Kopenhagen komt nu heel dichtbij

Bijdrage van Axel Buyse, Algemeen Vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering bij de EU

EU op zoek naar één stem op de grote Klimaatconferentie

Zes weken scheiden de Europese Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders, die van 29 tot 30 oktober plaatsvindt, nog van de grote klimaatonderhandelingen in Kopenhagen. De Raad Leefmilieu moest op 21 oktober een eensgezind Europees standpunt voor die opvolgingsconferentie voor "Kyoto" voorbereiden. De ministers van de 27 lidstaten slaagden daar ook in - al vroegen veel waarnemers zich af of het Zweeds Voorzitterschap niet te veel de karwats had gehanteerd. Zal Europa in Kopenhagen wel met één stem spreken of is dit voorakkoord te fragiel?

Het definitief vastleggen van de Europese onderhandelingsposities - vooral dan rond de financiering van de mondiale maatregelen die de klimaatverandering onder controle moeten houden - vormde dé grote inzet van de Europese Top in Brussel, eind oktober.  Aan de vooravond lagen nog een paar punten open voor discussie. Een nieuw wereldwijd klimaatplan zal een smak geld kosten - ook al omdat de meer ontwikkelde landen lasten van de minder fortuinlijke staten op zich moeten nemen. Over de totale som die de EU daarvoor de komende jaren moet uittrekken, was er intern niet zoveel discussie, wel over de vraag of de Unie op voorhand al met cijfers voor de dag kan komen, ter onderstutting van zijn hoog ambitieniveau in deze kwestie. Nog heikeler was de vraag of er op voorhand al een interne Europese lastenverdeling op tafel moet liggen - vooral nieuwe lidstaten drongen daar op aan - België bleef tegen. Dat laatste debat werd dan nog vertroebeld door de discussie over de Assigned Amount Units (AAU's) - de ongebruikte, landelijke extra-emissierechten die een aantal oostelijke lidstaten in de euforie aan het slot van Kyoto in de wacht konden slepen, samen met Rusland en Oekraïne. De lidstaten in kwestie zouden die AAU's graag nog de komende maanden "verzilveren", voor hun looptijd verstrijkt.

De Raad Algemene Zaken en Buitenlands Beleid van 26 en 27 oktober, die de Europese Top voorbereidde, boog zich ook over de aanhoudende institutionele problemen van de Unie. De Zweden had wat graag de ratificatie van het Verdrag van Lissabon bezegeld, maar dat was buiten de Tsjechen gerekend. Het Hooggerechtshof in Praag verdaagde tot na Allerheiligen een uitspraak over een zoveelste beroep dat een groep eurosceptische parlementsleden had ingediend tegen het "verlies van soevereiniteit" dat het gevolg van Lissabon zou zijn. Bovendien bleef president Vaclav Klaus dralen met de finale ondertekening van het verdrag. Zijn laatste verzetslinie draait rond zijn eis om garanties te bekomen dat het Handvest van Grondrechten niet op de Tsjechische Republiek toepasselijk zou zijn. Die Tsjechische "sabotage" bracht met zich mee dat de Top naar alle waarschijnlijkheid niet zou kunnen overgaan tot de benoeming van een Hoge Vertegenwoordiger en van een vaste Voorzitter van de Europese Raad, zoals in Lissabon voorzien. De Hoge Vertegenwoordiger zal een heuse Europese diplomatie moeten uitbouwen , diplomatencorps incluis. De Voorzitter zal een deel van de taken op zich nemen die nu nog door het roterende, zesmaandelijkse "Voorzitterschap" van een lidstaat wordt vervuld. Ook de besprekingen over de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie kwamen door dit verdere uitstel van de ratificatie in het gedrang. De kans lijkt groot dat het Zweeds Voorzitterschap over dit alles in november een extra vergadering van de Europese Raad belegt.

Oktober eindigde "institutioneel" op die manier op een sisser, nadat de Ieren op 2 oktober in een tweede referendum alsnog "Lissabon" hadden goedgekeurd, en de Poolse president Kaczyncki op 10 oktober zijn handtekening onder het verdrag had gezet.

Twee andere punten die op de agenda van de Top stonden, waren de financieel-economische toestand en de daarmee samenhangende werkloosheidsproblematiek. Hoe ver staat de EU in zijn pogingen om een herhaling van de Kladderadatsch van het najaar 2008 te voorkomen? En hoe kunnen de lidstaten gezamenlijk een uitweg voorbereiden uit het budgettaire moeras waarin ze zich door die crisis met zijn allen bevinden? Tot slot stond ook de problematiek van de moeilijk te controleren instroom van migranten in het gebied van de Middellandse Zee op de agenda. Frankrijk en Italië bezorgden de Zweden een voorbereidende gemeenschappelijke verklaringen waarin zij de klemtoon legden op het terugdrijven van illegale migranten. België poogt in dit alles een soort Gouden Middenweg te bewandelen, mee met het oog al overigens op zijn eigen Voorzitterschap. In dat kader staat het niet goed om nu nog fors stelling te kiezen, als er geen "vitale belangen" op het spel staan tenminste.

In de dagen voor de Europese Top zorgde een uitgelekte non-paper van de Commissie rond de herziening van de Europese budgetten voor opschudding. Naar alle waarschijnlijkheid was het document verspreid door tegenstanders van enkele radicale nieuwigheden. In het document somt de Commissie vijf principes op die leidinggevend zouden moeten zijn bij de herziening van de Europese begroting na 2013: alle uitgaven moeten een toegevoegde waarde betekenen voor de EU; er moet meer focus op drie prioriteiten: duurzame groei en werkgelegenheid, klimaat en energie, en het buitenlands beleid. In de praktijk zou dit een terugschroeven betekenen van twee van de grootste slokkoppen van het klassieke EU-budget: het landbouwbeleid en het regionale of cohesie-beleid. Verder pleitte de non-paper voor het geleidelijk uitvlakken van alle nationale kortingen of rebates, een vereenvoudiging van de subsidieprogramma's en een hogere efficiëntie van de bestedingen, en een grotere flexibiliteit en reactievermogen bij de besteding van de begroting - onder meer door de overschakeling van zeven- naar vijfjarige begrotingscycli. Raken aan het landbouwbeleid is - tegen de achtergrond van de aanhoudende crisis in die sector - al een gedurfd plan. Maar de basisregels van het cohesiebeleid in vraag stellen, riep al meteen forse reacties op, en zal dit de komende maanden ongetwijfeld blijven doen.

Maar wat speelde in oktober nog meer binnen de verschillende Raadsformaties? De Raad Leefmilieu boog zich op 21 oktober nog over meer punten dan alleen maar over de voorbereiding van de Klimaattop van Kopenhagen. De ministers - voor België de Brusselse Evelyne Huytebroeck en federaal minister Paul Magnette - werkten er ook aan  Raadsconclusies met betrekking tot een "eco-efficiënte economie". Ander punt betrof een EU-strategie voor een ecologisch meer verantwoorde sloopregeling van schepen. Tot slot moesten de ministers zich, voor een eerste oriënterend gesprek, buigen over een herschikking van de richtlijn met betrekking tot afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, de herschikking van de richtlijn over de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (WEEE).

Het debat over de eco-efficiëntie maakte duidelijk dat we naar een echte consensus evolueren  over de koppeling van toekomstige economische ontwikkeling aan ecologische omschakeling. Dat is inspirerend voor het eigen Vlaams beleid, en meer concreet ook voor het plan "Vlaanderen in Actie" (VIA). Hangend daarbij is het debat over de "eco-fiscaliteit" - de "vergroening" van de fiscaliteit. Omwille van flinke Britse tegenkanting, geraakte men in die zaak niet verder dan een afspraak om vooruitgang in deze te boeken via de "open- coördinatiemethode". Voorlopig geen harde Europese doelstellingen dus, alhoewel Vlaanderen daar voorstander van is. Wellicht  duikt dit punt opnieuw op tijdens het Belgisch Voorzitterschap, met de Vlaamse minister in de Voorzittersstoel van de Raad Leefmilieu. Hetzelfde geldt voor het debat over het "Milieu Actieprogramma" - de vraag naar het verder zetten van een geprogrammeerde aanpak van de leefmilieuproblematiek. Hoe dit concreet moet,  zal afhangen van de volgende Commissie. De sloopproblematiek van schepen is uiteraard van belang voor Vlaanderen als "maritieme natie". Vlaanderen zou in deze liefst zo snel mogelijk tot meer voortvarende afspraken binnen EU-verband komen, maar we botsen daar op verzet van de meer zuidelijke maritieme naties die de inwerkingtreding van regels die al binnen de IMO (Internationale Maritieme Organisatie) zijn afgesproken, liefst zo laat mogelijk zien gebeuren. Tijdens het Belgisch Voorzitterschap duikt ongetwijfeld ook de kwestie van de herziening van de richtlijn rond de recuperatie van elektrische en elektronische spullen weer op. Vlaanderen kan de vooropgestelde doelstelling van 65 % recuperatie wellicht aan, maar het is dan ook koploper inzake recuperatie.

De ministers van Landbouw kwamen op 19 oktober samen, en hun collega's van Visserij de dag daarop. Voor België betekent dat in het eerste geval zowel federaal minister Sabine Laruelle, als de Waalse minister Benoit Lutgen en hun Vlaamse collega, Minister-President Kris Peeters. Voor het Raadsonderdeel Visserij tekent Peeters alleen namens België. Hoofdpunt op 20 oktober was een voorstel van verordening van de Raad tot vaststelling van een nieuwe controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen. De meest opvallende elementen van het politiek akkoord dat op de Raad Visserij werd bereikt, betreft de uitbreiding van sanctiemogelijkheden, tegen zowel de sector zelf, als tegenover de lidstaten. Ook komt er een verhoogd toezicht op de vrijetijdsvisserij. Tijdens de onderhandelingen was het voor Vlaanderen van prioritair belang dat de regels duidelijk geformuleerd en efficiënt toepasbaar zouden zijn. Wat het jaarlijks overleg EU-Noorwegen betreft, zijn voor Vlaanderen de afspraken rond quota voor kabeljauw en schol in de Noordzee het belangrijkst. Vlaanderen pleit er voor om bij het vastleggen van die quota ook rekening te houden met het bestaan van beheersplannen.

De Landbouwministers voelden andermaal de hete adem van de ontevreden zuivelboeren in de nek. Ze bereikten dan ook een politiek akkoord om de Europese Commissie de mogelijkheid te geven noodmaatregelen te treffen indien de marktsituatie daarom vraagt. De Commissie stelde voor om meteen al  280 miljoen euro vrij te maken op de begroting 2010, voor directe maatregelen in de zuivelsector. Daarbij zou niet geraakt worden aan de reserve van 300 miljoen euro voor onvoorziene omstandigheden in de landbouw.  Ook gingen de ministers akkoord om lidstaten op vrijwillige basis toe te laten een quota-opkoopsysteem in te stellen, van waaruit een nationaal fonds voor de herstructurering van de zuivelsector kan ontstaan. Die akkoorden moeten wel nog door de Raad van de ministers van Financiën (ECOFIN) van 19 november worden goedgekeurd, en door het Europees Parlement.

De Raad Tewerkstelling, Sociaal Beleid, Gezondheid en Consumentenzaken (EPSCO) blies verzamelen op 12 oktober. Namens België zetelde er federaal staatssecretaris voor Sociale Zaken Jean-Marc Delizée. Alle aandacht ging er naar de gecoördineerde aanpak van de grieppandemie (A/H1N1), met speciale klemtoon op de beschikbaarheid van vaccins, de vaccinatiestrategie met de aanwijzing van prioritaire groepen voor inenting (mensen met chronische aandoeningen, zwangere vrouwen en "gezondheidswerkers"), het hele regelgevingsproces voor veilige en goede vaccins, en de informatie naar het brede publiek. Ook ter sprake kwam de mogelijkheid van een grondige verstoring van de essentiële dienstverlening in de lidstaten - vervoer, informatie en telecommunicatie en energie. Hoe moeten de lidstaten elkaar bijspringen als het ooit zo ver komt dat de pandemie de samenleving in een of meerdere EU-landen tot stilstand brengt? Veel concreets kwam daar niet uit, tenzij vrome beloften van solidariteit en een verder op scherp stellen van de informatie-uitwisseling.

Het Raadsdeel Vervoer van de Raad Transport, Telecommunicatie en Energie, boog zich op 8 en 9 oktober, voor een eerste gesprek, over een mededeling van de Commissie met als titel "Een duurzame toekomst voor het vervoer: naar een geïntegreerd technologiebeleid en gebruiksvriendelijke systemen".  De logistieke relaties met de Westelijke Balkan werden ook ter tafel gebracht - met name dan de richtsnoeren voor onderhandelingen om met alle ex-deelstaten van Joegoslavië tot één "vervoersgemeenschap" te komen. Slovenië is als enige van die voormalige deelrepublieken uiteraard al lid van de EU. Verder hadden de ministers - voor België federaal staatssecretaris Etienne Schoupe - het over een "voorstel voor een verordening" van het Europees Parlement en van de Raad over de rechten van passagiers die over de zee of de binnenwateren van de Unie reizen, en over een voorstel van richtlijn rond de meldingsformaliteiten van schepen die aankomen in of vertrekken uit havens van de lidstaten. Wat die passagiersrechten betreft, is Vlaanderen vragende partij om het toepassingsgebied van de verordening te beperken en zogenaamde Ropax-schepen (roll on/roll off-schepen met passagiersvervoer) en de veren van de Vlaamse Overheid uit te sluiten. Zo staat ook in het politiek akkoord dat werd bereikt. In het debat over de duurzame toekomst van het vrachtvervoer liggen de Vlaamse klemtonen op het samenspel tussen de verschillende "modi" (vrachtwagens, treinen, binnenvaart, kustvaart ...), op de bevordering van de binnenvaart, hete actieplan stedelijke mobiliteit, de bevordering van intelligente logistieke concepten en transportsystemen en veilig en betaalbaar vervoer in het algemeen.

(AXB, afgesloten op 27 oktober)