EU 2020 wordt dé rode draad voor de Unie

Zoeken naar een Van Rompuy-methode

De tijden zijn er niet naar om Herman Van Rompuy een ruime "état de grace" te gunnen, als Voorzitter van de Europese Raad van staats- en regeringsleiders. Op 11 februari moest hij al een eerste - informele - Raad voorzitten. Er stonden formeel drie punten op de agenda: Haïti na de aardbeving, klimaat na de mislukte top van Kopenhagen, en het EU 2020-programma - de opvolger van het Lissabon Proces dat Europa maar niet  opgestuwd kreeg in de vaart der volkeren. In feite werd de vergadering helemaal overschaduwd door de rampzalige financiële  situatie waarin euro-land Griekenland zich bevindt. En ging er verder vooral aandacht naar de manier waarop Van Rompuy zich verder zal profileren.

Een informele Europese Raad neemt in principe geen harde beslissingen. Maar toch werd er in het wereldje van Europa-watchers met grote belangstelling uitgekeken naar die "vuurproef" voor Herman Van Rompuy als Voorzitter van het gezelschap van staats- en regeringsleiders van de Unie. Achteraf klonken de commentaren van de insiders gemengd. Haïti en het klimaatsdebat waren tijdens de korte bijeenkomst nauwelijks aan bod gekomen, zo luidde het. Meer dan een schouderklopje kreeg de Griekse regering niet, als steun voor de bijna uitzichtloze financiële  crisis waarin het land zich bevindt - met onvoorspelbare gevolgen voor de toekomst van de eurozone en van een aantal andere lidstaten met zware budgettaire problemen, Italië en Spanje voorop. Van Rompuy zou zich kranig gedragen hebben tegenover pogingen van Frankrijk en Duitsland om met hun volle gewicht op de uitkomst van de gesprekken te wegen. De topvergadering slaagde er in om met althans een schijn van solidariteit naar buiten te komen. De Europese beurzen en Wall Street sloten in elk geval positief, in reactie op de steunbetuiging van de andere lidstaten richting Athene.

Van groot belang voor Vlaanderen is de EU 2020-strategie. EU2020 moet de opvolger worden van de Lissabonstrategie, waarmee de Unie er tussen 2000 en 2010 naar streefde de meest concurrentiële kenniseconomie ter wereld te worden. Er was vooraf een taakverdeling afgesproken. Commissievoorzitter Barroso zou de discussies over de "inhoud" inleiden, Van Rompuy zou zich richten op de "methode". Beide leiders schreven ter voorbereiding van de Raad elk een werkdocument waarin ze hun eerste ideeën ontvouwden.

De Lissabonstrategie wordt algemeen als een mislukking beschouwd. De voornaamste reden die daarvoor wordt aangehaald, is dat ze te vrijblijvend was. Wijlen Eurocommissaris Karel Van Miert vatte het als volgt samen: "Er was niets mis met inhoud van de Lissabonstrategie, het enige probleem was dat de lidstaten er zich niet aan hielden." Daarom waren vooral het document dat Van Rompuy schreef, en de reacties van de staats- en regeringsleiders daarop, uiterst belangrijk. Zoals de president zelf aangaf, moet bovenal de omslag worden gemaakt van het wat naar het hoe.

Zachte of harde methode?

Qua methode of toezicht op de EU2020-strategie bewegen de discussies zich tussen twee uitersten. Aan de ene kant is er de "zachte", intergouvernementele methode van "open coördinatie", zoals die bij de Lissabonstrategie werd gebruikt. Hierbij zijn de lidstaten zelf verantwoordelijk voor het bereiken van de doelstellingen, en blijft de rol van de Commissie in essentie beperkt tot het oplijsten van de resultaten. Critici van deze methode beweren dat deze rol eigenlijk al door instellingen als de OESO wordt vervuld. Aan het andere uiteinde van het spectrum is er de "harde", communautaire methode met "sancties". Voorstanders van deze methode willen dat lidstaten die de doelstellingen niet halen, financieel zouden worden gestraft. De Spaanse premier Zapatero, de huidige roterende EU-voorzitter, brak begin januari een lans voor deze tweede methode. Hij werd echter meteen teruggefloten door Duitsland.

In zijn discussienota  Zeven stappen om resultaten te bereiken met de Europese strategie voor groei en banen maakte Van Rompuy duidelijk dat het de Europese Raad (en dus niet de Commissie) is die de eindverantwoordelijkheid draagt voor het succes of het falen van de strategie: "hij [de Raad] moet de uitvoering van de strategie bewaken". Hiermee koos hij duidelijk een meer intergouvernementele koers. In de praktijk zou Van Rompuy getracht hebben een tussenpositie in te nemen. Zo liet hij de door Zapatero gesuggereerde "bindende doelstellingen" achterwege, maar toonde hij zich wel voorstander om de EU-budgetten te gebruiken als "wortel" voor de lidstaten: "De EU-instrumenten moeten worden ingezet binnen het bestaande kader van de financiële vooruitzichten, als stimuli voor hervorming. Zo zou ervoor gezorgd kunnen worden de subsidies uit het kaderprogramma voor onderzoek of de structuurfondsen beter af te stemmen op de investeringen in menselijk kapitaal." Verder stelt Van Rompuy voor om het leningsbeleid van de Europese Investeringsbank meer op structurele hervormingen te oriënteren.

De uitkomst van de Raad blijft onduidelijk. Kwam Van Rompuy versterkt uit de discussie, of maakte Barroso met zijn powerpointpresentie een grote indruk? Klopt het dat er unanimiteit bestond over de stelling dat alleen de Europese Raad over voldoende gezag beschikt om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van EU 2020 effectief worden gehaald? Veel daarvan zal pas duidelijk worden in de maand maart. Voorzitter Van Rompuy werkt aan een synthese van de discussie voor de formele Europese Raad van 25 en 26 maart. Al op 2 maart zou de Commissie met een mededeling komen rond strategie en governance-structuur. Een hele reeks formaties van de Raad van Ministers zal zich de komende weken ook al over hun luik van het EU 2020-programma buigen. Enige onvrede is er onder lidstaten over de prominente rol die het Spaans Voorzitterschap in deze aan de Ecofin geeft. Wie waar uiteindelijk de hele strategie zal coördineren, blijft de hamvraag. Vast lijkt te staan dat de Europese Lenteraad op 25 en 26 maart zijn goedkeuring zou moeten hechten aan de geïntegreerde richtsnoeren uit de strategie en aan landenspecifieke streefcijfers en knelpunten en aan een beheersstructuur. De Ecofin Raad moet de economische samenhang van het geheel en het beheer in de gaten houden, en de Raad Algemene Zaken (RAZ) moet een coördinerende rol spelen. (Brief van Van Rompuy aan Coreper, 16 februari).

Het vaktijdschrift Europolitics bemachtigde eind februari een ontwerp van de Mededeling die de Commissie binnenkort aan EU 2020 zou wijden. Vrij ambitieus, zo lijkt het wel, zelfs in vergelijking met het Lissabon Programma. Tegen 2020 wil de Commissie dat 75 % van de bevolking op actieve leeftijd aan het werk is. De EU zou tegen het einde van het decennium 3 % van zijn bbp aan onderzoek moeten besteden en 40 % van de Europese burgers in de leeftijd tussen 30 en 34 zouden derdegraadsonderwijs moeten voltooid hebben.

Volksinitiatief

Ook de ministers of staatssecretarissen voor Europese Zaken bogen zich over de toekomstige agenda voor economisch en tewerkstellingsherstel, EU 2020. Ze deden dat half januari al, in Segovia. Economische, sociale en milieu-duurzaamheid moeten de kern vormen van het Europese economische model, verkondigden de excellenties na afloop. De Spaanse staatssecretaris, Diego Lopez Garrido, kon na afloop verkondigen dat hij nog voor vier andere punten de expliciete steun van zijn Europese collega's had gekregen: voor het lanceren van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO, EEAS in het Engels) voor april 2010; het op punt zetten van de "wetgevende volksinitiatieven" - één miljoen Europese burgers uit tenminste een derde van het totaal aantal lidstaten kunnen de Europese Commissie verplichten om snel met een wetgevend voorstel rond een of ander onderwerp voor de dag te komen; de opstart van onderhandelingen met de Raad van Europa over de toetreding van de EU tot de Conventie voor de Bescherming van Mensenrechten en van de Fundamentele Vrijheden en tot slot het opstarten van de "solidariteitsclausule" in het Verdrag van Lissabon. Volgens die bepaling zijn de lidstaten verplicht elkaar bij te staan in geval van een terroristische aanval of van een ramp.

De Raad Algemene Zaken (RAZ) kwam op 22 februari bijeen. Die boog zich onder meer over de afbakening van de eigen bevoegdheden ten aanzien van de Europese Raad, en de ontwerpagenda van de eerstkomende topvergadering van staats- en regeringsleiders, op 25 en 26 maart. Op die agenda staat onder meer de economische strategie - lees: alweer EU 2020; de opvolging van Kopenhagen; de interne veiligheidsstrategie van de EU en de aanstelling van een vicevoorzitter voor de Europese Centrale Bank. De Commissie, het Spaans Voorzitterschap én de meeste lidstaten drongen aan op een sterke rol voor de RAZ en sommige lidstaten vroegen meer contact met Van Rompuy. Tweede punt van debat was ook hier de klimaatveranderingagenda na Kopenhagen. Commissaris Connie Hedegaard (Denemarken, Klimaatsbeleid), stelde haar benadering voor. Hedegaard stelde dat zij met realistische tussendoordoelstellingen wil werken. De lidstaten waren het eens dat de Unie ook na Kopenhagen ambitieus moet blijven, en leiding moet blijven nemen.

 Een van die vakformaties die zich al over EU 2020 boog, was de informele EPSCO, van 27 tot 29 januari. De boodschap die uit die vergadering kwam, luidde dat de Europese economie nog bijzonder zwak is en dat de economische maatregelen voorlopig beter aangehouden blijven. Het sociaal beleid van de Unie en van zijn lidstaten moet nog beter ingebed worden binnen het economisch en financieel beleid. Federaal minister Milquet, die België vertegenwoordigde, beklemtoonde keer op keer dat werkgelegenheid in het centrum van de EU 2020-strategie moeten komen. De gedachtewisseling concentreerde zich op drie thema's: hoe moet de EU uit de crisis komen en hoe behouden we zo veel mogelijks arbeidsplaatsen? De Commissie gaf te kennen dat de crisis zeker nog drie tot vier jaar kan aanslepen. In dat kader is het van het grootste belang om Europa's "menselijk kapitaal" niet teloor te laten gaan. Jongeren zijn nu het ergst getroffen door de werkloosheid, maar zij zullen bij een herleving uiteraard ook als eersten de vruchten plukken. Tweede thema van de informele EPSCO: inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt, basisvorming en levenslang leren. Dat laatste is van belang om de oudere generatie aan het werk te houden. Sociale zekerheid en sociale cohesie vormden een derde gespreksonderwerp. Vooral de eerste twee thema's zijn voor Vlaanderen van groot belang, omwille van onze bevoegdheden inzake de arbeidsmarkt en het competentiebeleid. Vlaanderen nam in januari stelling ten aanzien van de EU 2020-strategie. Op het gebied van de werkgelegenheid wil Vlaanderen zich, aan de hand van duidelijke doelstellingen, richten op een brede "levensloopbaan" en ook op de eindeloopbaan, op een evenredige arbeidsdeelname, op een actief arbeidsmarktbeleid. Vlaanderen wil een sterkere band smeden tussen de echte behoeften op de werkvloer en de vaardigheden en attitudes die het in zijn opleidingen aanbiedt.

Levenslang leren

De agenda van de formele Raad Onderwijs, Jeugd en Cultuur, die op 15 februari plaatsvond, viel wat licht uit - als gevolg van de onzekerheden rond de regie over het EU 2020-programma. Dat er voor Onderwijs en Vorming een cruciale rol is weggelegd, is evident. De ministers - voor België: Vlaams minister Pascal Smet - aanvaardden zonder debat het "Voortgangsverslag van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het werkprogramma 'Onderwijs en Vorming 2010'". Die tweejaarlijkse "stand van zaken" is gebaseerd op een gedetailleerde beoordeling van de prestaties van de lidstaten gemeten aan een reeks indicatoren en benchmarks. Het verslag bevat ook een overzicht van de ontwikkeling van de landelijke strategieën voor "levenslang leren" en van de hervormingen die nodig zijn om het beroepsonderwijs en de beroepsvorming aantrekkelijker te maken en beter op de behoeften van de arbeidsmarkt af te stemmen. De Onderwijsministers deelden de resultaten van hun gesprekken per brief mee aan de Raad Algemene Zaken, die de bijdragen rond EU 2020 van de vakraden bundelt, met het oog op de komende Europese Raden.

Een informele Raad Concurrentievermogen (luik Industrie) vond op 9 februari plaats in het Baskische Donostia (San Sebastian). Alle aandacht ging daar naar elektrische wagens. De Commissie komt later dit jaar immers met een actieplan voor schone en eco-efficiënte voertuigen, en de toekomst van het concern GM Europe blijft tegen de achtergrond spelen. Een eerste onderdeel, waarin het standpunt van de industrie werd geschetst, en een tweede luik met de ideeën uit de hoek van de instellingen, moest het eigenlijke debat stofferen. Bleek dat de lidstaten het vrij eens zijn over de toegevoegde waarde van een Europese actie op het gebied van standaardisatie en onderzoek en ontwikkeling. De meeste delegaties konden zich ook achter een EU-rol inzake infrastructuur scharen. Maar voor de rest willen de landen toch ook voor zichzelf nog een nationale rol behouden. Verdeeldheid over de precieze "scoop" van het actieplan dat de Commissie later moet publiceren, kwam tot uiting toen het Spaans Voorzitterschap vooraf voorbereide "conclusies" zou presenteren, die duidelijk geen getrouwe weergave waren van het debat.

Opel

Het Spaans Voorzitterschap was niet ingegaan op een Vlaams verzoek om Opel in Donostia ter sprake te brengen, maar het stond de Waalse minister Marcourt, die namens België optrad, wel toe om de bezorgdheden in dit dossier te herhalen. Vlaanderen blijft de mening toegedaan dat de Commissie - in casu Commissaris Joaquin Almunia (Spanje) wat krachtiger zou moeten optreden, omdat de vrees blijft bestaan dat GM Europe aan grove staatssteun-shopping zal doen om een grondige heropbouw van het bedrijf in de EU te financieren - met een kleine deelstaat als Vlaanderen als grootste slachtoffer. Commissaris Almunia verstuurde op 23 februari evenwel een brief waarin hij aangaf dat de Commissie in de huidige omstandigheden geen greep heeft op de ontwikkelingen. Pas als een van de betrokken lidstaten effectief staatssteun aanvraagt, beschikt de Commissie over bevoegdheden om te handelen. Vlaams Minister-president Kris Peeters leek voor zijn hardnekkig volgehouden stelling eerder steun te krijgen van de Duitse Bondsregering, die argwanend staat tegenover de grote sommen aan leningen en garanties die zij op basis van het business plan mee zou moeten financieren.

Een informele Raad Transport boog zich op 11 en 12 februari in La Coruna over de stedelijke mobiliteit en het gebruik van de om privacyredenen omstreden body scanners. Vooraf vond een high level conferentie over "maritieme veiligheid" plaats. In september 2009 stelde de Commissie een Actieplan Stedelijke Mobiliteit voor, in opvolging van een in 2007 uitgegeven Groenboek. Het Actieplan bevat een twintigtal niet-legislatieve maatregelen. De lidstaten kunnen hun visie geven en prioriteiten voorleggen. Vlaanderen wil in dit kader de opmaak centraal stellen van duurzame stedelijke mobiliteitsplannen, en ziet verder vooral brood in de thematiek van de "internalisering van externe kosten" van mobiliteit - een opstap richting rekeningrijden voor vrachtwagens, aandacht voor stedelijk goederenvervoer en voor verbeterde reisinformatie. Net als het Europees Parlement stelde België zich gereserveerd op ten aanzien van een snelle invoering van bodyscanners. In april 2010 wil Commissaris Siim Kallas (Estland) over dit hete hangijzer een studie presenteren.

De ministers bevoegd voor regionaal beleid kwamen op 19 februari in Zaragoza bijeen. België werd er vertegenwoordigd door Waals Minister-president Rudy Demotte. Commissaris Gio Hahn (Oostenrijk) zette er zijn visie uiteen. Het cohesiebeleid is een ontwikkelingsbeleid, waarbij het verband met EU 2020 van essentieel belang is, luidde het. Hahn hamerde op focus and flexibility: het regionaal beleid moet zich op een beperkt aantal doelstellingen binnen EU 2020 richten, en tegelijkertijd moet de aanpak aangepast kunnen worden aan de afzonderlijke lidstaten of regio's. Alle regio's moeten van het regionaal beleid blijven genieten, maar de klemtoon moet toch duidelijk uitgaan naar de armste onder hen. Voor regio's in de tussencategorie moeten wel overgangsmaatregelen mogelijk blijven. Het is een publiek geheim dat Wallonië sterk op zo'n transitieregeling gebrand is. Alle Waalse provincies, met uitzondering van Waals-Brabant, liggen onder het gemiddelde EU-bbp.

Met de koppeling aan EU 2020 was iedereen in Zaragoza het eens. Maar het regionaal beleid moet méér blijven dan louter een instrument om EU 2020 te realiseren. België sloot zich aan bij die lidstaten die aandringen op de ontwikkeling van nieuwe regionale indicatoren, naast het bbp. In juni komt er normaal een Strategisch Rapport 2010 over de Structuurfondsen uit.

De ministers van Landbouw kwamen al op 18 januari bijeen om het werkprogramma van de Spanjaarden te bestuderen. Spanje wil zich de komende maanden richten op het beleidsdebat over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013, op de rol van de vrouw op het platteland en op de verbetering van de werking van de "voedselketen". Zo goed als alle lidstaten bleken het eens met er een billijke verdeling van de meerwaarde in elke schakel van de voedselketen moet nagestreefd worden - lees hieronder vooral: een betere vergoeding voor de voedselproducten ten. België vroeg aandacht voor de moeilijke situatie op de suikermarkt door de geldende exportlimieten van de Wereldhandelsorganisatie WTO. De Commissie verhoogde daarop die exportlimiet met een kleine helft van het daarvoor geldende volume - tot juni 2010. Het Spaans Voorzitterschap maakte nog bekend dat het zich inzake visserij wil toespitsen op de toekomst van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid na 2012.

Duurzaam materiaalbeheer

De jongste informele Raad Leefmilieu vond al van 15 tot 17 januari plaats, met Vlaams minister Joke Schauvliege als Belgisch delegatieleider. Ook daar uiteraard volop aandacht aan het klimaatdossier, met een debat op basis van ondermeer een waardevolle Spaanse non-paper met een analyse van de post-Kopenhagen-situatie en een eerste reeks voorstellen om het dossier weer vlot te trekken. Het akkoord dat in december in de Deense hoofdstad werd bereikt, voldoet niet, maar vormt de noodzakelijke basis voor verdere onderhandelingen, vonden ook de lidstaten. Er bleef wel een meningsverschil over de reductiedoelstellingen voor de EU: moet de uitstoot aan CO2 in de Unie de komende jaren met 30 dan wel "slechts" met 20 % verminderd worden? Minister Schauvliege maakte van de informele gebruik om aan te kondigen dat de eerste informele Raad onder Belgisch Voorzitterschap het thema "duurzaam materialenbeheer" zal aansnijden. Vooral de Nederlandse delegatie reageerde enthousiast, maar ook het Verenigd Koninkrijk hield een opvallend pleidooi voor een Europees beleid inzake grondstoffen, al was het maar om het concurrentievermogen van het Oude Continent te onderstutten.

(AXB, 25/02, met de hulp van het team van de Vlaamse Vertegenwoordiging bij de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de EU en van de EU-en Multi-cel van het Departement internationaal Vlaanderen).