Jean Monnet - Europese Verenigingen die in Europees verband werken rond integratie en opleiding
Jaarlijkse exploitatiesubsidies 2012: Steun vanuit het Jean Monnet-programma, kernactiviteit 3 — voor Europese verenigingen die in Europees verband werkzaam zijn op het gebied van Europese integratie en onderwijs en opleiding
De oproep tot het indienen van voorstellen beoogt organisaties te selecteren om jaarlijkse exploitatiesubsidieovereenkomsten te sluiten voor het begrotingsjaar 2012. Zij heeft geen betrekking op organisaties die met het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur („het Agentschap”) een kaderpartnerschapsovereenkomst voor 2011-2013 hebben gesloten.
Deze oproep tot het indienen van voorstellen heeft tot doel de activiteiten te ondersteunen van Europese verenigingen voor onderwijs en opleiding die zich bezighouden met:
— onderwerpen op het gebied van Europese integratie en/of
— verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees beleid voor onderwijs en opleiding.
Ten behoeve van de uitvoering van kernactiviteit 3 van het Jean Monnet-programma zijn voor deze oproep tot het indienen van voorstellen de volgende specifieke doelstellingen vastgesteld:
— ondersteunen van kwalitatief hoogwaardige Europese verenigingen die bijdragen aan het vergroten van de kennis en het bewustzijn van het Europese integratieproces door middel van onderwijs en opleiding;
— ondersteunen van kwalitatief hoogwaardige Europese verenigingen die bijdragen aan de uitvoering van ten minste een van de strategische doelstellingen van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding;
De activiteiten van het voorgestelde werkprogramma moeten bijdragen aan:
— het vergroten van de kennis en het bewustzijn van het Europese integratieproces door middel van onderwijs en opleiding en/of
— de uitvoering van ten minste één van de volgende strategische doelstellingen van het „ET 2020”:
1. verwezenlijking van Een leven lang leren en mobiliteit;
2. verbetering van de kwaliteit en efficiency van onderwijs en opleiding;
3. bevordering van rechtvaardigheid, sociale cohesie en actief burgerschap;
4. versterking van creativiteit en innovatie, waaronder ondernemerschap, op alle niveaus van onderwijs en opleiding.
Een Europese vereniging komt in aanmerking indien zij voldoet aan de volgende voorwaarden. De organisatie:
— is een niet-publiekrechtelijke organisatie zonder winstoogmerk;
— heeft (op de uiterste inzenddatum) gedurende ten minste twee jaar zonder onderbreking rechtspersoonlijkheid en een vestiging in een of meer voor het LLP in aanmerking komende landen (de 27 EU- lidstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Turkije, Kroatië en Zwitserland);
— verricht het merendeel van haar activiteiten in de lidstaten van de Europese Unie en/of in andere voor het LLP in aanmerking komende landen;
— is een orgaan dat een doelstelling van algemeen Europees belang nastreeft
— heeft op Europees niveau onderwijs en opleiding als voornaamste activiteit.
Om voor deze oproep in aanmerking te komen, moet een Europese vereniging bovendien een lidmaatschapsstructuur hebben die overeenstemt met een van de volgende twee categorieën:
— de Europese vereniging is uitsluitend samengesteld uit verenigingen met een ledenstructuur (d.w.z. de leden zijn zelf „overkoepelende” verenigingen op transnationaal, nationaal, regionaal of plaatselijk niveau). Europese verenigingen die uitsluitend zijn samengesteld uit verenigingen met een ledenstuctuur, moeten leden in ten minste 6 verschillende EU-lidstaten hebben. Lidverenigingen van de Europese vereniging moeten de status van „volwaardig lid” hebben (buitengewone leden en waarnemende leden worden niet als „volwaardige leden” beschouwd). De leden moeten rechtspersoonlijkheid hebben, mogen geen winstoogmerk nastreven en moeten werkzaam zijn op het gebied van onderwijs en opleiding. Particulieren, instanties met winstoogmerk, overheidsinstellingen en instellingen die deel uitmaken van de administratieve structuur van de lidstaten worden niet als in aanmerking komende lidorganisaties beschouwd; of
— de Europese vereniging is samengesteld uit leden die niet allemaal een ledenstructuur hebben. De Europese vereniging kan (geheel of gedeeltelijk) bestaan uit instellingen en organisaties zonder ledenstructuur die werkzaam zijn op het gebied van onderwijs en opleiding (zoals basis- en middelbare scholen en instellingen voor hoger onderwijs). Europese verenigingen die instellingen of organisaties zonder ledenstructuur omvatten, moeten leden in ten minste 9 verschillende EU-lidstaten hebben.
Lidinstellingen en -organisaties zonder ledenstructuur moeten de status van „volwaardig lid” hebben (buitengewone leden en waarnemende leden worden niet als „volwaardige leden” beschouwd). De leden mogen geen winstoogmerk nastreven en moeten werkzaam zijn op het gebied van onderwijs en opleiding volgens voornoemde aanwijzingen. Particulieren worden niet als in aanmerking komende
lidorganisaties beschouwd.
De totale indicatieve EU-begroting voor de cofinanciering van Europese verenigingen in het kader van deze oproep is 700 000 EUR.
De maximale exploitatiesubsdie per vereniging voor een werkprogramma van 12 maanden (overeenkomend met het ene begrotingsjaar 2012) bedraagt 100 000 EUR.
De financiële steun van de Europese Unie mag niet meer dan 75 % van de geraamde jaarlijkse subsidiabele begroting van de Europese vereniging uitmaken.
Meer lezen:
http://eacea.ec.europa.eu/llp/funding/2012/call_jm_ka3_structural_support_2011_en.php









