Stagnatie of nieuwe dynamische start?
"De Europese Unie is niet meer dan een Groot-Zwitserland. De regeringsleiders hebben het in Cathy Ashton en in Herman Van Rompuy , als respectievelijk de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en het Veiligheidsbeleid en als "vaste voorzitter van de Europese Raad", de gezichten gegeven die het verdient. Die keuze weerspiegelt overigens perfect wat de modale Europese burger van de Unie verlangt - vooral geen machtsvertoon, maar een maximale bescherming van hun makkelijke leventjes. Door harde keuzes te vermijden, maakt Europa net zijn keuze duidelijk: die voor een zachte, langzame en onsamenhangende neergang. " Dat is het harde besluit van de toonaangevende Britse historicus Timothy Garton Ash na 19 november, de datum waarop een Europese Raad van Staats- en Regeringsleiders de twee topfuncties invulde die voorzien zijn in het Verdrag van Lissabon. Andere commentatoren zien in de aanduiding van het duo een garantie tegen avonturen en voor een evenwichtige betrokkenheid van alle lidstaten - de kleintjes dus incluis.
Garton Ash staat voor een groep "strategisch denkende" historici en politologen, die de keuze voor twee relatief onbekende en "grijze" kandidaten voor de nieuwe topfuncties betreuren. Zij zien er een teken in van het onvermogen van de Europese leiders om het verlies aan soortelijk gewicht van de landen van de Unie ten aanzien van opkomende machten te keren. Europa is een blok dat in een snel tempo zijn greep op de economische ontwikkelingen verliest, luidt de kritiek. En dat is volgens die school verbonden aan de onwil van een meerderheid van de Europese burgers zelf om in machtspolitieke termen te denken. Een beetje bevreemdend daarbij is de sterke aanwezigheid van Britten in dat kamp van critici. Wat bij veel "continentale" commentatoren dan weer de opmerking ontlokte dat het uitgerekend de "Engelsen" zijn die de ontwikkeling van een "sterk" Europa steevast in de weg staan, door er in wezen niks meer dan een grote vrijhandelszone van te maken. Achter de meesmuilende opmerkingen bij de keuze voor met name de Belgische federale premier Van Rompuy ging overigens ongetwijfeld ook veel frustratie schuil van landen die hun eigen ambities op de klippen zagen lopen.
Wat er ook van zij, de aanstelling van het duo Van Rompuy - Ashton is een feit. Op 29 oktober waren de staats- en regeringsleiders het al eens geraakt over een uitzondering voor Tsjechië op het Handvest van Fundamentele Rechten vervat in het Verdrag van Lissabon. Dat ontnam de Tsjechische president Vaclav Klaus het laatste wapen om zich tegen ratificatie te verzetten. Hij plaatste op 3 november zijn handtekening en daarmee was het pad definitief geëffend om het Verdrag op 1 december 2009 in werking te doen treden. In een eerste verklaring zei Van Rompuy dat hij zijn functie per 1 januari 2010 zal opnemen. Als Vaste Voorzitter van de Europese Raad is hij door zijn pairs verkozen voor 2,5 jaar, waarna hij eenmaal herkiesbaar is. Ashton, een Engelse sociaaldemocrate, zal twee bestaande functies combineren: die van de huidige Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en het Veiligheidsbeleid en die van vicevoorzitter van de Europese Commissie, bevoegd voor Externe Betrekkingen van de Unie. Omdat zij ook lid wordt van de Commissie, moet haar benoeming nog een definitieve zegen van het Europees Parlement krijgen. Ashton was in 2008 al Peter Mandelson opgevolgd als Commissaris voor Handel. Tevoren leidde ze de Labour-fractie in het Britse Hogerhuis, waar ze het Verdrag van Lissabon kon laten goedkeuren.
Begin 2010 moet Ashton al voorstellen doen in verband met haar meest dringende taak: de uitbouw van de Europese Dienst voor Extern Optreden (Edeo), een eigen Europees corps diplomatique dat op volle kracht zowat 5.000 diplomaten zal tellen. België rekent er op dat zich daaronder zowat 50 Belgen zullen bevinden.
Terwijl de buitenwacht debatteert over de vraag of de EU na het najaar 2009, op basis van het Verdrag van Lissabon, echt wel sterker uit de hoek zal kunnen komen, gaan de normale bezigheden uiteraard verder. De Zweden rondden langzamerhand hun Voorzitterschap af - de Spanjaarden gaan over op oefeningen binnen een virtuele realiteit om vanaf 1 januari 2010 het roer effectief over te nemen. Meteen gaat ook het "triovoorzitterschap" van Spanje met België en met Hongarije van start - de landen die Madrid moeten opvolgen. Het gemeenschappelijk programma van die drie landen dat het voorbije jaar een pak werk heeft gevergd, is rond en wordt in december door het Raadssecretariaat openbaar gemaakt.
Het thema dat alle andere overstijgt, is dat van de klimaatverandering. De "internationale gemeenschap" onderhandelt over een opvolger van het Kyoto-protocol dat bedoelt was om die klimaatverandering tegen te gaan, en dat in 2012 afloopt. De EU profileert zich al jaren als de belangrijkste voorvechtster van die moeizame worsteling met de uitstoot van broeikasgassen die als de grootste zondebokken van de opwarming van de atmosfeer worden gezien. Maar in een klimaat van aanhoudende financiële en economische crisis en wegsmeltende overheidsbegrotingen krijgt ook de EU het moeilijk om zich met die manifestatie van soft power internationaal in de kijker te plaatsen. Op de Europese Raad van 29-30 oktober was er bijvoorbeeld nog grote onenigheid opgedoken over de verdeling van de kosten die aan elke poging tot oplossing van het klimaatprobleem verbonden zijn.
Op de Raad Leefmilieu van 23 november, waarop voor België de Brusselse minister Evelyne Huytebroeck aanwezig was, wisselden de Europese ministers andermaal van gedachten over wat officieel de "vijfde zitting van de conferentie van partijen betrokken bij het Protocol van Kyoto" heet (Kopenhagen, 7 tot 18 december), en waarvan het ruimere verband wordt aangeduid als de Conferentie van de Partijen (COP 15) bij het Raamverdrag van de VN inzake Klimaatsverandering (UNFCCC). Het doel van de Raad van de 23e was niet een wijziging van het onderhandelingsmandaat voor de EU-ministers. Dat ligt al vast sinds de Raad Leefmilieu van 21 oktober, de Raad Ecofin van 20 oktober en de hierboven al aangehaalde Europese Raad van 28-29 oktober. De ministers wisselden ideeën uit het vervolgtraject. Wat er uit Kopenhagen zal komen, blijft onduidelijk. De verwachtingen gaan op en neer als een jojo. Toch waren de voorzitter van de COP 15, de Deense minister Hedegaard, en de algemeen secretaris van de UNFCCC, Yvo De Boer, op 23 november hoopvol gestemd. Als een volledig uitgewerkt akkoord in december niet mogelijk blijkt, kan er volgens hen wel een politiek akkoord afgesloten worden met een duidelijke deadline voor een juridisch bindende omzetting.
De EU-ministers steunden die aanpak in twee stappen - zo bleek althans in een lunchdebat. De Zweedse Voorzitter vond wel dat dit proces van juridische uitwerking maximaal 6 maanden in beslag mag nemen. Daarnaast concludeerde Zweden dat de industrielanden zo snel mogelijk financiële middelen moeten vrijmaken om prioritaire acties in de minst ontwikkelde en de meest kwetsbare landen te ondersteunen, de zogenaamde fast start financiering. Hoe de EU met die financieringskwestie omspringt, staat op de agenda van de Raad Ecofin van 2 december en van de Europese Raad van 10 en 11 december. Nog op die Raad Leefmilieu van 23 november bevestigden de EU-ministers hun doelstelling om naar een vermindering van de uitstoot van schadelijke gassen met 30 % te streven, als hefboom om in Kopenhagen de andere industrielanden over de sloot te halen om ook hun engagementen op een serieus peil te brengen.
De Landbouw- en Visserijraad kwam op 20 november samen, met federaal minister Sabine Laruelle en Vlaams minister-president Kris Peeters. De Raad keurde de nieuwe maatregelen ter ondersteuning van de zuivelsector definitief goed. Die geven de Commissie de mogelijkheid om snel buitengewone maatregelen te nemen indien de marksituatie daarom zou vragen. Lidstaten kunnen overschakelen op een vrijwillige opkoopregeling van melkquota om een herstructureringsfonds voor hun zuivelsector te spijzen. De 300 miljoen euro waarover de Raad Ecofin samen met het Europees Parlement op 18 november een akkoord bereikte, kan "geactiveerd" worden. Vlaanderen zal in dat kader aanspraak kunnen maken op bijna 4 miljoen euro. Op Vlaamse vraag kaartte de Belgische delegatie ook de moeilijkheden in de varkenssector aan. Door de crisis en schommelde wisselkoersen is de export van varkens vanuit ons land in de eerste acht maanden van 2010 met 15 % gezakt, en de prijzen hebben die beweging gevolgd. België vroeg de Commissie om exportrestituties voor vers en bevroren varkensvlees en het kreeg daarvoor de steun van 10 andere lidstaten, waaronder Frankrijk. De Commissie gaf evenwel geen krimp. Ze erkende dat er een probleem is, maar wees meteen ook op de daling van de voederprijzen.
In het Raadsdeel Visserij voerde de MP het woord, bijgestaan door adjunct-Permanent Vertegenwoordiger Didier Seeuws. Ter sprake kwam een verordening van de Raad over de instandhouding van de visbestanden door middel van "technische maatregelen". De vissers moeten selectiever te werk gaan, zodat ze minder "bijvangsten" van andere vissoorten over boord moeten gooien. Maar anderzijds moeten de technische maatregelen die daarvoor in voege zijn, vereenvoudigd worden. De Zweden hadden over dit moeilijk dossier een politiek akkoord willen bereiken, maar dat mocht niet zijn. Een aantal lidstaten vonden de voorstellen nog niet "rijp", en zij drongen aan op bespreking op basis van de codecisieprocedure met het Europees Parlement. Dat betekent concreet dat dit hele dossier opnieuw op tafel komt onder het Belgisch Voorzitterschap in de tweede helft van 2010, wanneer de Vlaamse MP dit Raadsdeel zal voorzitten. Nog inzake die "technische maatregelen" kon Vlaanderen in de Raad van de 20e november wel bedingen dat de "overgangsverordening" van kracht blijft tot halfweg 2011. Onder andere een aantal voorstellen die de voor Vlaanderen belangrijke boomkorvisserij op tong zouden verstrengen, blijven voorlopig bevroren. Wel komt er een volledig verbod op highgrading - dit is het teruggooien van vis die door de vissers wel aan wal mag gezet worden, maar die commercieel minder interessant is. Vorig jaar nog was die regeling alleen in de Noordzee van toepassing.
Op 27 november nog, vond de Raad Onderwijs, Jeugd en Cultuur plaats. In een volgende Nieuwsbrief komen we daar wat uitgebreider op terug. Het Raadsonderdeel "Jeugd" nam een resolutie aan over een nieuw kader voor Europese samenwerking in jeugdzaken voor de periode 2010-2018. In dat "kader" zitten twee ruime doelstellingen verwerkt: het scheppen van meer gelijke kansen voor alle jongeren in onderwijs en inzake werkgelegenheid, en het bevorderen van "actief burgerschap", sociale betrokkenheid ("inclusie") en solidariteit. In het Raadsonderdeel "Onderwijs" werden aspecten van het leerplichtonderwijs en de positie van migrantenkinderen en het streven naar "uitmuntendheid" in het hoger onderwijs besproken. Op een diner voorafgaand aan de Raad, stelde Vlaams minister Pascal Smet zijn collega's alvast op de hoogte van de Belgische intenties met betrekking tot onderwijs in de tweede helft van 2010. Minister Smet zal het Raadsonderdeel Onderwijs voorzitten tijdens het Belgisch Voorzitterschap.
Axel Buyse,
met de hulp van de collega's binnen de Vlaamse Vertegenwoordiging bij de EU (PV van België) en binnen de EU-Cel van het Departement internationaal Vlaanderen.

















