Vlaming leidt Europese Raad

EU legt zich niet neer bij halve mislukking klimaattop Kopenhagen

Hét Europees institutioneel nieuws van december 2009 was uiteraard het in werking treden van het Verdrag van Lissabon, en daaraan gekoppeld het aantreden van Herman Van Rompuy als Voorzitter van de Europese Raad. Formeel gebeurde dat laatste op 1 december, maar op basis van een vooraf afgesloten compromis liet Van Rompuy de Zweedse premier die laatste maand van het Voorzitterschap van dat land "zijn ding uitdoen". Veel minder plezierig was het nieuws dat de voorbije maand uit Kopenhagen kwam. Een bijzonder groots opgezette klimaatconferentie had er het Kyoto-proces in een stroomversnelling moeten doen komen. Dat was echter vooral buiten de Chinezen gerekend.

De Voorzitter van de Europese Raad - de minstens vier keer per jaar bijeenkomende "Europese Top van Staats- en Regeringshoofden" - staat in voor de voorbereiding en voor de continuïteit van de werkzaamheden van de Europese Raad, in samenwerking met de Voorzitter van de Europese Commissie, en op basis van het werk van de Raad Algemene Zaken. Volgens artikel 15 van het Verdrag moet Van Rompuy zorgen voor samenhang en consensus binnen de Europese Raad. Na elke vergadering van die instelling legt de Voorzitter aan het Europees Parlement een verslag voor. Ex-premier Van Rompuy staat, samen met de Hoge Vertegenwoordigster van de Unie voor Buitenlandse Zaken en het Veiligheidsbeleid, ook in voor de externe representatie van de Unie. Het Verdrag stipuleert verder dat de Voorzitter van de Europese Raad geen politieke functie in zijn eigen land mag uitoefenen. Van Rompuy werd bij unanimiteit verkozen voor een periode van twee en een half jaar. Hij kan hooguit één keer herverkozen worden.

De Europese Raad bestaat dus uit de staatshoofden of regeringsleiders van de lidstaten - naargelang het om landen gaat met een presidentieel dan wel met een parlementair politiek systeem. Naast de Voorzitter maakt ook de Hoge Vertegenwoordigster van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheid deel uit van dit gremium. Aangezien Lady Ashton ook in de Europese Commissie zetelt, betekent dit dat zij dé verbindingsfiguur wordt tussen beide instellingen. De Raad, die als waakhond van de lidstaten optreedt, bestaat al decennia. Maar gek genoeg is het pas in het Verdrag van Lissabon dat de Europese Raad een formele erkenning kreeg, als een van de centrale instellingen van de Unie. De Europese Raad moet de EU "de noodzakelijke prikkels geven voor haar ontwikkeling en legt de algemene politieke lijnen en prioriteiten van de Unie vast". De Europese Raad oefent géén wetgevende functies uit.

De Europese Raad krijgt geen eigen ambtenaren. Zij moet het verder doen met de steun van het Algemeen Secretariaat van de Raad van Ministers. Voorzitter Van Rompuy krijgt wel een eigen kabinet. Kantoor houdt hij voorlopig nog in het Justus Lipsiusgebouw - de hoofdzetel van de Raad van Ministers. In 2013 verhuist de Voorzitter echter naar een in aanbouw zijnde eigen gebouw - aanleunend bij het Résidence Palace. Misschien helpt dit een beetje om bij het brede publiek de voor de hand liggende verwarring te verzwakken rond de verschillen tussen de Raad van de Europese Unie of Raad van Ministers (Consilium), de Europese Raad of Raad van Staats- en Regeringsleiders of Europese Top, en de uitsluitend in Straatsburg zetelende Raad van Europa die zich hoofdzakelijk met mensenrechten inlaat.

Lissabon en zijn gevolgen

Het in werking treden van Lissabon stond centraal op de Europese Raad van 10 en 11 december. Het was op die bijeenkomst overigens dat de aanstelling van de drie topfunctionarissen voorzien in het Verdrag, bevestigd werd. Naast Van Rompuy en de Britse barones Catherine Margaret Ashton of Upholland ging het om nog een derde belangrijke functie die in de media vaak vergeten werd: die van de Fransman Pierre de Boissieu als Secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie - lees: de Raad van Ministers. De Staats- en Regeringsleiders keurden verder een reeks overgangsmaatregelen goed, onder meer bedoeld om de begroting van de Unie probleemloos door de overgang te loodsen. Ze beslisten ook dat er een Vaste Commissie voor operationele samenwerking betreffende interne veiligheid komt, en ze keurden een rapport van het Zweeds Voorzitterschap op het gebied van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO - het Europees diplomatenkorps) goed.

Over de concrete gevolgen van het in werking treden van het Verdrag van Lissabon zal de komende maanden nog stromen inkt vloeien. Veel zal uit de praktijk moeten groeien, en het is nu al duidelijk dat velen binnen de Europese instellingen in dit verband met grote verwachtingen richting Belgisch Voorzitterschap kijken. De principes liggen uiteraard vast. Veel beleidsdomeinen, waaronder ook sport, toerisme, onderzoek, volksgezondheid en energie, krijgen een nieuwe rechtsgrond. Milieu krijgt een formele verwijzing naar de strijd tegen klimaatverandering en het energiebeleid van de Unie wordt versterkt.

Van groot belang wordt ook de uitbreiding van het aantal domeinen waarbinnen niet langer unanimiteit tussen de lidstaten noodzakelijk is, maar waar voortaan een gekwalificeerde meerderheid zal volstaan om beslissingen door te drukken. Die regel geldt voor het handelsbeleid bijvoorbeeld, voor het transportbeleid, cultuur, diensten van algemeen economisch belang, sport, toerisme en energie. Het Europees Parlement krijgt onder Lissabon onmiskenbaar meer macht. De medebeslissingsprocedure, waarbij de Raad van Ministers en het Europees Parlement het onderling eens moeten raken, wordt de normale beslissingsprocedure binnen de Unie. Dat zal gevolgen hebben voor zaken als transport, de structuurfondsen, landbouw en visserij. Het is de Voorzitter van de Raad van Ministers - in de tweede helft van 2010 dus België, die de onderhandelingen met het Parlement zal moeten voeren. Een vroegwaarschuwingssysteem inzake subsidiariteit geeft aan de nationale parlementen - lees in België ook: de parlementen van de deelstaten - acht weken de tijd om bezwaren te uiten over regelgevingvoorstellen van de Europese Commissie.

Wat er precies allemaal met de Razeb - de vroegere Raadsformatie Algemene Zaken en Externe Betrekkingen - zal gebeuren, is nog uitkijken. Die Razeb wordt onder Lissabon opgesplitst, en het roterende Voorzitterschap zit alleen nog de Raadsformatie Algemene Zaken voor. De Raad Externe Betrekkingen wordt voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordigster. De Raz behoudt een coördinerende en voorbereidende rol, en hij moet de samenhang bewaken tussen de verschillende Raadsformaties. Hoe dan ook zal de Raz nauw moeten samenwerken met de Voorzitter van de Europese Raad.

Lissabon heeft ook verregaande gevolgen voor de inbreukprocedures die de Commissie kan aanspannen tegen lidstaten als die niet tijdig Richtlijnen omzetten. Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg zal in veel gevallen sneller dwangsommen of forfaitaire geldstraffen kunnen uitspreken. Rechtspersonen en individuen zullen zich veel makkelijker tot het Hof kunnen richten, en die versoepelde toegang tot Justitie geldt ook voor regio's of deelstaten als Vlaanderen. Belangrijk is ook dat de vergaderingen van de Raad voortaan in veel gevallen openbaar zullen zijn - wie dat wil kan ze rechtstreeks via het web volgen (http://video.consilium.europa.eu) . Niet iedereen is met dat laatste gelukkig. Nogal wat diplomaten vrezen dat ministers nu sneller een show zullen opvoeren, en dat veel heikele onderwerpen tijdens de besloten lunches of diners zullen bedisseld worden.

Voor Vlaanderen vallen nog een aantal concrete resultaten van Lissabon op. Sport is voortaan een formele, zij het aanvullende bevoegdheid van de EU. Echte regelgeving komt er niet, maar wel overleg en afstemming in een Raadsonderdeel Sport, binnen de Raadsformatie Onderwijs, Jeugd en Cultuur. Het Verdrag van Lissabon vermeldt ook expliciet de noodzaak om niet alleen de economische en de sociale samenhang van de Unie te versterken, maar ook haar territoriale cohesie. Het Handelsbeleid, inclusief het Investeringsbeleid, wordt een exclusief communautaire bevoegdheid. Wat dat concreet allemaal inhoudt, is nog niet helder. Welk lijkt het vast te staan dat de lidstaten geen eigen bilaterale commerciële verdragen meer zullen kunnen sluiten.

Kopenhagen

De Raad Leefmilieu kwam drie dagen voor Kerstmis bijeen, onder het Voorzitterschap van de Zweedse minister Andreas Carlgren.  Centraal stond vanzelfsprekend een bespreking van de magere resultaten van de Klimaattop van Kopenhagen, eerder op de maand. Veel meer dan een beslissing om verder te onderhandelen, kwam daar niet uit, en de EU werd regelrecht geschoffeerd door de aparte onderhandelingen - zonder de Europeanen - die VS-president Obama op een gegeven moment opzette in een vergeefse poging om China over de streep te trekken. De Raad onderstreepte dus dat de EU nog altijd streeft naar een wettelijk bindend akkoord dat voldoende ambitieus moet zijn om de verwarming van de atmosfeer tot flink beneden de twee graden Celsius in vergelijking met het pre-industriële tijdperk te beperken. De EU-ministers van Leefmilieu namen zich voor om ook in de toekomst de eigen ambities hoog te hogen. Europa blijft zich als een leider opwerpen in de strijd tegen de klimaatverandering, luidde de conclusie.

In een rapport over de resultaten van de COP 15 - vergadering, meldde het Zweeds Voorzitterschap dat het principeakkoord van Kopenhagen "een eerste stap is en de basis voor latere engagementen van de kant van de meeste betrokken partijen richting een gevoelige reductie van de uitstoot van broeikasgassen en financiële  verbintenissen om die mogelijk te maken. De Europese Commissie komt op een informele bijeenkomst van de ministers van Leefmilieu in Sevilla, in januari, met een grondige analyse van de Top van Kopenhagen. De Unie herhaalt intussen haar voorstel om tegen 2020 de eigen schadelijke uitstoot met 30 procent te verminderen in vergelijking met de emissies in 1990, op voorwaarde dat andere ontwikkelde landen zich tot vergelijkbare inspanningen verplichten en dat de belangrijkste ontwikkelingslanden bijdragen "in verhouding tot hun verantwoordelijkheid en hun mogelijkheden". De EU en haar lidstaten blijven ook bij hun plan om voor de jaren 2010 tot 2012 een "snelle-startfinanciering" van jaarlijks 2,4 miljard euro opzij te zetten voor de uitvoering van een sluitend klimaatakkoord dat er hopelijk nog dit jaar zal komen.