 'president', Herman Van Rompuy, had voor die vrijdagavond een Europese Raad - de top van de Europese regeringsleiders en staatshoofden, bijeengeroepen om de toestand te evalueren.
Duitsland lag binnen Europa het langste dwars. Dat Duitsland zou moeten opdraaien voor het gebrek aan begrotingsdiscipline en zelfs het bedrog in Griekenland, ligt immers bijzonder slecht bij de Duitse publieke opinie. De Duitse deelstaatverkiezingen die op het programma staan voor 9 mei, maakten het nog extra delicaat om een reddingsprogramma te verkopen. Pas nadat Griekenland had ingestemd met strengere besparingsmaatregelen, liet bondskanselier Angela Merkel haar terughoudendheid varen. Duitsland levert, als grootste Europese economie, de grootste bijdrage tot het reddingsplan. Het Duitse aandeel in de financiering komt neer op 22 miljard euro van het pakket van 80 miljard over drie jaar. Dit jaar alleen al zou Duitsland 8 miljard euro lenen aan Griekenland. Ter vergelijking: België draagt dit jaar 1,1miljard euro bij. Ook ons parlement moet die lening nog goedkeuren. Over de drie jaar kan de Belgische bijdrage oplopen tot 2,5 à 3 miljard euro, zei minister van Financiën Didier Reynders (MR).
De politieke crisis die de regering-Leterme eind april ten val bracht, kwam uiteraard ongelegen voor al wie bij de voorbereiding van het Belgisch Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie betrokken is. Maar zowel de demissionaire regering, als de Belgische diplomatie, stuurden meteen te allen kante signalen uit dat het land zijn Europese taak best aankan, ongeacht het feit dat het wellicht een demissionaire federale regering zal zijn die een deel van de taak moet beredderen. De deelstaatregeringen blijven gewoon verder functioneren - was deel van die boodschap.

















