Veiliger internet
Uitnodiging tot het indienen van voorstellen 2012 voor werkzaamheden onder contract in het kader van het meerjarenprogramma van de Gemeenschap betreffende de bescherming van kinderen die het internet en andere communicatietechnologieën gebruiken (Veiliger internet)
Veiliger internet is op vier actiepunten gebaseerd:
a) zorgen voor bewustmaking van het publiek;
b) bestrijden van illegale online-inhoud en aanpak van schadelijk onlinegedrag;
c) bevorderen van een veiligere onlineomgeving;
d) aanleggen van een kennisbasis.
Actiepunten 1 en 2: EUROPEES NETWERK VAN CENTRA VOOR EEN VEILIGER INTERNET
Actie 1.1: GEÏNTEGREERD NETWERK: CENTRA VOOR EEN VEILIGER INTERNET
Het programma ondersteunt de oprichting van Centra voor een Veiliger internet in Europa. Doel van die centra is activiteiten te coördineren en een aantal verschillende belanghebbenden samen te brengen om acties te ondernemen en kennisoverdracht te vergemakkelijken.
Alle Centra voor een Veiliger internet zullen voorlichtingsmateriaal ontwikkelen en campagnes en voorlichtingsbijeenkomsten organiseren op het gebied van de bewustmaking van kinderen en jongeren, ouders, zorgverleners, maatschappelijk werkers en leraren om kinderen en jongeren in staat te stellen op verantwoorde wijze gebruik te maken van onlinetechnologieën.
De voorlichtingsactiviteiten zullen gericht zijn op zaken die verband houden met schadelijke inhoud, schadelijk contact en schadelijk gedrag. Ook zal aandacht worden besteed aan de mogelijkheden en risico's van diensten die gebruik maken van nieuwe distributievormen, zoals peer-to-peer-diensten, breedbandvideo, instant messaging, chatrooms en sociale netwerksites, en de toegang tot webinhoud en interactieve informatie en communicatie, die alle samenhangen met het feit dat kinderen snel gebruik zijn gaan maken van het internet, mobiele telefoons en spelcomputers. Bij de acties wordt een verband gelegd met aanverwante onderwerpen op het gebied van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens, consumentenbescherming, informatie- en netwerkbeveiliging (virussen, spam).
Bovendien moeten de Centra voor een Veiliger internet ook het volgende bieden: a) telefonische meldpunten waar het publiek illegale webinhoud kan melden en/of b) hulplijnen waar ouders en kinderen advies kunnen krijgen over hoe ze kunnen omgaan met schadelijke contacten („grooming”), schadelijk gedrag (cyberpesten), ongewenste webinhoud en vervelende of angstaanjagende ervaringen waarmee kinderen bij het gebruik van onlinetechnologieën in aanraking komen.
De taken van de Centra voor een Veiliger internet zijn in het werkprogramma nader omschreven.Dit onderdeel van de uitnodiging (actie 1.1: GEÏNTEGREERD NETWERK: CENTRA VOOR EEN VEILIGER INTERNET) staat alleen open voor voorstellen voor de oprichting van een Centrum voor een Veiliger internet in de volgende landen: Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, IJsland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Malta, Portugal, Slowakije, Zweden, Verenigd Koninkrijk en Rusland.
De uitnodiging tot het indienen van voorstellen staat tevens open voor landen die een bilaterale overeenkomst hebben ondertekend of waarmee onderhandelingen zijn gestart.
Financiering tot 50 % van de subsidiabele kosten (te verhogen tot 75 % voor overheidsinstanties, mkb-bedrijven en non-profitorganisaties).
Actiepunt 2: BESTRIJDING VAN ILLEGALE ONLINE-INHOUD EN SCHADELIJK ONLINEGEDRAG
Actie 2.1: GERICHT PROJECT: VERBETEREN VAN DE IDENTIFICATIE EN ANALYSE VAN KINDERPORNO DOOR RECHTSHANDHAVINGSINSTANTIES
In het kader van het programma worden voorstellen ingewacht voor één gericht project dat beoogt
a) de bestaande internationale databank betreffende seksuele uitbuiting van kinderen (op beelden) aan te vullen door de oprichting van een internationale databank betreffende kinderporno met videobeelden en deze te ontwikkelen (gebied 1);
b) een reeks zoekmachines op te zetten (voor het volgen van inhoud) die geschikt zijn voor de verschillende protocollen van Peer2Peer-netwerken en de oprichting van een internationale Peer2Peer-databank; gebruik te maken van deze machines door de EU-lidstaten en andere landen aan te sluiten (gebied 2);
c) een proef te ontwikkelen waarmee een betrouwbare hashcode kan worden getest; een fingerprint- reeks te ontwikkelen waarmee het opnieuw uploaden van geïdentificeerd kinderpornomateriaal kan worden voorkomen (gebied 3).
Financiering tot 50 % van de subsidiabele kosten (te verhogen tot 75 % voor overheidsinstanties, mkb-bedrijven/kmo's en non-profitorganisaties).
Actiepunt 3: BEVORDERING VAN EEN VEILIGER ONLINEOMGEVING
Actie 3.1: THEMATISCH NETWERK: POSITIEVE ONLINE-ERVARINGEN VOOR JONGE KINDEREN BEVORDEREN
In het kader van het programma moet een thematisch netwerk worden opgezet dat positieve online- ervaringen voor jonge kinderen moet bevorderen en de volgende taken krijgt:
a) het uitwisselen van goede praktijken, de aanpak van vraagstukken en problemen bij het aanbieden van inhoud aan jonge kinderen, met inbegrip van het bedrijfsmodel en het formuleren van aanbevelingen om de productie en verspreiding van positieve inhoud in heel Europa te verbeteren (met inbegrip van lokalisatie). Deze activiteit zal een discussieforum inhouden waar producenten en aanbieders kunnen samenkomen om online de dialoog aan te gaan over online-inhoud voor kinderen;
b) het bespreken van de haalbaarheid van en de eisen in verband met een veilige browser voor kinderen/het opstellen van witte lijsten met inbegrip van suggesties voor toezicht op websites voor kinderen en systemen om deze te beoordelen. Bij de eisen moet ook rekening worden gehouden met de toegankelijkheidsbehoeften van kinderen met een handicap. Nieuwe of verbeterde technische oplossingen op dit gebied vallen evenwel niet onder dit thematische netwerk maar worden onderzocht in het kader van een project voor kennisuitbreiding;
c) het formuleren van voorstellen voor de invoering van een wedstrijd op Europese schaal;
d) het opstellen van een verslag waarin een overzicht wordt gegeven van de markt voor positieve inhoud voor kinderen in Europa.
Financiering tot 100 % van een beperkt aantal subsidiabele kosten voor thematische netwerken (rechtstreekse kosten voor de coördinatie en de opzet van het netwerk).
Actiepunt 4: AANLEGGEN VAN EEN KENNISBASIS
Actie 4.1: PROJECT KENNISUITBREIDING: DE IMPACT VAN DE CONVERGENTIE VAN TECHNOLOGIE OP JONGE KINDEREN
Er worden voorstellen ingewacht met betrekking tot een kennisuitbreidingsproject om via een kwantitatieve en kwalitatieve methode na te gaan op welke wijze de veranderende voorwaarden inzake toegang en gebruik (mobiele apparatuur) grotere of kleinere risico's voor de veiligheid van kinderen met zich brengen.
Projecten voor kennisuitbreiding worden gefinancierd tot 100 % van de subsidiabele kosten (zoals vastgesteld in de modelsubsidieovereenkomst), maar de indirecte kosten (algemene kosten) worden niet gesubsidieerd.
Actie 4.2: PROJECT KENNISUITBREIDING: HET IN KAART BRENGEN VAN KINDVRIENDELIJKE ZOEKMACHINES EN BROWSERS
Er worden voorstellen ingewacht met betrekking tot een kennisuitbreidingsproject om na te gaan welke technische bekwaamheid nodig is om inhoud te vinden die geschikt is voor kinderen en deze beschikbaar te stellen via kindvriendelijke zoekmachines/browsers.
Projecten voor kennisuitbreiding worden gefinancierd tot 100 % van de subsidiabele kosten (zoals vastgesteld in de modelsubsidieovereenkomst), maar de indirecte kosten (algemene kosten) worden niet gesubsidieerd.
De uitnodiging tot het indienen van voorstellen in het kader van dit werkprogramma staat open voor alle in de lidstaten gevestigde rechtspersonen. De uitnodiging staat eveneens open voor rechtspersonen die gevestigd zijn in EVA-staten welke partij zijn bij de EER-Overeenkomst (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).
Zij staat ook open voor rechtspersonen die gevestigd zijn in andere landen welke onder de voorwaarden van artikel 2 van het programmabesluit vallen (Besluit nr. 1351/2008/EG van 16 december 2008, PB L 348 van 24.12.2008, blz. 118), mits een bilaterale overeenkomst wordt ondertekend. Indien door rechtspersonen uit deze landen ingediende voorstellen voor financiering worden geselecteerd, wordt pas een subsidieovereenkomst ondertekend wanneer voor het betrokken land de nodige stappen zijn gezet om aan het programma deel te nemen door ondertekening van een bilaterale overeenkomst. Actuele informatie over welke landen deel uitmaken van het programma is beschikbaar op de programmawebsite op http://ec.europa.eu/saferinternet
Rechtspersonen die in andere niet-EU-landen zijn gevestigd dan de hierboven bedoelde landen, alsmede internationale organisaties, kunnen op eigen kosten aan alle projecten deelnemen.
Indicatieve totale begroting 2012: 13 422 200 euro
Meer lezen: http://ec.europa.eu/information_society/activities/sip/funding/projects/index_en.htm
Contact:
Europese Commissie
Directoraat-generaal Informatiemaatschappij en Media
Veiliger internet
Kamer EUFO 1174
Rue Alcide de Gasperi
2920 Luxembourg
LUXEMBOURG
Fax +352 4301-34079
E-mail: saferinternet@ec.europa.eu
Internet: http://ec.europa.eu/saferinternet









