Lissabon flinke stap dichterbij

Met 67,1 procent van de uitgebrachte stemmen, keurden de Ieren op vrijdag 2 oktober dan toch het Verdrag van Lissabon goed. Dat verdrag vormt het institutionele kader dat het de Unie mogelijk moet maken om te blijven functioneren met een groeiend aantal lidstaten. De Unie, die ooit van wal ging met 6 lidstaten, telt er intussen 27. De kans dat er op zijn minst nog een paar bijkomen, is groot.

De Ieren keurden het Verdrag van Lissabon op 12 juni 2008 al eens af, met 53,4 tegen 46,6 % van de stemmen. Om aan dat verzet tegemoet te komen, verstrekten de andere lidstaten de Ieren daarom een aantal verduidelijkingen rond het behoud van hun soevereiniteit - rond het feit dat het de Ieren zelf zijn die zullen beslissen over de invoering van abortus of het behoud van hun militaire neutraliteit bijvoorbeeld. Een andere toegift bestond er in dat alle lidstaten ook in de toekomst elk één lid van de Europese Commissie mogen blijven aanwijzen. Om van kracht te worden, moeten ook de Tsjechen en de Polen nog hun finaal fiat aan het Verdrag geven - in de vorm van de ratificatie van het verdrag door hun respectievelijke presidenten.

Met die ratificatie door de 27 lidstaten is de kous nog niet af. Een aantal door het Verdrag voorziene nieuwigheden moeten nog uitgeklaard. Dat is onder meer het geval voor de werking van de toekomstige Europese Externe Acties dienst, die de ook al nieuwe Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid zal moeten bijstaan. Op de Europese Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders op 29 en 30 oktober, zal Zweden wellicht ook de lijst met 27 nieuwe Commissarissen willen voorleggen, en de namen van de "vaste" Voorzitter van de Europese Raad en van de Hoge Vertegenwoordiger die tevens de Vice-Voorzitter van de Commissie wordt. Ook het Europees Parlement wordt in die oefening betrokken, omdat het onder Lissabon uitgebreide bevoegdheden krijgt.

Tsjechen en Polen

In het beste scenario treedt het Verdrag van Lissabon formeel in werking op 1 januari 2010. Maar de vrees bestaat dat de eurosceptische Tsjechische president, Vaclav Klaus, het zetten van zijn handtekening uitstelt tot februari of maart 2010. Het Tsjechische Grondwettelijk Hof liet uitgerekend op de dag van het Ierse referendum weten dat Klaus in elk geval geen handtekening kan zetten alvorens het zich heeft uitgesproken over een beroep dat is ingediend door een aantal liberale senatoren. Die uitspraak laat op zijn minst nog drie weken op zich wachten. Bovendien moet ook de Poolse president, Lech Kaczyncki, zijn handtekening nog zetten.

Dat alles is bijzonder vervelend voor José Manuel Barroso, die problemen kan krijgen met de juridische basis waarop hij de samenstelling van zijn nieuwe Commissie moet vestigen. Problemen ook voor het Spaans Voorzitterschap dat op 1 januari 2010 van start gaat. De Spanjaarden - die de Belgen onmiddellijk vooraf gaan - zullen als het zo verder gaat een hele reeks geplande Raadsbesluiten moeten doorschuiven naar hun nakomers.

Intussen draait de machinerie van het Zweedse Voorzitterschap op volle kracht. Op 1 en 2 oktober hielden de ministers van Financiën in Gotenburg hun informele Ecofin Raad. Die informele Raad Economische en Financiele Zaken brengt twee keer per jaar naast de ministers ook de gouverneurs van de centrale banken van de lidstaten samen. Ook de gouverneurs van de Europese Centrale Bank (ECB), van de Europese Investeringsbank (EIB) en van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling Samen. Echte beslissingen kunnen er op die informele Raad niet genomen worden. In Gotenburg bogen de aanwezigen zich over de vraag hoe en wanneer de steun aan de banken moet stilgelegd worden en welke maatregelen een herhaling van de financiele crisis kunnen voorkomen.

De politieke leiders van 19 landen en van de EU, die samen 85 procent van de wereldeconomie vertegenwoordigen, kwamen op 24 en 25 oktober samen in het Amerikaanse Pittsburgh, Pennsylvanië. De Unie werd er vertegenwoordigd door de Zweedse premier, Fredrik Reinfeldt, zijn minister van Financiën, Anders Borg, en de Voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso. Centraal stond uiteraard de aanhoudende financiële en economische crisis. Zij arriveerden in Pittsburgh met een duidelijk mandaat vanwege de 27 lidstaten: er moest een punt worden gezet achter de "bonuscultuur" in de wereld van de financiële instellingen en het toezicht op de financiële markten moest worden versterkt. Op beide vlakken haalden de vertegenwoordigers van de Unie gelijk. Wij hebben de crisis niet opgelost, maar wel de fundamenten gelegd om een meer duurzaam internationaal financieel systeem op te bouwen, zei de Zweedse premier na afloop.

Klimaatsverandering

Minder succes boekten de Unievertegenwoordigers op de G20-top met hun waarschuwingen over de trage vooruitgang in het debat rond de klimaatsverandering. Waarnemers zijn het er over eens dat het risico reëel is dat er in december, op de grote klimaatstop in Kopenhagen, geen hard besluit uit de bus komt. Bezorgdheid over de gang van zaken was er overigens ook al te horen op een tussentijdse klimaattop in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, eind september in New York. De Zweedse minister van Leefmilieu Andreas Carlgren benadrukte er dat de Unie de hand houdt aan haar erg ambitieuze doelstellingen. Als de andere grotere landen in Kopenhagen over de brug komen, dan wil de EU zich vastpinnen op een CO2-reductie met 30 procent. Maar Carlgren maakte in New York ook duidelijk dat die zware inspanning van de Unie het tij niet kan keren. De EU is maar verantwoordelijk voor een tiende van de globale uitstoot van broeikasgassen.

De ministers van Leefmilieu en hun hoogste ambtenaren waren van 7 tot 9 september uitgenodigd op een high level meeting rond biodiversiteit, ecosystemen en de klimaatsverandering in Strömstad, op de Zweedse westkust. Centraal stond daar de herziening van het Strategisch Plan voor de Conventie over Biologische Diversiteit. Meer in het bijzonder boog het gezelschap zich over de ontwikkeling van nieuwe visies op biodiversiteit en over de band tussen die problematiek, ecosystemen, de klimaatsverandering en het welzijn van de mensheid. De zorg voor het behoud van de biodiversiteit en van die ecosystemen zal centraal staan bij de inspanningen die Europa zich zal moeten getroosten om zich aan te passen aan die klimaatsverandering en om de gevolgen ervan te verzachten.

En weer bleek de voorbije maand nog maar eens hoe alle grote thema's die op de Europese agenda staan, nauw met elkaar verbonden zijn. De Landbouw- en Visserijraad die op 7 september werd afgesloten, boog zich de dringende problemen van de lage melkprijs, maar ook weer over de samenhang tussen voedselproductie en de klimaatsverandering, over duurzame visserij en veeteelt. De Commissie legde de ministers een rapport voor van de high level Group over het concurrentievermogen van de Europese agro-voedselindustrie. De meeste lidstaten zijn tevreden over de maatregelen die de Commissie voor de melkcrisis voorstaat. Sommige aarzelen, onder druk van de roerige melkveeboeren, of de hervormingen in de zin van een geleidelijke liberalisering, niet moeten opgeschort worden. De zaak zou moeten beslecht worden in oktober, als de Commissie de Raad een nieuw kwartaalrapport moet voorleggen.

GMO's

De Landbouwministers hadden het ook over de markt van het veevoeder. Eerder deze zomer ontdekten voedselinspecteurs in sojaladingen vanuit de Verenigde Staten sporen van genetisch gemodificeerde maïs. De Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) analyseerde de ladingen en kwam tot de bevinding dat ze geen risico's inhielden, maar blijft het feit dat het om GMO's ging die normaal niet op de Europese markt mag komen. De Commissie moet later dit jaar een uitkomst voorstellen voor deze affaire. De Raad boog zich ook over een amendement over de bescherming van dierentransporten. Vrachtwagens die dieren gedurende meer dan acht uur aan een stuk vervoeren, moeten al uitgerust zijn met een navigatiesysteem. Als het aan de Commissie ligt, zal dit navigatiesysteem in de toekomst ook informatie over de positie van de camions moeten doorgeven aan een database, ter controle.

Innovatie. De Raad Competiviteit boog zich op 24 en 25 september in Brussel over Onderzoek en Innovatie. De tweede dag was gewijd aan een discussie onder de ministers van de Europese Onderzoeksruimte - de European Research Area (ERA). Het Zweeds Voorzitterschap vatte de debatten als volgt samen: er moeten ook in de toekomst kaderprogramma's komen om de researchactiviteiten in Europa verder te stimuleren. Die programma's moeten op de eerste plaats gericht zijn op het zoeken van deeloplossingen voor de grote problemen die op ons afkomen: de klimaatsverandering en de bedreigingen voor de volksgezondheid bijvoorbeeld. Bureaucratie en overdreven administratie mogen de vooruitgang van het wetenschappelijk onderzoek niet hinderen. De manier waarop de ERA moet worden aangestuurd, stond ook op de agenda. Veel van de investeringen die de lidstaten zich nu al op het vlak van de research getroosten, leveren niet de verhoopte resultaten op. Meer aandacht moet er daarom gaan naar de zogenaamd "kennisdriehoek": de wisselwerking tussen onderwijs, onderzoek en innovatie.

De ERA werd als concept gelanceerd in 2000, in een poging om de mobiliteit binnen de Unie voor onderzoekers te vergroten, om er voor te zorgen dat Europese, nationale en regionale onderzoeksprogramma's voor meer vorsers zouden worden opengesteld, en om in het algemeen de samenwerking tussen onderzoekers doorheen Europa te bevorderen.

Op de eerste dag van de Raad Competiviteit hadden de ministers conclusies aangenomen over de verbetering van de interne markt en een betere toepassing van de Dienstenrichtlijn. De ministers discussieerden ook hoe Europa de werking van "miniondernemingen" kan bevorderen. Maar uiteraard kon de Raad ook niet blind en doof blijven voor de grote problemen van de automotive industrie - met de beroering rond de toekomst van Opel in Europa voorop. Uiteraard borrelden tijdens die gesprekken de frustraties naar boven die in Vlaanderen, Spanje, Polen en het Verenigd Koninkrijk leven rond de manier waarop de Duitse overheden in dit dossier manoeuvreren.

Leerkrachten

De toekomst van het leraren- en onderwijzersberoep stonden voorop op een informele ministerbijeenkomst in Gotenborg, op 23 en 24 september. Wat kan er gebeuren om het ambt van lesgever weer aantrekkelijk te maken? Hoe kunnen de werksituaties van het onderwijzend personeel verbeterd worden en hoe zorgt de samenleving er voor dat leerkrachten hun vaardigheden blijven aanscherpen? De Zweedse minister van Onderwijs, Jan Björkland, wees er op dat de kwaliteit van het onderwijs in Europa er al een tijdje op achteruit gaat. Dat hangt samen met een sterk gedaald prestige van het lerarenberoep. Hoe verbeteren we de kwaliteit van de opleiding en hoe maken we het leer- en werkklimaat in onze Europese scholen aangenamer? Onderwijs is geen formele materie waarover de Europese Unie bindende uitspraken kan doen, maar de ministerbijeenkomsten zijn wel een buitengewone kans om aan uitwisseling van ideeën te doen en gemeenschappelijke oplossingen uit te dokteren.

Op 21 september kwam de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken voor de eerste keer onder Zweeds Voorzitterschap samen, onder leiding van Tobias Billström, minister voor Migratie en Asielbeleid. Centraal stond immers een initiatief van de Commissie betreffende een gemeenschappelijk Europees hervestigingsprogramma.  Met Resettlement, hervestiging, duidt men het instrument aan waarbij de Unie mee naar een vorm van permanente veiligheid zoekt voor vluchtelingen in de onmiddellijke omgeving van hun land van oorsprong.

De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JAI) komt meestal drie keer per half jaar samen. De Raadsformatie verloopt in twee delen: justitiezaken en binnenlandse zaken. Het zijn - uiteraard - de ministers van Justitie die het eerste deel bijwonen; het tweede deel is bedoeld voor de ministers van Binnenlandse Zaken of voor hun collega's die de migratiepolitiek in hun portefeuille hebben.

Van 17 tot 18 september nodigden de Zweden de ministers bevoegd voor regionale zaken of het cohesiebeleid uit op een conferentie gewijd aan de EU-strategie voor het gebied van de Baltische Zee. Die Balticum Strategie is opgezet als een model voor een brede grensoverschrijdende samenwerking. Zorg voor het leefmilieu te land en ter zee staan daarbij centraal. De Raad Algemene Zaken en Externe Relaties (RAZEB) vergaderde op 14 en 15 december. De ministers van Buitenlandse Zaken spraken er onder meer over de Gemeenschappelijke Buitenlandse en Veiligheidpolitiek en over de uitbreiding van de Unie. De eerste twee landen die zich aan het opmaken zijn om bij de Unie te komen, zijn IJsland en Kroatië.  Het grensgeschil met Slovenië dat dit laatste land uit de EU hield, lijkt zo goed als opgelost. Uitbreiding van de Unie is van belang, omdat dit welvaart en stabiliteit kan brengen in de nieuwe lidstaten. Ook Vlaanderen heeft belang bij die stabiliteit en profiteert van een grotere interne markt. Maar de recente ervaringen met Roemenië en Bulgarije, de twee jongste "uitbreidingslanden" heeft de oudere lidstaten geleerd toch enige voorzichtigheid aan de dag te leggen.

Mondiale speler

Aansluitend op die Razeb was er op 28 en 29 september in Gotenburg een informele bijeenkomst van de ministers van Defensie van de 27, in het gezelschap van de Europese Hoge Vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid, Javier Solana, vertegenwoordigers van de Commissie en van het bureau van de NAVO-secretaris-generaal. Het Veiligheids- en Defensiebeleid van de EU is net tien jaar oud en in die tijd heeft de EU al 22 militaire missies ondernomen in vier continenten. Doelstelling nummer één van dat beleid is een versterking van de rol van de EU als een mondiale speler. Op de informele bijeenkomst hadden de ministers het dan ook over maritieme bewakingsopdrachten en de verhoogde paraatheid van de EU Battlegroups. Die gevechtseenheden moeten uitgroeien tot een van de crisisbeheersingsinstrumenten bij uitstek van de Europese Unie.

Axel Buyse